Kan een hersenscanner een leugenaar betrappen?

Deze vraag houdt wetenschappers flink bezig. Ze hebben er de afgelopen jaren zo’n vijftien studies naar uitgevoerd. Kern is dat je hersenen, als je de waarheid vertelt, geen extra moeite hoeven te doen. Ga je liegen, dan moeten ze extra hun best doen om de waarheid te onderdrukken. Meer hersengebiedjes worden dan actief, waardoor ze oplichten op een hersenscan.

In zo’n studie moeten proefpersonen bijvoorbeeld een speelkaart trekken en dan liegen over welke kaart ze hebben. „Bij zulke eenvoudige testjes scoort de hersenscanner tussen de 78 en 90 procent”, zegt Ewout Meijer, psycholoog van de Universiteit van Maastricht. Hij hoopt te promoveren op onderzoek naar de vraag hoe je de aan- of afwezigheid van daderkennis kunt aantonen. „Die studies hebben wel allemaal connecties met bedrijven die de hersenscanner als leugendetector willen gebruiken.”

Tussen de 78 en 90 procent? Dat levert in de rechtszaal geen enkele bewijskracht. De fundamentele problemen zijn legio en lijken onoverkomelijk. Meijer: „Er is niet één type leugen, er is niet één leugenreactie in de hersenen, en er is niet één leugencentrum. Bovendien zijn de individuele verschillen tussen mensen groot. Liegen is een complex cognitief proces. Je kunt alleen kijken naar processen die indirect met liegen te maken hebben.”

Als dat nog niet genoeg obstakels zijn, dan staat de leugendetector nog voor een probleem met de logica: liegen gaat gepaard met onderdrukking in de hersenen, maar dat betekent niet dat onderdrukking liegen aantoont. „En daarmee zijn we bij hetzelfde fundamentele probleem dat de bijna een eeuw oude polygraaf heeft”, aldus Meijer. De polygraaf meet fysiologische reacties die samenhangen met zenuwen, zoals de huidgeleiding. Nu gaat liegen vaak gepaard met zenuwen, maar dat betekent niet automatisch dat iemand die zenuwachtig is liegt.

En hoe zit het met de basisinstelling van de hersenen? Kun je die niet zelf veranderen als je de leugen maar lang genoeg volhoudt? „Dat zou best kunnen”, denkt Meijer. „Uit experimenteel onderzoek buiten het terrein van de leugen weten we dat die basisinstelling makkelijk te veranderen is.”

Ondanks alle fundamentele problemen, is de hersenscanner als leugendetector toch al commerciële praktijk. Bij het Amerikaanse bedrijf No Lie MRI kun je voor tienduizend dollar al een hersenscan laten maken die zou moeten aantonen dat je niet liegt, stel dat je wordt beschuldigd van een misdrijf. Op zijn website beweert het bedrijf dat de detector een betrouwbaarheid van 90 procent haalt, ’die waarschijnlijk stijgt tot 99 procent wanneer de No Lie MRI is uitontwikkeld’.

Meijer: „Ze gebruiken een cirkelredenering. Wanneer haalt het apparaat 99 procent? Als het uitontwikkeld is. Wanneer is het apparaat uitontwikkeld? Als het 99 procent haalt. Maar sowieso is hun claim absolute onzin. 99 procent is onhaalbaar. De fundamentele problemen van de leugendetectie los je niet op met een betere hersenscanner.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden