Kan de bangelijke mens nog steeds wat leren van Zorbás de Griek?

Teder de sandouri uit de doeken halen - alsof je een vijg schoonmaakt, een vrouw uitkleedt

In het voorwoord bij 'Leven en wandel van Zorbás de Griek' karakteriseert de auteur Nikos Kazantzakis zijn held als een vent die 'alle omheiningen - moraal, godsdienst, vaderland - kon slopen die de stakkerige, bangelijke mens om zich heen opgericht heeft om zijn leventje veilig en wel te beredderen.' En, voegt hij er aan toe: 'deze man had wat een pennenlikker nodig had om gered te worden.'

Met die pennenlikker doelt hij op zichzelf. De Griekse schrijver (1883-1957) was zijn leven lang een spirituele zoeker die zijn inspiratie zocht bij uiteenlopende meesters als Christus, Boeddha en Homerus, bij het nihilisme van Friedrich Nietzsche en het 'élan vital' van Henri Bergson. In Kazantzakis' visie staat de mens er helemaal alleen voor in het leven, en moet hij in zichzelf de kracht vinden om met het bestaan in het reine te komen. Uiteindelijk kwam hij uit op 'Ik hoop niets, ik vrees niets, ik ben vrij' - een motto dat ook zijn graf en vele T-shirts in Griekse boetieks siert, en dat afkomstig zou kunnen zijn van Zorbás, hoofdpersoon uit zijn beroemdste roman, geschreven tussen 1941 en 1943.

Het nu opnieuw in vertaling uitgegeven boek bracht de auteur wereldfaam, na de verfilming in 1964 met Anthony Quinn als Zorbás. Dat was een typische Hollywoodbewerking die ongetwijfeld heeft bijgedragen aan het imago dat de Grieken ook in de huidige crisis aankleeft: losbollen, potverteerders.

De roman verhaalt van de confrontatie tussen de intellectuele ik-verteller, onmiskenbaar Kazantzakis' alter ego, en de ongeletterde levenskunstenaar Zorbás. Terwijl de tobberige 35-jarige verteller de raadsels van het bestaan diep nadenkend probeert te ontrafelen, viert de 65-jarige Zorbás elke dag alsof het zijn laatste is.

De mannen leren elkaar kennen in een koffiehuis in de haven van Piraeus. Op Kreta gaan ze samen een bruinkoolmijn exploiteren (een arbeideristisch uitstapje van de kamergeleerde) maar dat project is slechts een alibi. "Wat ons betreft kon de zon niet vlug genoeg ondergaan, want dan gingen de arbeiders naar huis en konden wij met ons beiden op het strand neerstrijken om onze smakelijk boerenmaaltijd naar binnen te werken, de volle Kretenzische wijn te drinken en onze gesprekken te beginnen."

In die gesprekken leren we Zorbás kennen als een illusieloze man die zich van God en de duivel geen ene mallemoer aantrekt, en er een vrije moraal op na houdt die zich uitstrekt voorbij de gangbare grenzen van goed en kwaad. Hij is de angstvalligheid voorbij, aanvaardt het leven met alles erop en eraan, en stort zich er met volle overgave in. Zijn sterke verhalen geven het boek ook het karakter van een schelmenroman.

De roman bevat ondertussen een grote rijkdom aan bespiegelingen over de diepere kwesties van het leven, maar ze is eerst en vooral een praktische demonstratie van Zorbás' levenskunst. Het is iemand die de wereld elke dag weer met de verwondering van een kind opneemt, met oog, oor en neus voor de weelderige natuur om hem heen (met veel sfeer en liefde beschreven). In alles wat hij doet leeft hij zich met 100 procent toewijding uit. Als hij midden in een gesprek zijn muziekinstrument te voorschijn haalt, schrijft Kazantzakis: "Ik kon er niet genoeg van krijgen te zien hoe voorzichtig en teder Zorbás de sandouri uit de doeken haalde waarin hij hem opgeborgen had; alsof hij een vijg schoonmaakte, een vrouw uitkleedde."

Ook op het gebied van de erotiek kan de geremde verteller wat van deze vrijmoedige vrouwenversierder leren. Menigmaal verzucht hij dat hij al de kennis die hij uit boeken heeft opgedaan zou willen uitwissen en dan 'bij Zorbás op school gaan om een nieuw begin te maken met het grote, ware alfabet!' Ondanks alle inspiratie die zijn tegenspeler biedt, beseft hij dat hij nooit een Zorbás zal kunnen worden. Maar hij kan wel over hem schrijven. En dat heeft Kazantzakis in deze tijdloze klassieker op aanstekelijke wijze gedaan, in een taal die in zijn overrompelende directheid nog niets aan frisheid heeft ingeboet. De levenslust spat van de pagina's.

Nikos Kazantzakis: Leven en wandel van Zorbás de Griek. Vert. Hero Hokwerda. Wereldbibliotheek; 366 blz. euro 24,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden