Kanjertraining helpt kinderen echt

Wetenschappelijke studie toont aan dat populaire aanpak van pesten werkt

Gelukkig voor alle deelnemers: de Kanjertraining werkt. Maar liefst tweeduizend basisscholen - dat is één op de vier - kweken al kanjers of stoppen pesters met deze lessen. Ook de jeugdzorg gebruikt ze om gedragsproblemen, een te lage zelfwaardering of somberheid bij kinderen aan te pakken. Nu is voor het eerst wetenschappelijk onderzocht of de training effectief is.

De sfeer in problematische klassen verbetert aanzienlijk. De onderzochte leerlingen - tussen 8 en 11 jaar - accepteren elkaar meer en voelen zich minder gepest, vertelt onderzoekster Lilian Vliek: "Ook kinderen die met hun ouders aankloppen bij een psycholoog vanwege ernstige gedragsproblemen of heel lage zelfwaardering zijn geholpen met kanjertrainingen. Tweederde verlaat de praktijk al na tien lessen zonder deze problemen."

Vorig jaar onderzocht een commissie de wildgroei aan anti-pestprogramma's. De kanjertraining werd met twaalf andere als kansrijk beoordeeld; 48 programma's vielen door de mand. De commissie toetste met eigen criteria. Weinig methodes - vaak overgewaaid uit het buitenland - zijn echt grondig onderzocht. Ook de kansrijke kanjertraining behoeft wetenschappelijke onderbouwing, zegt Vliek. "Een leerkracht kan het gevoel hebben dat iets werkt, maar dat is geen bewijs."

Twintig jaar geleden zette oud-leerkracht en psycholoog Gerard Weide de kanjertraining op, om de omgang tussen klasgenoten te verbeteren en sociale problemen als pesten en uitsluiting te voorkomen of verminderen. Het is de methode met de petjes: uitgangspunt is dat elk kind in wezen een kanjer is, met een wit petje.

Iedereen wil een goede leerling zijn, of vriend. Bij gebrek aan vertrouwen in een klas - onderling of tussen ouders en leerkracht - kan storend gedrag gaan overheersen, legt Vliek uit. Sommige stoere en ondernemende kinderen kunnen de baas gaan spelen: ze zetten als het ware het zwarte petje op en vergeten het witte. De jolige types (rood petje) lachen mee en verergeren de boel. En er zijn ook de vriendelijke, bescheiden kinderen, die niets meer durven te zeggen, die zich slachtoffer voelen (ze schieten in het gele petje).

Met de kanjertraining leren kinderen gedrag te herkennen en zichzelf te zijn. Ze mogen best stoer of juist introvert zijn, maar met respect voor de ander. Vliek: "Bijzonder is dat de training kinderen aanspreekt op hun verlangen om 'te vertrouwen' te zijn. In plaats van te zeggen: wat ben jij een rotkind, kun je ook reageren met: ik ben verbaasd, wil jij wel zo doen?" Dat komt misschien wat zijig over, begrijpt Vliek. "Maar het helpt mij ook als ik bij vervelend gedrag van mijn eigen zoon bedenk dat hij mij niet expres probeert te irriteren."

En het blijft niet bij zoeken naar goede intenties. "Bij een pester zijn leerkracht of ouder soms te begripvol: vader en moeder zijn gescheiden, hij heeft ADHD. De kanjertraining wijst ook op de eigen verantwoordelijkheid. Zelfs een kleuter kan al kiezen of hij met een schepje in de zandbak graaft of een ander op z'n kop slaat."

De hele groep wordt benaderd, zodat de meelopers zien hoe groot hun rol is in sfeerbederf. Vliek: "Ook iemand die gepest wórdt kan bedenken: er gebeurt iets naars, hoe ga ik daar mee om?"

Het positieve effect valt volgens de onderzoekster te verklaren uit de brede aanpak. De school gebruikt vragenlijsten uit de kanjertraining om problemen snel te signaleren en in gesprek te gaan met ouders. De lessen richten zich niet alleen op leeftijdsgenoten, maar óók op ouders, leerkrachten en teamleiders. Ook zij doen mee aan de rollenspellen en leren complimenten te geven.

Die brede aanpak is nodig, wil de Kanjertraining voor een fijne leeromgeving zorgen. Het begint met duidelijke regels, zegt de onderzoekster: hoe gaan we met elkaar om? "En dan heeft elke groep naast vertrouwen gezag nodig, door niemand ondermijnd. "Als een leerling moet nablijven en de ouders gaan verhaal halen, dan is het wel zo fijn als de directeur achter zijn mensen staat."

undefined

Onderzoek en praktijk

Psychologe Lilian Vliek hoopt vrijdag te promoveren op haar onderzoek. Opmerkelijk is dat zij zélf ook bij de stichting Kanjertraining werkt. Hoe betrouwbaar zijn dan haar conclusies? "Vliek snapt dat het een gevoel oproept van 'wij van wc-eend adviseren wc-eend'. Daarom beloofden stichting en universiteiten in een contract álle gegevens openbaar te maken - ongeacht de uitkomst. Ze vindt het juist een voordeel dat ze zelf leerkrachten traint. "Hoe vaak komt het niet voor dat universiteiten methodes bedenken die niet aansluiten op de praktijk?"

De onderzoekster liet uitgebreide vragenlijsten invullen. Antwoorden van leerkrachten vergeleek ze met die van ouders en leerlingen. Deelnemende klassen zijn vergeleken met controlegroepen.

Bij haar proefschrift is ze begeleid door de professoren Geertjan Overbeek van de Universiteit van Amsterdam en Bram Orobio de Castro van de Universiteit Utrecht.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden