Analyse

Kan de premier landgenoten doodwensen?

Premier Mark Rutte. Beeld anp
Premier Mark Rutte.Beeld anp

Uitgereisde jihadisten kunnen beter daar sneuvelen dan terugkeren naar Nederland. Tijdens het RTL-verkiezingsdebat schaarde Mark Rutte zich donderdagavond als enige partijleider achter die stelling. Kan de premier landgenoten doodwensen of zou hij zich daar verre van moeten houden? Twee visies.

Ja, dat kan hij zeggen. We bombarderen ze toch ook al in Irak?

Ruttes uitspraak dat Nederlandse jihadgangers beter kunnen sneuvelen dan terugkeren en de verontwaardiging daarover raken de kern van hoe Nederlanders tegen oorlog aankijken. Militaire missies, oké, maar dan het liefst om politieagenten te trainen en onschuldige burgers te beschermen. Geen burgerslachtoffers, geen dode soldaten - eigenlijk helemaal geen vloeiend bloed graag.

Maar oorlog is oorlog. In de woorden van de Pruisische oorlogswetenschapper Clausewitz gaat het daarbij om het streven naar politieke doelen met militair geweld als een van de middelen. Dat middel manifesteert zich in de vorm van verwarring en rauw bloedig geweld. Het militaire handwerk bestaat uit infanteristen (soldaten te voet) die de vijand van dichtbij uitschakelen, tot de laatste kogel en daarna desnoods met de bajonet. 'Schieten om te doden', zoals het Britse militaire handboek heette voordat het de meer politiek correcte titel 'effectief vuur' kreeg.

Rauwe middelen
Hoewel de Nederlandse missie tegen IS ook geld uitgeeft aan debattraining voor Syrische bannelingen, is het in essentie Clausewitziaanse oorlogvoering. Voor het politieke doel IS als organisatie te vernietigen worden rauwe middelen aangewend. Nederlandse F-16s beschieten vanaf lage hoogte met hun boordkanon voertuigen. De explosieve granaten doorboren een jeep en veroorzaken binnenin brand. De aanwezige IS-strijders komen om in een zee van vuur en ontploffende munitie en diesel. Slechts een verkoold lichaam resteert. Mogelijk van een Nederlandse jihadganger.

Nederlandse beleidsbepalers beschrijven de missie graag in afstandelijke termen. Er worden geen vijandelijke strijders gedood, maar doelwitten geraakt. Nieuwsberichten van Defensie vermelden ook nooit aantallen gedode strijders, iets wat de Amerikanen nog wel doen. Deze schone Haagse schijnwerkelijkheid kan de gedachte oproepen dat zwaarbewapende vijandelijke strijders idealiter gezien ook wel opgepakt en berecht kunnen worden.

Harde gevechten op leven en dood
Maar bij de strijd tegen IS valt niet te ontkomen aan een militaire aanpak, schrijft de Amerikaanse krijgsdeskundige Audrey Cronin deze maand in het blad Foreign Affairs. Islamitische Staat is geen klassieke clandestiene terreurorganisatie die afdoende bestreden kan worden door leden op te pakken en financiering af te snijden. De groep heeft namelijk een thuisbasis gecreëerd waar het belasting heft en rekruten traint. Daartegen moet oorlog gevoerd worden.

Harde gevechten op leven en dood zijn daarvan een integraal onderdeel, zo zien ook Nederlandse veteranen graag benadrukt. De Nederlandse première van de film 'American Sniper', over een Amerikaanse sluipschutter in Irak, werd vorige maand georganiseerd in samenwerking met Defensie.

Amerikaanse aanpak
Volgens de aanwezige kolonel Jan Swillens, commandant van het Korps Commandotroepen, is de film een goede manier om het publiek bekend te maken met wat een militair ondergaat. "Nederlanders hebben in Afghanistan net zo gevochten als hoofdpersoon Kyle. Dat is bij Nederlanders niet zo bekend, en daardoor missen sommige militairen erkenning."

Bij de harde 'Amerikaanse' aanpak waar ook de Nederlandse missie in Irak nu voor kiest, gelden de regels van het oorlogsrecht. Dan is het doden van vijandelijke strijders toegestaan. Hopen dat de Nederlandse missie er in slaagt zoveel mogelijk vijandelijke strijders, waaronder Nederlanders, te doden schuurt dus op geen enkele wijze met de internationale rechtsorde zoals die in de grondwet staat. Het internationale recht verbiedt oorlogsmisdaden, maar stelt militair succes op zich niet strafbaar.

Partijleiders Diederik Samsom (PvdA), Alexander Pechtold (D66) en Mark Rutte (VVD) heffen het glas na het RTL-verkiezingsdebat. Beeld anp
Partijleiders Diederik Samsom (PvdA), Alexander Pechtold (D66) en Mark Rutte (VVD) heffen het glas na het RTL-verkiezingsdebat.Beeld anp

Nee, dat kan hij beter niet zeggen. Zo krijg je jihadisten nooit meer op het rechte pad.

"Ik weet zeker dat het grootste deel van Nederland het met mij eens is", zei Rutte nadat hij op zijn stellingkeuze werd aangesproken. Wellicht heeft de premier gelijk, maar is klare taal die de meerderheid aanspreekt ook de verstandigste strategie om Islamitische Staat te bestrijden?

Onderzoekers van de Britse Universiteit King's College Londen hebben veelvuldig contact met jihadgangers. Daaruit blijkt dat velen teleurgesteld zijn in het kalifaat van IS, en best terug zouden willen naar Europa om onder begeleiding weer in de samenleving te integreren. Maar dan moeten ze wel een beetje welkom zijn, en niet per definitie als barbaarse koppensneller gezien worden. De harde taal van Rutte is dus ideaal voor de leiding van IS. Het helpt deserties te voorkomen en zorgt voor eenheid binnen de eigen groep.

Bijval
Ook al stond Rutte in het debat gisteren alleen, de harde lijn krijgt wel bijval. Burgemeester Aboutaleb van Rotterdam vindt dat radicalen maar moeten vertrekken naar IS als het hen in Nederland niet bevalt. De Kamerfracties van CDA, VVD en PVV willen de Nederlandse identiteit van uitgereisde jihadisten afnemen, zelfs als zij daardoor stateloos worden. In dat geval kunnen ze dus eigenlijk nooit meer weg uit de Islamitische Staat. Voor kalief Al-Bagdadi een ideale situatie.

Bij de bestrijding van jihadisme in Nederland kan een al te repressieve aanpak ook averechts werken. Uiteindelijk wordt radicalisering vaak als eerste opgemerkt door mensen die dichtbij de persoon staan, zoals familieleden en vrienden maar ook leraren of collega's. Die maken zich oprecht zorgen als een bekende ineens gefascineerd naar beelden van IS kijkt. Ze willen graag ergens aankloppen zodat hun kind of leerling hulp krijgt, voordat hij of zij misdaden begaat en naar de gevangenis moet of in Syrië zit.

Om als overheid die medewerking van bezorgde burgers te krijgen, moeten er wel hulptrajecten worden aangeboden, en een beeldvorming bestaan dat ambtenaren willen helpen. Uitspraken dat een jihadist maar beter sterft, kunnen delen van de Nederlandse moslimgemeenschap vervreemden van de overheidsaanpak. Juist dat maakt preventie en detectie van radicalisering in de moslimgemeenschap lastig.

Buitenlandse inlichtingendiensten
Daarnaast zou Nederland vreemd opkijken als andere landen de stelling van Rutte, Aboutaleb en consorten overnemen. Van bijvoorbeeld Pakistan wordt verwacht dat de overheid actief naar terroristen speurt, tegen het Westen gerichte complotten verijdelt, en informatie deelt met buitenlandse inlichtingendiensten. Als de regering in Islamabad openlijk zou verklaren dat gewelddadige radicalen maar naar Londen of New York moeten vertrekken om daar te sneuvelen was de wereld te klein.

Nederland en Europa kunnen alleen rekenen op de voor terreurbestrijding noodzakelijke medewerking van buitenlandse inlichtingendiensten als zij zich zelf ook bereidwillig opstellen. Daarbij hoort een uiterste inspanning om Nederlandse jihadisten als Nederlands probleem op te lossen. In eerste instantie door radicalisering en uitreizen te voorkomen, en als dat niet lukt door hen in Nederlandse rechtbanken en gevangenissen te krijgen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden