Kan iemand Diego Maradona tegenhouden?

Wat heb ik een spijt dat ik na de ronkende aankondiging dat 'Diego Armando Maradona het nog steeds kan' televisie ben blijven kijken. Echt. Ik had het ding uit moeten zetten.

Natuurlijk, ik weet heus wel dat de man die ooit de beste voetballer ter wereld was, al jaren veel te dik is. Dat hij ernstige drugs- en de alcoholproblemen had, of heeft - wie zal het zeggen.

Maradona is inmiddels van middelbare leeftijd, dat is me echt niet ontgaan. Hij heeft grijze haren en rimpels.

Maar telkens als ik hem op tv zag, als coach van het Argentijnse elftal, als vriend van Fidel Castro of als ster in een of andere televisieshow, had hij een pak aan. Of in ieder geval: geen sporttenue. Dus kon ik mijn ogen nog een beetje sluiten voor de werkelijkheid. De werkelijkheid die het Sportjournaal me dit weekend rauw op mijn dak donderde.

Daar staat hij, de man die ooit een legendarische voetballer was, klaar om een wedstrijd te spelen: een dikke, vette pad in een groen tenue, op een Marokkaans veld, om met Afrikaanse voetballers te vieren dat de Spaanse kolonisator in 1975 Marokko verliet.

George Weah uit Liberia is erbij. Mohammed Aboutrika uit Egypte. En ook Badr Hari - inderdaad, de vechtsporter, staat in het veld. Wat Maradona daar op dat Marokkaanse feest doet? Geen idee.

Hij lijkt wel een groene skippybal temidden van zijn meer atletische gelegenheidsteamgenoten - al is hij stukken minder beweeglijk dan een skippybal, constateer ik, en ik schaam me voor mijn eigen gedachten.

Op het moment dat Maradona de bal krijgt, lijkt het beeld te vertragen. De verdedigers om hem heen komen tot stilstand. Ze blijven staan. Kijken. Alleen Maradona beweegt. Langzaam. Hij speelt om het mannetje voor hem heen - of eigenlijk blijft die gewoon staan, twee handjes in de lucht, als een volleyballer klaar om te blokkeren.

Maradona neemt de bal op zijn linkerschoen en schopt een lullig schopje. Zijn been zwabbert er als gummi achteraan. Met een slome boog vliegt de bal richting doel. De keeper kijkt, kijkt nog eens en duikt dan perfect getimed volledig mis.

Goal.

Pluisje juicht. Wordt omarmd en geknuffeld door zijn teamgenoten. Zwaait naar het publiek. Slaat een kruis op zijn vette borst. Zinkt log op één knie in het gras, de handen devoot tegen elkaar, als wil hij de hemel danken voor dit werelddoelpunt. De tranen springen me in de ogen. Wat vreselijk. Wat afschuwelijk. Wat een potsierlijkheid.

Diego Maradona, ik wil hem mij herinneren als de man van de weergaloze dribbels. De man van de genadeloze punters, recht het doel in, of juist met een fenomenale krul. De man die de goal van de eeuw maakte, vlak nadat God hem naar eigen zeggen een handje had geholpen.

Ik wil hem mij herinneren als de man die in het Olympisch Stadion in München met de bal toverde op de klanken van Live is life. Veters los, nonchalant, alsof niemand keek, maar o wee - hij wist maar al te goed dat hij daar een wereldshow aan het geven was.

Toen kon Maradona dat. Nu niet meer. De poging, dit weekend in Marokko, was om intens verdrietig van te worden. Dat hij zichzelf zoiets aandoet, is al erg genoeg. Dat die beelden dan ook nog eens de hele wereld over gaan, is misdadig. Heiligschennis. Het had verboden moeten worden. Want in een heel enkel geval wil je iemand nog vóór hij dood is, blijven herinneren zoals hij was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden