Kan het echt, schone groei?

Brekend: de economie kan groeien zonder dat de uitstoot van CO2 toeneemt. Een omslagpunt, klinkt het opgelucht. Nederland is nu nog de opvallende uitzondering.

Het is eindelijk mogelijk. De wereldwijde economie kan groeien, terwijl de uitstoot van CO2 door het gebruik van kolen, olie en gas niet toeneemt. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) maakte dat nieuws vorige week bekend. Vorig jaar kon het IEA dat ook al melden, tot zijn eigen verrassing. Toen bleef de organisatie die de energiestromen in de wereld bijhoudt nog voorzichtig, misschien is het een eenmalige uitkomst. Nu de uitstoot voor het tweede jaar achter elkaar vrijwel stabiel is, kan de vlag uit.

Ontkoppeling is het toverwoord

De 'ontkoppeling' van economische groei en CO2-uitstoot is nu 'bevestigd'. "Nog maar een paar maanden na de mijlpaal die is bereikt met het klimaatakkoord in Parijs, is dit een volgende impuls voor het mondiale gevecht tegen klimaatverandering", stelt het IEA optimistisch.

De prestatie komt op het conto van de Verenigde Staten en China. De twee grootste uitstoters zagen hun CO2-emissies uit energie dalen. De VS kregen dat voor elkaar door de schaliegasrevolutie. De zoektocht naar gas door het 'kraken' van steenlagen drukte de kolen uit de markt. China probeert de enorme kolenconsumptie terug te brengen en over te schakelen op een economie die meer op diensten is gericht. Dat is de snelste manier voor het land om de internationaal afgesproken CO2-doelen te halen en iets te doen aan de luchtverontreiniging in de grote steden. China is inmiddels de grootste investeerder in hernieuwbare energie uit wind, zon en waterkracht.

Nederland groeit ouderwets

Geheel tegen de trend in is Nederland in 2015 juist weer gaan 'koppelen: de economische groei leidt tot meer uitstoot van broeikasgassen. En niet zo'n beetje ook. In het derde kwartaal van vorig jaar, de laatste cijfers die voorhanden zijn, nam de uitstoot van CO2 met 6,8 procent toe vergeleken met een jaar eerder. De economie groeide lang zo hard niet, met 1,9 procent. Die hoge uitstoot is vooral te wijten aan de kolencentrales. Kolen zijn relatief goedkoop. Gas is duurder en dus draaien gascentrales, die de helft minder boeikasgas uitstoten, op een laag pitje.

In 2014 daalde de CO2-uitstoot in Nederland wel, met bijna 5 procent vergeleken met een jaar eerder. Dat was met name te danken aan een zeer warme winter, huishoudens verstookten minder gas. Het gebruik van kolen vertoont al jaren een stijgende lijn. Tussen 2010 en 2014 nam het aandeel van kolen in de productie van elektriciteit toe van 19 procent naar 29 procent. Het aandeel van gas zakte van 62 naar 48 procent.

Maar Nederland is een uitzondering

Inderdaad. De wereldeconomie wordt ieder jaar iets minder 'koolstofintensief'. Dat wil zeggen dat de economie harder groeit dan de uitstoot van broeikasgassen die nodig zijn voor die groei. Sinds de eeuwwisseling is de 'koolstofintensiteit' met gemiddeld 1,3 procent per jaar gedaald, blijkt uit de Low Carbon Economy Index die adviesbureau PwC bijhoudt. Net als het IEA ziet het bureau een trendbreuk. In 2014 was de daling van de index maar liefst 2,7 procent, maakte het onlangs bekend. Een omslagpunt, concludeerde PwC, 'de eerste signalen dat economische groei ontkoppelt van de uitstoot van CO2'. Over 2015 heeft PwC, anders dan IEA, nog geen cijfers.

Er zijn nog wel landen die relatief juist meer de lucht in moeten blazen voor hun inkomen: Zuid-Afrika, India, Brazilië, Saudi-Arabië en Turkije. Maar grootste uitstoter China slaagt er in economisch te groeien met verhoudingsgewijs minder uitstoot. De koolstofintensiteit daalde er in 2014 met 6 procent. Nederland scoorde in dat jaar overigens ook nog aardig, met 7,8 procent afname, vanwege die warme winter. Dat zal over 2015 anders uitpakken. Het Verenigd Koninkrijk wist in 2014 het sterkst te 'ontkoppelen': de koolstofmaatstaf nam met krap 11 procent af.

Goed nieuws dus?

Het gaat de goede kant op, maar adviesbureau PwC is niet zo juichend als het Internationaal Energie Agentschap IEA. Gemiddeld daalt de CO2-intensiteit van de wereldeconomie sinds 2000 dus met 1,3 procent per jaar. In 2014 was er die opvallende versnelling en daalde de CO2-intensiteit met 2,7 procent. Maar wat is nodig om de opwarming van de aarde tot twee graden te beperken? Ook dat rekende PWC uit en dan blijkt dat die opgave gigantisch is. De koolstofintensiteit van de economie moet dan ieder jaar met 6,3 procent dalen. De uitschieter in 2014 komt daar nog niet eens in de buurt. 'Dit is zonder verregaande internationale klimaatmaatregelen een onrealistisch scenario', constateert PwC.

Gaat de wereld door op de gemiddelde 'ontkoppeling' van 1,3 procent per jaar dan is in 2036 het 'koolstofbudget' al op. Ofwel, dan is er al zoveel broeikasgas uitgestoten dat de twee graden opwarming bewaarheid worden. De planeet stevent dan recht op de vier graden warmer af, met alle risico's voor klimaatgevoelige gebieden van dien. Die 'impuls voor het mondiale gevecht tegen klimaatverandering', waar het IEA zo opgelucht van rept, is dus niet zomaar werkelijkheid.

Meer klimaatbeleid nodig? Dat kost dan toch groei

Dat de strijd tegen broeikasgassen ten koste gaat van economische groei, is nog altijd het dominante denken. Regeringen zeggen zich met hart en ziel in te willen zetten om het ambitieuze, in Parijs afgesproken doel van niet twee graden maar zelfs 'ruim minder dan twee' te gaan halen. Direct daarachter volgt echter altijd een groot 'maar': dat moet wel tegen de laagst mogelijke kosten en het mag niet ten koste gaan van de economische groei. In de hoofden van politici en beleidsmakers huist nog een tegenstelling tussen economische groei en terugdringen van broeikasgassen.

Deze manier van denken is aan het schuiven. Wat daarbij helpt is het inzichtelijk maken van wat fossiele brandstoffen de samenleving kosten. Aan directe en impliciete subsidies geeft de wereld daar jaarlijks ruim 5000 miljard dollar aan uit, 6,5 procent van het totaal verdiende inkomen, zo bracht het Internationaal Monetair Fonds (IMF) afgelopen jaar in kaart.

Het IMF keek niet alleen naar de directe steun, maar ook naar de schade van kolen, olie en gas. Dat zijn 'externe effecten' die nu niet in de prijs tot uitdrukking komen. Zou de prijs daarop worden aangepast, dan gaat de CO2-uitstoot met 20 procent omlaag en neemt de wereldwijde welvaart ook nog eens toe met 2,2 procent, volgens het IMF. Als fossiele brandstoffen met bijvoorbeeld een CO2-belasting duurder worden, verlegt de olietanker die de wereldeconomie is, makkelijker de koers. Investeringen in schone technologie en hernieuwbare energie worden aantrekkelijker. Groene groei wordt het dan.

Opgelost dus, groene groei is mogelijk?

Het kan, maar hoe snel? Een wereldwijde belasting op koolstof stond in aanloop naar 'Parijs' veelvuldig op allerlei agenda's. Als puntje bij paaltje komt, stuit het door economen bewierookte idee op praktische bezwaren, industriële lobby's en korte horizonnen.

Reden voor sommige wetenschappers om het over een andere boeg te gooien. De vraag is helemaal niet, redeneren zij, of de economie tegelijk kan groeien en minder CO2 kan uitstoten. Die benadering komt telkens uit op zinloze ideologische discussies en doet geen recht aan de situatie waarin de planeet zich bevindt. De kwestie is veel meer: valt er sowieso nog te groeien in een wereld die lijdt onder klimaatverandering? Hun antwoord is: nee. De economische risico's die gepaard gaan met opwarming van de aarde, worden enorm onderschat, schreven wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten van Berkeley en Stanford afgelopen herfst in het tijdschrift Nature. Niet alleen arme landen, ook de rijke gaan welvaart inleveren als het klimaatbeleid niet wordt aangescherpt. In 2100 zal 77 procent van de landen armer zijn als de wereld op de huidige voet doormoddert. Conclusie: voor het behoud van economische groei zijn juist rigoureuze maatregelen tegen opwarming broodnodig.

Meer kennis nodig over klimaat en economie

De studie van Stanford is een van de weinige brede onderzoeken naar het verband tussen het klimaatverandering en de wereldeconomie. Tot nog toe komen de voorspellingen vooral uit rammelende modellen, stelde de gezaghebbende Britse econoom Nicholas Stern vorige week in hetzelfde Nature. Hij wijst naar het klimaatpanel IPCC dat bestaande studies in kaart bracht. Dat levert niet veel op. De economische gevolgen zijn 'moeilijk in te schatten', zegt het panel, en berekeningen stoelen op 'discutabele veronderstellingen'.

Daar komt bij dat de modellen niet kunnen omgaan met de mogelijke 'omslagpunten' in het klimaat. Als de opwarming de 1,5 graden nadert, kan bijvoorbeeld de zeespiegel veel sneller gaan stijgen dan daarvoor, waarschuwen klimaatonderzoekers. Met zulke 'tipping points' houden economische modellen geen rekening.

Er is veel meer kennis nodig, vindt Stern en daarom heeft hij in 2014 de organisatie New Climate Economy in het leven geroepen. Binnen dat verband moeten economen samen met ingenieurs en andere wetenschappers betere modellen ontwikkelen voor klimaatschade. Dat moet volgens de Brit helpen om het, in zijn ogen oneigenlijke, debat over de afruil tussen economische groei en lagere CO2-uitstoot, van tafel te krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden