Kampong int eerste hoofdprijs

UTRECHT - Het gammele erepodium bezweek weliswaar onder de hockeysters van Kampong, maar dat kwam niet door het uitbundige feestgedruis. Mat was de met 4-1 gewonnen Europa Cup 2-finale tegen Ipswich, mat was ook het ceremoniële gejubel na afloop.

“Omdat halverwege de tweede helft al duidelijk was dat we het zouden halen, waren we er al aan gewend geraakt dat we de beker wonnen,” gaf aanvoerder Jeanette Lewin als verklaring. “Bij strafballen is de ontlading altijd veel groter.” Op die manier won Kampong zowel vorig jaar als in 1994 de Europa Cup voor landskampioenen. Volgens dat beklemmende scenario mikte Lewin de afgelopen zomer in Atlanta in het gevecht om olympisch brons ook een strafbal achter de vrouw die in het paasweekeinde bij Ipswich in het doel stond, Joanne Thompson. “Maar zoals gisteren heb ik het toch liever. Al is het al die keren goed gegaan.”

Na HGC is Kampong de tweede Nederlandse club die beide Europa Cups in de prijzenkast heeft staan. De ambitieuze Utrechtse club heeft daarmee de eerste hoofdprijs van dit jaar binnen. De zinnen zijn nu - uiteraard - gezet op de landstitel. Een gelijk spelletje tegen Den Bosch, komende zondag, is voldoende om deelname aan de play-offs af te dwingen. De nationale kampioensschaal zou een tamelijk onverwachte bekroning van een vrij moeizaam verlopen seizoen betekenen. Hockeyen kunnen de vrouwen van coach Jan Willem van Hall wel, maar eigenlijk alleen als het hen heel moeilijk wordt gemaakt. “Wat dat betreft vond ik het een voordeel dat we in een zware poule waren ingedeeld,” stelt trainer Gerold Hoeben. “Wanneer de ploeg eenmaal in haar ritme zit, wordt de tegenstander steevast weggehockeyd.”

De finale speelde Kampong dan ook niet gisteren, maar gevoelsmatig reeds zondag tegen Rüsselsheimer RK. Met knap hockey werd de Duitse ploeg in de eerste helft op een onoverbrugbare achterstand gezet (2-0, treffers van Mulder en Lewin), waarna het in een afschuwelijk paars uitgedoste Ipswich niet meer dan een 'eitje' was. In het begin leek het nog even spannend, toen Fry uit een strafbal een antwoord wist op het openingsdoelpunt van Kuipers, maar daarna was het een gelopen koers. Lewin, Vossen (evenals Kuipers uit verschillende cornervarianten) en de strompelende Verhaegh klaarden het klusje. Kampong veroorloofde zich zelfs het missen van tal van kansen, waaronder een op dubieuze gronden toegekende strafbal.

Fysiek gesloopt waren ze wel, de Utrechtse hockeymeisjes. De afschaffing van de buitenspelregel leidt tot beduidend meer loopwerk voor met name de middenvelders. De verbindingsspeelsters van Kampong werden door de tactische benadering van coach Van Hall - vier middenvelders en mandekkers bij de spitsen, waardoor er voorin weinig menskracht overbleef - nog eens extra zwaar belast. “Voor iedereen is het deel waarop je speelt, groter geworden,” zegt Lewin. “Vooral de middenvelders lopen hele stukken heen en terug.”

Eén duel extra

In vergelijking met vroeger spelen hockeyers in een zwaar toernooi als de Europa Cupfinale (vier wedstrijden in vier dagen) qua inspanning één duel extra, zo heeft trainer Hoeben uitgerekend. Het systeem van de vliegende wissels biedt amper soelaas. Een coach moet het op grote toernooien - of het nu EC, EK, WK of Olympische Spelen is - met zestien spelers, inclusief twee keepers, zien te rooien. De afschaffing van buitenspel en het sterk toegenomen fysieke karakter van het spelletje maken de sport een stuk blessuregevoeliger. De nationale mannencoach Roelant Oltmans is al geruime tijd bezig met een kruistocht tegen de internationale federaties om met grotere ploegen op stap te kunnen gaan. De afgelopen week luchtte hij in Hockey Magazine, het bondsorgaan van de KNHB, andermaal zijn hart. Hij wil in de toekomst met minimaal achttien man op toernee en vindt dat in relatie tot het EK en WK voetbal nog aan de krappe kant. “Want daar mogen landen met 22 man op de proppen komen en spelen ze om de vijf dagen een wedstrijd.”

Fysiek gesloopt, mentaal gelouterd. De kracht van Kampong school het afgelopen weekeinde in het gegeven dat Van Hall steeds hetzelfde team het veld op kon sturen. Even paradoxaal is ook dat Lewin gedwongen moet worden tot het 'gaatje' te hockeyen om optimaal te kunnen renderen. Daaruit verklaart ze dat Kampong dit seizoen traag op gang kwam. Blessures zijn maar een klein deel van de oorzaak. “Als de tegenstand minder sterk is, word je automatisch laks en speel je niet zo geconcentreerd. Maar als je in de competitie de play-offs haalt, gaan andere dingen meespelen en dan staan we er ook weer.”

Lewin richt zich sinds een maand volledig op Kampong. Tot verrassing en verbijstering van bondscoach Tom van 't Hek bedankte ze in januari voor het nationale team. Het WK in eigen stad (Utrecht) is na het behalen van brons op de Olympische Spelen geen bijzondere uitdaging meer. Het heeft niets met de ambiance en de onderlinge verhoudingen te maken, maar alles met haar persoontje. De 25-jarige studente tandheelkunde, die net niet de 100 caps haalde, werd het allemaal “een beetje teveel.” “Ik had teveel verplichtingen op hockeygebied, waardoor ik steeds meer tegen een centrale training opkeek. Met de nieuwe selectie had ik bovendien geen grote band. Na Atlanta was ik geblesseerd en kort voor het trainingskamp in Zuid-Afrika bedankte ik. Eerst met in het achterhoofd het idee dat ik voor het WK altijd nog terug kon keren, maar dat plan heb ik inmiddels laten varen. Het gevolg is dat ik er bij Kampong drie keer zoveel zin in heb.”

Nu de missie op eigen veld goed afliep, was het 'Europese' avontuur geen hinderlijke onderbreking van de eindfase van de hoofdklasse. Ook al omdat Kampong louter 'finales' moest spelen, acht ze zich zelfs de eerste gegadigde om de landstitel weer van HGC over te nemen. Van Hall ontdekte vooral positieve punten in de strafcorner, die voor het EC-toernooi op vrijwel alle denkbare onderdelen voor veel verbetering vatbaar was. Gisteren kreeg Kampong er van het gulle arbitersduo Spitaleri en Shearnan liefst tien toegewezen, waarvan er - telkens in de rebound - drie werden benut.

Dat was een hele verbetering ten opzichte van vrijdag, toen de Utrechtsen wel met 8-1 van Terrassa wonnen, maar er slechts één doelpunt uit een afgezwaaide corner werd geboren. De varianten tegen Ipswich hielden het midden tussen goed ingestudeerde opzetjes en toevalligheden, maar het moyenne van één op drie maakte van Van Hall een opgetogen mens. “Internationaal is dat een hoog gemiddelde.” Om er in dezelfde adem aan toe te voegen: “We willen nu ook gewoon landskampioen worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden