Kampioen van de Lage Landen

Het is een prachtig Hollandsch drama. Vervat in een kil krantenbericht en dat maakt het juist zo triest. Het avondblad kleinkopt: Geurts heeft bobslee voorlopig terug.

Ik lees: ruzie in de bobsleewereld, dat betekent automatisch dat Rob Geurts erbij betrokken is. Kan niet anders, want er zijn maar 24 leden of misschien wel minder en iedereen komt die Geurts wel een keertje tegen.

Voor het laatst zag ik hem in Lillehammer, bij de Olympische Spelen. Geurts en zijn bakkenist, Robert de Wit, beiden ongeschoren en stoer, werden, meen ik, 23-ste in het onderdeel tweemans bob en dat was een domper voor beiden.

Ik kende hem al een beetje, had hem al die jaren op onovertroffen fanatieke manier met zijn sport zien omgaan, maar die directe confrontatie daar in het kille Noorwegen, maakte indruk op me. Wat een gedreven fanaat, wat een amateur in de goede betekenis van het woord en wat een sportman. Als er ooit een Nederlandse atleet door een vergrootglas bekeken is voordat hij uitgezonden werd naar het joligste sportfeest ter wereld, dan was het deze Geurts wel, maar die rol scheen hem eerder te passen dan tegen te staan.

O, wat wilde hij graag voor vol aangezien worden, wat hamerde hij op twee maal een achtste plaats bij wedstrijden in, ik meen Igls en Winterberg, en o wat was hij bloeddoorlopen trots op zijn Olympisch startbewijs.

Meedoen bij de grote jongens, strijden tegen de profs, kanonnen die hem steeds vriendelijk toeknikten, als kampioen van de Lage Landen, als fanaticus toch ook, als één van hen.

Geurts kwam er in Lillehammer niet aan te pas en nam, zoals hij ruim van tevoren aangekondigd had, afscheid van de wedstrijdsport. Met ruisend applaus gebeurde dat, want niemand miste hem verder, omdat nooit iemand hem ooit opgemerkt had.

Wat wel duidelijk was daar in Lillehammer? De diep doorleefde liefde tot de sport, een bezigheid die in dit gekke land helemaal niet wakker houdt en dat maakt alles wat Geurts in die bobsport uitvrat ook zo boeiend.

Wat hij trachtte was, voor een beetje in sport geïnteresseerde, te volgen: meedoen, op één seconde slechts van de meesters, van de strakke Zwitsers, gehoekte Oostenrijkers en snauwende Duitsers. Rob Geurts en Robbie de Wit wilden een perfecte afdaling en wilden vlakbij de stuur- en remvirtuozen eindigen en leverden daar heel veel voor in. Tijd, geld, sociaal genoegen elders, alles werd op die vier runs in Lillehammer gegooid en toen dat niets opleverde bleef er een prangende stilte. En ook een lege slede.

En om die slede ging het nu. Ik las dat ene Peter Langendijk dat ding misschien wel gekocht had of in ieder geval belangstelling voor het stuk ijzer getoond had.

Ik las ook dat Geurts, de duivel, de zot, de getikte, de sportman, de niet-kunnen-ophouder weer eens van gedachten veranderd was. Dat hij toch weer in die sigaar wilde kruipen om zig-zaggend ruim een seconde achter de besten naar beneden te razen.

Ik huiverde. En hoopte dat die meneer Langendijk, wie hij ook was en voor wie hij dat ding ook wilde kopen (zijn zoon, zijn neefjes, voor de prinsjes of Ulrich van Gobbel?) op zijn gedachte wilde terugkomen. Rob Geurts hoort in die slede. Dat is historisch bepaald. Niemand in dit kleine landje hoort in een bobslede, behalve Geurts.

In deze slede dus.

Dan pas, als Geurts het kreng in drieën heeft gecrashed, dan pas mogen anderen in een slede van Wilhelmus op meer dan drie seconden achter de besten ter wereld gaan aanrazen.

En niet eerder, denk daar goed aan!

En het zal voor iedereen een hele prestatie zijn op drie seconden afstand mee te doen. Bedenk dat wel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden