Analyse

Kan het roulette-voetbal van Ajax het Nederlandse voetbal tot bloei brengen?

Na winst in het Europa Cup-toernooi voor landskampioenen in 1972 word de ploeg van Ajax ontvangen op het Catshuis dor premier Biesheuvel (met beker) en staatssecretaris Vonhoff.Beeld ANP

Als een Nederlandse club voor het eerst sinds 2002 - na Feyenoord toen in de Uefa Cup - in een Europese finale staat - en Ajax zelf voor het eerst sinds 21 jaar - is dat dan een incident of het begin van nieuwe bloei? 

Dat laatste is moeilijk te geloven na jaren waarin het Nederlandse voetbal in een crisis belandde, zowel de nationale ploeg als de clubs die daalden op de Europese ranking. Een incident dan? Misschien dat toch ook niet.

Het zijn de onvermijdelijke vragen bij een al ongekend succes, een finaleplaats in een toernooi waarin hooguit de kwartfinale als de norm voor Nederlandse clubs mocht gelden. Onvermijdelijk zijn ook de vergelijkingen, omdat het Ajax betreft, 's lands meest succesvolle club. Ajax staat voor zijn tiende Europese finale, de voorgaande worden dezer dagen uitvoerig opgerakeld. Het past in de sferen, maar hoe gegrond kan het zijn?

De Europa Cup I-finales van 1969, 1971, 1972 en 1973: een ander, onvergelijkbaar tijdsgewricht. Ja, het team was destijds opgebouwd door coach Rinus Michels, zoals nu de hand van trainer Peter Bosz duidelijk is te zien, prediker van aanvallend, gedurfd spel.

Maar diep in de vorige eeuw speelden hoofdzakelijk Nederlanders nog met elkaar, en ze bleven elkaar en de club in het nog niet van miljoenen doordrongen voetbal toch iets langer trouw. Bosz stelde in de tweede halve finale tegen Olympique Lyon (en vanavond waarschijnlijk weer) zeven buitenlanders op - rijkere clubs volgen alle spelers en wie weet waar ze dan in het nieuwe seizoen spelen.

Reële doelen

Ajax' opmars in de Uefa Cup in het seizoen 1991-1992, bekroond met de eindzege, vertoont meer overeenkomsten met die van nu. Louis van Gaal kneedde destijds een nieuwe, jonge ploeg - nog niet klaar voor het grotere werk, wel voor het Europese toernooi van minder allure. Het verschil: in de verhoudingen van toen, in het nog steeds niet van miljoenen doordrenkte voetbal, kon die ploeg na verdere verfijningen ook het grote toernooi winnen, de Champions League in 1995, en de finale ervan een jaar later nog eens bereiken.

Dat kan nu niet meer. Johan Cruijff, die Ajax sinds eind 2010 enkele jaren trachtte te hervormen, beoogde een terugkeer aan de Europese top. Maar zijn discipelen stellen zich reëlere doelen. Incidenteel nog eens een paar rondjes verder komen in de Champions League zou al mooi zijn, beseft directeur Edwin van der Sar, de doelman van de ploeg van 1995 (en die van 1992 en 1996).

Als er dan vergeleken moet worden, lijkt het Ajax van nu het meest te vergelijken met dat van 1987 - meer dan met dat van 1988, om dan ook de resterende van de negen voorgaande finales maar te noemen. Ajax won de Europa Cup II in 1987 met een door Johan Cruijff als trainer gevormd team. Een jaar later was de ontslagen Cruijff er niet meer bij. De finale werd verloren met een al minder tot de verbeelding sprekende ploeg.

Die van Cruijff was voordien niet sterk of stabiel genoeg geweest om op meer fronten te winnen. Cruijff werd als coach nooit kampioen met Ajax. Voor de huidige trainer Bosz was Cruijff een voorname inspirator, en zie: ook zijn Ajax bleek, in zijn eerste seizoen, in eigen land niet de beste. Er gingen punten verloren, heet het, aan de inspanningen in Europa en aan de omslag in de speelstijl.

Geen toeval

Kan die stijl Nederland de weg omhoog wijzen? Het mag op de drempel van de finale nog de vraag zijn. Het is broos: Ajax speelde soms prachtig, in de eigen Arena, maar buiten Amsterdam bleef het met kunst- en vliegwerk op de been. Het was je reinste roulette-voetbal: aanvallend opwindend, verdedigend streng beschouwd te open. Het talent van de spelers kan de hoop wekken dat dit geen incident is. Maar het begin van nieuwe bloei?

De Nederlandse voetbalgeschiedenis leert dat bloei werd gebracht door strakkere handen, die van Michels en Van Gaal. Zij sloten graag het toeval uit, voor zover natuurlijk mogelijk in een balsport. Ajax-trainer Bosz spreekt ook met bewondering over het Ajax van de jaren negentig, dat van Van Gaal. Kan en wil hij, en kan Ajax, in dit tijdsgewricht straks de denkbeeldige stap nog maken van 1987, van de relatief roekelozer Cruijff, naar die jaren negentig waarin Van Gaal gruwde van de risico's van roulette-voetbal?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden