Verkiezingskoorts

Kan dat Amerikaanse kiescollege niet eens weg?

Clinton won de 'populair vote', maar Trump is verkozen tot president. Beeld AFP

De verkiezingsuitslag wordt voor Hillary Clinton met de dag beter. In de verkiezingsnacht stond ze een paar honderdduizend stemmen voor op Donald Trump, inmiddels is het al bijna twee miljoen.

En het maakt allemaal niets uit. Hoeveel stemmen er ook nog voor haar bij komen, uit districten die hun zaakjes niet op orde hadden, het zal haar niet de eerste vrouwelijke president van de VS maken. Want die stemmen komen uit de verkeerde districten. Niet uit Michigan of Florida, de 'swing states' die Trump in de wacht sleepte, maar uit Californië en New York, staten waarvan ze de stemmen in het kiescollege al lang in haar zak had.

Zo werkt het nu eenmaal in Amerika: de president wordt gekozen door dat kiescollege, gevuld met afgevaardigden van de staten. En dus kan het gebeuren dat degene die de meeste stemmen krijgt, niet de winnaar is.

Verliezen als winnaar van de 'popular vote' is in de Amerikaanse geschiedenis vijf keer voorgekomen, waarvan drie keer in de negentiende eeuw. De vierde ongelukkige was Al Gore in 2000, toen het een half miljoen stemmen scheelde.

Grondwet als geniaal document

Veel Amerikanen zien daar niets vreemds in. Het is nu eenmaal hoe het geregeld is in de Grondwet. Die wordt door links en rechts vereerd als een geniaal document, dat een democratie in het leven riep die de tand des tijds goed heeft doorstaan. Maar in een gepolariseerd land kan het toch een probleem worden: sinds die keer dat Gore verloor van George W. Bush heeft het land alleen maar presidenten gehad die volgens zo ongeveer de helft van de kiezers het land in een totaal verkeerde richting stuurden. Het beste waarop je dan kunt hopen is dat het de kleinste helft is. De komende vier jaar is het opnieuw de grootste helft.

Een ander probleem met de polarisatie in Amerika is dat politieke tegenstanders steeds meer bij elkaar wonen, waardoor een groot aantal staten tamelijk zeker Republikeins of Democratisch stemt. Je weet het nooit helemaal zeker - Michigan was voor Clinton een verrassend verlies - maar campagne voeren in Californië of New York vond niemand echt nodig. De belangen van die staten wegen tijdens de campagnes dus even wat minder zwaar dan je op grond van hun bevolkingsaantal zou verwachten. En kiezers in die staten zullen meer geneigd zijn om thuis te blijven.

Kan het ook anders? Op het eerste gezicht: nee. Om het kiescollege af te schaffen, moet je de Grondwet veranderen, en de procedure daarvoor is lang en vereist grote eenstemmigheid: een tweederde meerderheid in het Congres en daarna nog een driekwart meerderheid van de afzonderlijke staten.

Maar er is al jaren een plan in opmars om het kiescollege te omzeilen zonder dat je de Grondwet hoeft te veranderen. Het maakt handig gebruik van het feit dat elke staat zelf mag uitmaken hoe het de stemmen in het kiescollege verdeelt. De meeste staten geven alle stemmen aan de presidentskandidaat die in die staat de meeste stemmen haalt. Maar waarom zou een staat ze niet kunnen geven aan de kandidaat die in het hele land de meeste stemmen haalt?

Dat is de kern van het 'National Vote Interstate Compact', een verdrag tussen een aantal staten om precies dat te doen. Tijdens de afgelopen verkiezingsnacht was er nog niets van te merken. Om de belangen van de deelnemende staten niet te vergooien, treedt het verdrag namelijk pas in werking als er zoveel staten hebben getekend dat ze samen de meerderheid in het kiescollege hebben: 270 stemmen. Op dat moment kunnen de deelnemers het hele land hun wil opleggen: meeste stemmen gelden, landelijk.

Beeld AP

Toekomstmuziek

Zo ver is het nog lang niet. Momenteel doen er tien staten mee, en de hoofdstad Washington. Ze hebben samen maar 165 stemmen. Zoals te verwachten zijn er weinig 'swing states' bij, en veel Democratisch stemmende staten, zoals Californië en New York. En in een jaar als dit, waarin de Republikeinen beseffen dat hun president alleen dankzij het kiescollege werd gekozen, zullen staten die door Republikeinen worden beheerst het verdrag echt niet gaan tekenen.

Het idee verhelpt lang niet alle problemen met het Amerikaanse verkiezingssysteem. Het belooft het presidentschap aan degene die de meeste stemmen haalt, maar als er meer dan twee kansrijke kandidaten zijn, is het mogelijk dat iemand president wordt met bijvoorbeeld een kwart van de stemmen, terwijl driekwart van de bevolking die keus diep verafschuwt.

Om dat op te lossen, zou je moeten overstappen op een ander verkiezingssysteem. In Frankrijk hebben ze bijvoorbeeld een tweede ronde tussen de twee best presterende kandidaten, zodat de kiezers die hun favoriet zien verliezen, tenminste nog een tweede keus kunnen aangeven.

Kan zoiets ooit in Amerika aanslaan? Misschien wel. In Maine werd naast de gebruikelijke verkiezingen dinsdag ook een referendum gehouden over een verandering van het kiessysteem. Voortaan zullen de kiezers op vijf kandidaten mogen stemmen, waarbij ze een volgorde van voorkeur opgeven. Bij de uitslag wordt gekeken of iemand de meerderheid van 'eerste keuzen' heeft. Zo niet, dan valt de minst populaire kandidaat af. De stemmen van zijn of haar aanhangers gaan naar de tweede keus op hun stembiljet, en het proces wordt herhaald.

Zou Hillary Clinton onder dat systeem wel gewonnen hebben? Dat is moeilijk te achterhalen. En eigenlijk wil je het ook niet weten. Als het goed is, voer je een nieuw kiesstelsel niet in omdat het een bepaalde partij bevoordeelt, maar omdat het minder kiezers met een kater achterlaat.

Een protest tegen Trump, zondag in Philadelphia. Het is onrustig in diverse steden na Trumps overwinning. Beeld AFP
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden