Kampioenschap zet sores voor Den Bakker opzij

MEERSSEN - Twee maanden geleden zat Maarten den Bakker nog in zak en as. De relatie met zijn vriendin was stuk gelopen, en teruggekeerd in het ouderlijk huis werd hij weer nadrukkelijk geconfronteerd met het verlies van zijn zuster, die kort voor de start van de Tour de France van 1994 verongelukte. Geestelijk en lichamelijk zat de Zuid-Hollander er helemaal doorheen. De klassieke maand april flopte volledig.

JOHAN WOLDENDORP

Rijk bedeeld met mooie overwinningen was de palmares van Den Bakker toch al niet. Zeker voor Nederlandse begrippen haalt hij in grote internationale koersen een behoorlijk gemiddelde, maar een prijsjager zal hij ook in goeden doen niet worden. Met het Nederlands kampioenschap dat hij gisteren in een vlakke race (ploegleiders en renners spreken liever over een tactische koers) behaalde, stokt de teller in zeven seizoenen als broodrenner reeds bij tien; een viertal criteriumzeges inbegrepen. In Meerssen stak hij met kop en schouders boven de grauwe middelmaat uit. Dat zegt veel over de rest van het vaderlandse cyclisme, maar het betekent ook dat Den Bakker 'geestelijk' schoon schip heeft kunnen maken. De vriendschap met Lendy is dusdanig in ere hersteld, dat hij een kilometer van het ouderlijk huis, in Heenvliet, is gaan samenwonen. Hij had verder de 'moed' om zijn privé-trainer Adrie van Diemen te ontslaan. Diens kennis van zaken was aan geen enkele twijfel onderhevig, maar het trainingsbeest in de coureur kon zijn adviezen in het drukke koersseizoen niet in de praktijk brengen. En om de fax alleen in rustige periodes papier te laten spuwen, dat zag Van Diemen niet zitten. Die relatie lijkt dus voor eeuwig op de klippen te zijn gelopen.

Na afloop van de anti-dopingcontrole nam aan de gesprekstafel een wielrenner plaats die weer overloopt van gezonde ambities, die zich sterk genoeg voelt om in de Tour de France een keer een goede dag te hebben en die bereid is een hoop criteriumcontracten in te leveren voor deelname aan de Olympische Spelen. Niet om te winnen, maar om in dienst te rijden van de sprinters Jeroen Blijlevens en Max van Heeswijk, als die tenminste door bondscoach Gerrie Knetemann in het olympisch pak worden gehesen. “De slechte conditie en de privé-problemen vielen net samen”, blikt Den Bakker terug op de afgelopen paar maanden. “Ik had niet echt ruzie met mijn vriendin; het waren althans problemen die iedereen wel eens in een relatie heeft. Daar kom je wel weer overheen. In een normale baan doe je misschien een uurtje langer over je werk, maar overkomt je dat bij het fietsen, dan ben je gelost.”

In die zin schatte hij ook de tweede landstitel in zijn loopbaan (in 1989 was hij in Rheden de beste der amateurs) op waarde: “Ik ben wel Nederlands kampioen, maar niet de beste van het land; dan had ik het hele jaar goed moeten rijden.”

Machtsblok

De Zuid-Hollander was wel goed genoeg om het andere machtsblok in het nationale peloton, de Rabo-ploeg, eenvoudig op een dood spoor te zetten. Ruim twintig kilometer voor het einde demarreerde hij uit een kopgroepje, waarin naast mede-TVM'er Bart Voskamp ook de Theo de Rooy-adepten Leon van Bon en Michael Boogerd huisden. De eerste sprong, geheel naar zijn karakter, te onoordeelkundig met zijn krachten om en gaf daarom Den Bakker het consigne de beslissende ontsnapping te forceren. Van Bon en Boogerd worden als representanten van de nieuwe Nederlandse lichting in de Rabo-formatie gezien - Boogerd won de vorige week de Klauterkoers in het naburige Sweikhuizen en verlengde zijn contract zaterdag met twee jaar; Van Bon won dit seizoen ondermeer ritten in Tirreno-Adriatico en de DuPont Tour - maar ze vielen in Meerssen uiteindelijk toch hard door de mand. Erik Dekker, al veel te lang de belofte die maar blijft hangen op een bescheiden subtopniveau, finishte als derde, zij het maar gedeeltelijk op eigen kracht. Nadat de Drent een vergeefse poging had gedaan Den Bakker en zijn achtervolgers te achterhalen, liet hij zich door neo-prof Davy Dubbeldam gangmaken, waarna hij de Zeeuw heel sluw als springplank gebruikte.

Het generale excuus heette deze keer de Tour de France. Den Bakker had zijn plekje in La Grande Boucle al veilig gesteld, maar het irriteert Voskamp dat ploegleider Cees Priem hem zolang in het onzekere houdt. De vierde jaars-prof had een ongelukkige seizoenstart. In de Ruta del Sol, in februari, brak hij zijn hand en was vijf weken uit de roulatie. In de Midi-Libre en de Ronde van Catalonië hervond hij de voorbije maand stilaan zijn vorm en voelt zich nu rijp voor het grote werk. Voskamp (28) vindt ook dat hij op een keerpunt staat in zijn carrière. “Het is niet goed als ik straks drie weken thuis zou zitten, zeker nu ik goed begin te rijden. Maar ook in een ander opzicht vind ik dat ik zaterdag in Den Bosch aan de start moet staan. Anders komt het er helemaal niet meer van.”

De nervositeit was zichtbaar in de proloog van de proloog. “Ik heb op dit NK te veel gedaan. Ik was te gretig, alleen maar om te laten zien dat ik goed ben. Ik ben nu eenmaal heel impulsief. Voel ik me sterk, dan demarreer ik ook gelijk. En dat is dom.”

Den Bakker vindt dat Voskamp in de Tour thuishoort (goed in de bergen, goed in het gangmaken voor sprinter Blijlevens), maar zal 'slechts' voor hem pleiten als Priem in de mening van de nationale kampioen is geïnteresseerd. De Zeeuwse ploegleider wil eerst de uitslagen van de andere landen bestuderen, alvorens hij vandaag of morgen zijn Tour-equipe (momenteel bestaande uit Den Bakker, Blijlevens, Van Petegem, Poelnikov en Hamburger) aanvult.

Theo de Rooy heeft zijn ploeg rond. Vijf Nederlanders (Breukink, Van Bon, Boogerd, Nelissen, Dekker), en de buitenlanders Bruyneel, Sörensen, Jekimov en Piziks vormen de alom verwachte keus. Van Bon testte met goed gevolg zijn gekwetste knie, Breukink noemt zichzelf nog een vraagteken. Hij was verrassend vroeg in de koers bij een lange ontsnapping betrokken, maar stapte na 150 kilometer af. De linkerknie, die hij twee weken geleden bij een val in de Ronde van Luxemburg blesseerde, speelde op. Het ongemak doet denken aan de lijdensweg die hij in 1993 aflegde. Daags voor de proloog in Le Puy du Fou moest hij tijdens een trainingsritje uitwijken voor een plotseling remmende auto, waarna hij tegen een betonnen paaltje viel. Het zalvende medische bulletin van Once-arts Terrados was dagelijks 'hot news', totdat de pijn in de Alpen ondraaglijk werd. De symptomen zijn dezelfde, maar de geest is nu wilskrachtiger. “Na Luxemburg heb ik de Ronde van Zwitserland gereden. Daar is het een peesontsteking geworden. Het is een irritante blessure. De pijn is best te harden, maar na verloop van tijd wordt de knie stijf.”

Het optimisme wordt gedragen door het aantal dagen dat de Tourstart nog verwijderd is. “In 1993 gebeurde het daags van tevoren, nu heb ik nog even tijd. Het NK was de eerste harde training na een week rust. Maandag, dinsdag en woensdag ga ik er fanatiek tegenaan, zodat ik halverwege de week weet hoe het er voorstaat. Nee, ik ben niet afgestapt vanwege de knie. De pijp was leeg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden