Kan je er niet vol voor gaan, laat het dan

Graddus Brouwer 1940-2016

Hij was actief op sportief, muzikaal en sociaal gebied, en met zijn humor en dienstbaarheid een verbindende factor. Wat hij deed moest goed gebeuren, anders liet hij het.

Als jeugdige bassolist van het Urker Mannenkoor Halleluja moest hij het traditionele pak met schoenen van een ander lenen. Het knellende schoeisel wierp hij onderweg af, op kousenvoeten kwam hij op voor zijn gedenkwaardige uitvoering van De Twaalf Rovers. Neuriënd werkte hij zich door het tweede couplet, de tekst was hij kwijt.

Veel solo-optredens zouden er niet volgen. Ofschoon zijn zangtalent werd geroemd, was hij zelf onzeker over zijn kwaliteiten. Veel aanbiedingen wees hij af, als zanger in een klein koor voelde hij zich op zijn best. Toch zou Graddus (doopnaam Gerardus) Brouwer zijn grootste passie decennialang niet volgen. Hij koos voor het gezinsleven, waarin die andere liefde, basketbal, wel goed paste.

Muziek en sport waren thuis vanzelfsprekende activiteiten. Hij groeide op als op een na oudste zoon in een gereformeerd gezin met zeven kinderen. Een harmonium stond onder handbereik, zijn vader kreeg orgelbouwer Eminent zo ver om de nieuwste demonstratiemodellen in de woonkamer te plaatsen.

Graddus' lijf was aanvankelijk zo klein en mager, dat hij regelmatig tussen de grote jongens van buurvrouw Aaltje extra stamppot kreeg gevoerd. Er moest heel wat vlees op de botten groeien voordat hij als jeugdige linksbuiten furore kon maken op het voetbalveld. Het avontuur voor de jeugd lag in een doolhof, de met riet beplante moerassige Noordoostpolder die zijn voltooiing naderde. Wie zich daarin begaf had slechts de kerktoren van Urk als richtpunt.

Graddus was te jong om veel mee te krijgen van de familietragedie in de oorlogsjaren, toen een neef werd afgevoerd naar Duitsland en niet terugkeerde. In 1956, zijn examenjaar voor de mulo, kreeg hij het op een warme zomerdag wel vol voor de kiezen.

Op een vrije middag ging hij met schoolvriend Peet van Dam zwemmen achter de dijk. Niet veel later kwam hij totaal overstuur thuis. De twee tieners was gevraagd een afgedreven zwemband terug te halen. Peet had als eerst zijn zwemkleding aan, zwom weg, verdween onder water en kwam niet meer boven.

Drie dagen en nachten achtereen lag Graddus thuis met het hoofd naar de muur gekeerd op de divan. Nooit sprak hij over het voorval, achter de dijk kwam hij nog zelden. Daarom was later de verbazing zo groot toen hij als 21-jarige zijn baan als melkventer opzegde om als visserman op de kotter van zijn vriend Pieter Ras te gaan werken. Die stap had hij eerder willen maken want het verdiende beter. Tussen zijn vissende vrienden in het café wilde hij ook rondjes kunnen geven. Tot zijn 21ste had zijn vader het hem verboden.

Grondlegger van Orca's

Het leven was overvol. Alle werkdagen op zee, de weekeinden gevuld met zingen in koren en basketbal, dat in 1963 voetbal had verdrongen. Samen met broer Piet was hij medegrondlegger van Orca's, dat verrassend de eredivisie zou bereiken en qua ledenaantal uitgroeide tot een van de grootste Nederlandse basketbalclubs. Graddus werd in die ontwikkeling een sleutelfiguur op de achtergrond.

Maar eerst was er zijn rigoureuze keuze voor het gezin. In 1968 trouwde hij met Ria Loosman. Ria acht jaar jonger en serieus, Graddus jong van geest, zoals hij met zijn humor altijd zou blijven. Ze pasten perfect bij elkaar. Toen Bert, Kees en Anita waren geboren, besloot Graddus een baan op de wal te zoeken en te stoppen met zingen en basketbal.

Na een periode als magazijnmedewerker kwam de baan als beheerder van sportzaal Waaiershoek in Urk als een geschenk uit de hemel. Overdag had hij tijd om de kinderen op te vangen, zeker toen Ria begin jaren tachtig studeerde aan de Bibliotheekacademie Groningen. In de sportaccommodatie werd hij met zijn sociale vaardigheden een verbindend element tussen supporters, trainers, begeleiders en spelers. Dat gold zeker toen Orca's in 1983 eredivisionist werd, en Amerikanen en Nederlandse topspelers in Urk neerstreken. Graddus hield op de dagen na de wedstrijd de kantine 's avonds open, zodat supporters konden napraten. Werden discussies te fel, dan bracht hij met een kwinkslag het vuur onder controle. Viel de boel stil, dan gooide hij met een provocerende opmerking olie op het vuur.

Wat hem soms benauwde was de toeloop bij de wedstrijden. Waaiershoek was niet meer dan een dubbele sportzaal, waar met dispensatie van de bond eredivisiebasketbal mocht worden gespeeld. De op zaterdagmiddag inderhaast dicht op het speelveld geplaatste tribunes waren eigenlijk te klein om de 800 bezoekers te herbergen. De topclubs uit Den Helder en Den Bosch reisden met knikkende knieën af naar de heksenketel in Urk.

Met zijn broer Ritske volgde Graddus een cursus verzorger, waarna hij masseur werd van het mannen- en vrouwenteam. In die hoedanigheid kreeg hij als vanzelf de rol van vertrouwenspersoon en aanspreekpunt van nieuwe spelers. Hij kon met een praatje mensen het gevoel geven dat ze ertoe deden en zich thuis voelden.

Problemen loste hij op met humor, bijvoorbeeld toen de Amerikaan Michael 'Spiderman' Johnson zich na een avond stappen niet in staat achtte om te trainen. Graddus gaf hem een grote witte pil die de hoofdpijn dempte en de adrenaline liet stromen. Later werd er gelachen om zijn dopingvondst: pepermunt.

De waardering van Orca's was net zo groot als zijn toewijding voor de club. Op de cover van het jubileumboek 1963-1988 prijkt een actiefoto van Graddus, ofschoon hij sportief geen grootheid was. Hij speelde wel een hoofdrol als archivaris, met de plakboeken die hij vanaf 1981 elk seizoen samenstelde.

Toen in 1989 Urk landelijk nieuws werd met het oppakken van de wethouder in verband met fraude op de visafslag, zat Graddus dagelijks in de bibliotheek waar Ria inmiddels directeur was. Knippend en plakkend stelde hij van nieuwsartikelen een boek samen dat werd vermenigvuldigd en uitgeleend. Dat deed hij, bijgestaan door vrijwilligsters, vervolgens ook over de visserij, Urk in het algemeen en sport in het bijzonder.

De originele plakbladen liggen in het archief van het Nieuw Land Erfgoedcentrum in Lelystad, gekopieerde versies thuis op zolder. Ook voor dirigent Pieter Jan Leusink verrichtte Graddus knip- en plakwerk. De standaard verjaardagswens: Prittstift met plakboek.

Kleindochter

Zijn zorgzame kant toonde hij vooral toen zijn oudste kleindochter Corina met een ernstige handicap werd geboren. Graddus was er kapot van en paste zijn leven erop aan. In de moeilijkste eerste jaren stond hij elke dag klaar voor Corina en haar ouders.

Graddus zag tot zijn vreugde zoon Bert en dochter Anita bij Orca's spelen; luttele weken voor zijn dood ook nog een kleindochter. Het gelukkigst was hij in de periode met Anita, waarbij Ria als manager fungeerde en hijzelf als verzorger. Toen Anita stopte en Orca's met De Schelp een echte sporthal kreeg, nam Graddus afstand van het basketbal en werd hij na 28 jaar weer koorzanger.

De kinderen waren zelfstandig, hij kon met steun van Ria voor zichzelf kiezen. Muzikaal was hij altijd geweest, in zijn kinderjaren speelde hij al orgel en piano, bij muziekvereniging Valerius blies hij, zoals hij het zelf zei, op de toeter.

In Waaiershoek was weleens een aria te horen geweest. Of anders thuis onder de douche of in het trappenhuis. Maar als Graddus echt oefende, wilde hij niemand in de buurt hebben. Dan trok hij zich terug op zolder met zijn keyboard.

Na zijn pensionering in 2002 was er alle tijd. Naast het Urker Mannen Ensemble sloot hij zich aan bij Bach Choir of the Netherlands en Holland Boys Choir waarmee hij zong in de mooiste kerken en concertzalen. Zeventig, tachtig concerten per jaar, geen Matthäus Passion wilde hij missen.

Met zijn jong gebleven geest vond hij ook hier zijn rol als verbindende factor tussen de veelal jongere zangers en dirigent Pieter Jan Leusink. In Leusink vond Graddus de ideale leidsman. Iemand die zingen als topsport beschouwt en net als hij veeleisend en gedreven is. Er vol voor gaan, dat gaf hem vertrouwen.

In de periode dat een van de zangers een aantal repetities had overgeslagen, was een meerstemmig ingewikkeld stuk ingestudeerd. Graddus besloot hem een lesje te leren: meteen beginnen ermee, het slachtoffer viel door de mand. Waarna het in humor verpakte verwijt volgde: je was er zeker een paar keer niet?

Leusink noemt Graddus een opvallende, atypische Urker, een vrije geest. Een aimabele man met hoge sociale intelligentie en grote gedrevenheid, die volop van zingen kon genieten zonder er iets mee te hoeven zijn.

Op zijn 65ste werd bij Graddus cystenieren geconstateerd. Vier jaar kon hij het nog stellen zonder dialyse, maar met de ontstekingen volgde de verzwakking en uiteindelijk de afhankelijkheid van Ria. Het schuldgevoel dat erin sloop tegenover de andere koorleden probeerde Leusink zo lang mogelijk weg te praten.

Drieënhalf jaar geleden kwam hij uitgeput en gedesillusioneerd thuis van een repetitie in Bolsward. Sindsdien heeft Graddus nooit meer een noot gezongen, een muziekboek geopend of thuis naar muziek geluisterd. Dat was Graddus: alles of niets.

Graddus Brouwer werd geboren op 4 februari 1940 in Urk. Hij stierf aldaar op 4 april 2016.

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

In traditionele klederdracht zoals hij die ook droeg in het Urker Mannen Ensemble.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden