Kanariegele olifanten en nutteloze winterwagentjes

Gemeentemuseum Arnhem, t/m 8 nov., 10-17 u. beh. ma.

Dat nieuwe energiekantoor heeft van voren dezelfde plebejische bonkerigheid als van achteren. En uitgerekend op deze plek: in een flauwe knik van die langzaam hellende Utrechtseweg met dadelijk links de oevers en kronkels van de Rijn aan je voeten. Maar zover komen de ogen nog niet eens. Een over de straat gespannen, stalen reuzenspiraal verspert de weg. Hij komt uit het energiegebouw, slingert zich over voetgangers en automobilisten heen, en stort zich aan de overkant gedraaid en geknakt neer. Pal naast het oude PGEM-gebouw, dat dezer dagen gezandstraald wordt en daardoor zo'n vaalstoffige grandeur van de negentiende eeuwse huizen aan deze straatweg tentoonspreidt. Je hapt wat extra lucht, je staat even aan de grond genageld. Het is alsof je een tol van levensbelang moet betalen voordat je onder dit DNAmonster door mag lopen.

Hoe poezelig elegant is daarna de entree van de tentoonstelling 'Rijksoogst, sculpturen uit de Rijkscollectie' in het Gemeentemuseum. Een houten pop begroet de bezoeker met mechanische en permanente motoriek, links staat een poederdoos zo groot als een taart gereed. Dat past beter: men schreeuwt en blaft niet aan de poort, maar men groet en houdt toiletartikelen voor de bestofte reiziger in de buurt. De poederdoos (van Marinus Boezem) is wel wat groot, maar dat komt doordat het deksel uit het (platte) heelal en de bodem uit de aarde in al haar welvingen bestaat.

Pop en poederdoos zijn in permanent bezit van de Rijksdienst Beeldende Kunst. Deze dienst koopt jaarlijks werk van levende, in Nederland werkende kunstenaars. Zolang het duurt overigens, want het ministerie van WVC is onder het mom van bezuinigingen bezig de eigen rijksdienst om zeep te helpen.

De rijksdienst heeft volop depots, maar geen eigen ruimte om de kunstwerken ten toon te stellen. Dat moeten de Nederlandse musea doen, en die hebben daar niet altijd evenveel zin in. De collectie van de rijksdienst zou vaak 'in de waan van de dag' worden aangeschaft, er zou geen thematiek in 'die collectie zonder gezicht' te bespeuren zijn. Maar andersom is dat nou juist een taak van het museum: grabbel wat je wilt, orden en exposeer zelf.

Het Arnhems museum koos een aantal sculpturen uit de catalogi van de Rijksdienst over de laatste zes jaar, en rangschikte die onder de thema's: De relatie tussen sculptuur en design, de ironie als stijl, de symbolische waarde van het beeld, de relatie tussen cultuur en natuur en de zintuiglijke waarneming. Zo moest een helder overzicht ontstaan van 'hedendaagse beeldhouwkunst in Nederland'. Dat is heel makkelijk gezegd en nog lang niet gedaan, want een beeld is heel wat meer dan een massieve marmeren buste of bronzen standbeeld geworden. Uit hun dimensies gegroeide schilderijen heten beelden, videofilmpjes vallen zelfs al onder het genre 'videosculptuur'. Vrijwel alle hedendaagse kunstwerken verheffen zich op de een of andere slinkse manier tot 'beelden'. Tot vervelens toe; de roep 'Kan er nou eindelijk weer eens geschilderd worden!' klinkt niet voor niets luider en luider.

Een 'hedendaags beeld' is lastig op de staart te trappen, terwijl het er vandaag de dag toch zwart van ziet. Conservator Mirjam Westen van het Arnhems museum: 'Er is veel om van op te kijken, maar voor slechts een gering deel daarvan geldt dat we er ook tegen op moeten kijken. Niet alleen is het voor de beeldhouwkunst usance geworden om zich letterlijk tot op of onder ooghoogte te verlagen, ook het materiaalgebruik en de vormgeving onderscheiden zich in veel werken nauwelijks nog van wat wij gewend zijn in onze consumptieartikelen aan te treffen.' Hedendaags of niet, valt er wel wat te glimlachen in Arnhem? Je kunt lang over de schikking en compositie van een sculptuur praten, over lengte en materiaal, maar een beeld zal toch eerst moeten ontroeren, vermaken als het even kan ook. De kleinste sculptuur op de tentoonstelling, van Evelyne Janssen, bestaat uit vier, industrieel al weer gedateerde (melkfles kom terug!) plastic melkflesdoppen. Janssen rangschikte de doppen totdat er ogen en een neus verschenen, met een knalrode dop als mond.

Een hedendaags beeld is ook de vindingrijke tafel van Peter Vermeulen, waarop een kudde zwarte olifanten naar een stel kanariegele lotgenoten staat te kijken. Dank zij een pompje dat lucht door zand puft, lijken de gele olifanten door een oeverloze woestijn te sjokken.

Bij Henk Visch wordt die sculpturale humor grimmiger: hij verbeeldt de kloof tussen stadsmens en natuur met twee houten mensenbenen, die op dijhoogte tot twee verbunkerde flatgebouwen transformeren.

Antwoord op de vraag wat hedendaagse sculptuur is, geeft de tentoonstelling gelukkig niet. Het Arnhems gemeentemuseum probeert lekker verwarring te schoppen door een paar 'Rijksoogst'-beelden tussen de vaste collectie in de boven- en benedenomgang te plaatsen. Zo staan het nutteloze winterwagentje van Gerrit van Bakel en het rode keukenblok van Joep van Lieshout nogal sipjes voor zich uit te staan temidden van het serviesgoed en zilverwerk van weleer.

De Rijnzaal herbergt een sculptuur van Piet Tuytel: een houten werkbank met houten (liggende) en metalen (staande) trappen. Ergens aan een tafel of ladder hoorde een metalen (schroeven?)bakje te hangen, maar dat is er ooit afgevallen en nooit meer teruggekomen. Niet als sculpturaal detail herkend vermoedelijk, maar als zeepbakje misschien nog steeds in functie.

Overigens mag je de Rijnzaal niet ongestraft de erezaal van het museum noemen. Want dan valt conservator Westen uit: "De Rijnzaal is de moeilijkste zaal van het museum! Kunst moet hier altijd met de natuur concurreren. De bezoekers lopen altijd eerst naar het raam om de rivier te zien."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden