Kamperen op een vlot lijkt een wenteling in stilte. Totdat 's avonds de watervogels loskomen.

Gedurende een lange rit naar Noord-Brabant is er geen plaatsnaam zo fascinerend als De Heen. Als reiziger ben je op weg, maar toch geeft een dorp met een dergelijke naam het gevoel dat je nooit zult aankomen. ,,Waar ga je heen?”

,,Naar De Heen.” Een voortdurend reizen zonder bestemming.

Jos Akkermans, lange rijzige man, de eigenaar van Akkermans Outdoor Centre, kent dat gevoel. ,,Mensen willen op vakantie naar een duidelijke bestemming. Het strand, het bos. Maar wat voor gebied is De Heen? Het ligt best centraal en toch kennen weinig mensen deze regio.”

De Heen is een klein dorpje in Noord-Brabant waar je doorheen bent gereden voordat je het doorhebt. In het centrum van het grotere Steenbergen verwijst een klein groen bordje naar De Heen. De weg naar Akkermans Outdoor Centre loopt door akkerland, aan weerszijden graan dat nog moet rijpen. Geen water te bekennen. En toch moet hier ergens een kampeervlot liggen.

Het Outdoor Centre valt op door de grote houten stellages in de tuin, voor 'outdoor activiteiten'. Akkermans, die zestien jaar geleden zijn werk als boer opgaf en de aardappels uit de boerderij haalde om er vergaderzalen en sportruimtes te timmeren, wijst de plek aan waar de 'bijzondere overnachting' zal plaatsvinden.

,,Je bent niet meer dezelfde als je dit eens meegemaakt hebt.” Akkerman is een rustige man, een voorbeeld van hoe onthaasting de mens iets van tevredenheid kan geven.

De kano's liggen een kilometer verder bij een kleine jachthaven met pittoreske sluis bij de Benedensas. Het landschap waar schrijver A.M. de Jong zijn inspiratie vandaan haalde voor de (verfilmde) streekroman 'Merijntje Gijzen'. De vlotten zijn alleen via water te bereiken. Tien minuten peddelen, verzekert Akkermans.

Tien minuten voor een ervaren peddelaar betekent twintig voor een beginneling, maar gelukkig liggen de drie vlotten niet ver van de jachthaven. Het vlot bestaat uit houten balken met daaroverheen een platte houten vloer van circa drie meter lang en drie meter breed. Op het drijvende platform is een hut gebouwd, eveneens van hout, met zeil aan de voorkant om het geheel af te sluiten voor de koude nacht, wind of regen. Wie de derde hut kiest, kan nog een beetje door het riet gluren om de witte boten te zien liggen, maar verder is er erg veel privacy. En stilte. En dieren. Erg veel dieren. De stilte is vooral de eerste uren overweldigend. Geen auto's, geen hectiek van trams, bussen en mensen. Een fuut drijft rustig voorbij met kuikentjes op de rug, een meerkoet duikt naar voedsel.

Als de uren verstrijken, de gasbrander voor een zelfgebakken maaltijd is opgeborgen, kleurt het water steeds meer grijs. Nog even en het wordt nacht. Wie op het vlot ligt, met gesloten tentzeilen in het donker, gaat automatisch naar de stilte luisteren. Plotseling schreeuwt een jonge vogel om voedsel bij zijn ouders, een snerpend gekrijs dat voortduurt. Een koekkoek roept in het riet, de avond lang. Koek-koek, koek-koek, koek-koek. In gedachten tel ik mee. Tien keer? Twintig? Heeft het beest nou niet genoeg geroepen? Dan valt op dat stilte geen stilte meer is.

Naast het vlot jaagt met veel lawaai een meerkoet een opdringerige eend weg -alsof iemand een watergevecht is begonnen. Geklapwiek, de roep van de eend klinkt verongelijkt. Een jong krijst om nog meer ouderlijke genegenheid. Kennen watervogels geen bedtijd? Daarna klinkt het alsof iemand in het water urineert, rechts achter het vlot, maar telkens toch het besef dat hier slechts dieren zijn. Drie dikke kruisspinnen hangen aan draadjes voor de deur, alsof ze de ingang én uitgang bewaken. Ik durf er voor de nacht niet meer uit en hou nauwlettend deze vette creaties in de gaten.

Geen ochtend is zo heerlijk als op een vlot aan de Steenbergse Vliet. De zon schijnt rustig op het glinsterende water. Totale stilte. Zelfs de dieren lijken nog een beetje versuft na zo'n levendige nacht. Stoelen staan op het drijvende platform, een pot water voor de thee pruttelt op het vuurtje. Brabants roggebrood met kaas als ontbijt. Een duik nemen is dit water is heerlijk verfrissend. Opdrogen in de zon. En dan naar het toilet. Het toilet is echter een probleempje op het vlot. Per kano kan de wc in de jachthaven bereikt worden, maar dat kost je zeker tien minuten als het weer meezit. Ik heb geen idee of je zomaar in het water van een stiltegebied mag plassen. Want stel dat iedere toerist dat zou doen. Ik besluit toch stiekem te gaan plassen, tussen het riet is voldoende privacy.

Ergens in de verte is geronk te horen; de motor is zwaar en het geluid draagt ver over het water. Een baggerboot, op het moment dat ik besluit om de wc in de jachthaven te laten voor wat het is. Langzaam glijdt de baggerboot vol baggeraars naar de andere kant van de vliet om recht tegenover mijn vlot tot stilstand te komen. Weg privacy.

De mogelijkheid bestaat om met de kano naar het dorp twee kilometer verderop te varen. Wie zich op de kerktoren richt, peddelt echter richting Steenbergen, een tocht van zeker acht kilometer. Gelukkig is er een afsplitsing die eindigt bij een gezellig dorpscafé (overigens ook het enige in De Heen), mét toilet.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden