de megastad

Kamperen? Dat is voor rijke witte Afrikaners en westerlingen, zeggen ze in Johannesburg

Beeld colourbox

Het is zomervakantie in Zuid-Afrika, en dan trekt iedereen Johannesburg uit. De laatste twee weken van het jaar verandert de miljoenenstad op slag in een ghosttown.

Voor wie achterblijft, is dat heerlijk. Je hebt de wegen helemaal voor je alleen. Zelfs de uitgaanswijk waar ik woon komt heel even een klein beetje tot rust. Er staan geen rijen in de supermarkt.

Inwoners van Johannesburg gaan rond Kerst vaak naar familie op het platteland. Want praktisch niemand komt van origine uit de nog geen 140 jaar oude, voormalige mijnstad, een economisch knooppunt vol binnen- en buitenlandse migranten. 

Pas na dat familiebezoek gaat men op vakantie. Een enkeling vertrekt naar Azië, maar de meesten blijven in eigen land. Door de zwakke munt is Europa te duur, naar Latijns-Amerika zijn nauwelijks betaalbare vluchten te vinden. En Noord-Amerika is eindeloos ver weg.

Lang verbaasde het me dat Zuid-Afrikanen zo weinig trek hebben in een vakantie in een Afrikaans buurland. Slechts héél soms wipt iemand de grens met Mozambique over. En een trip naar Namibië, Zimbabwe, of Botswana komt al helemaal zelden voor - als er geen familie woont. Maar de verklaring is eigenlijk niet zo complex: mijn vrienden, veelal leden van de zwarte middenklasse, willen op vakantie bovenal luxe. En (betaalbare) luxe vind je in zuidelijk Afrika vooral in Zuid-Afrika zelf.

In de maling

Ik ging een paar jaar geleden eens op vakantie naar Malawi. Ik sliep daar in een houten hutje op palen in het Malawi-meer, met slechts een bed en een klamboe en twee stoelen op een schots en scheef getimmerd terras boven het water. Ik vond mijn sobere hutje het paradijs op aarde. En mijn vrienden in Europa waren dat op basis van de foto's met mij eens. Maar vanuit Zuid-Afrika ontving ik minder enthousiaste reacties.

"Wat is dat in godsnaam voor krot op palen?' schreef een vriendin bijvoorbeeld via WhatsApp. "Dat is mijn vakantiehuis", typte ik trots terug.

"Je neemt me in de maling, neem ik aan?” Nou nee, dat deed ik dus niet.

"Ik denk dat als iemand mij daar naartoe zou brengen en me zou vertellen dat ik daar moest slapen, ik in huilen zou uitbarsten", kreeg ik met het nodige gevoel voor drama terug.

Die reactie verbaasde me. Tot ik mij realiseerde dat de vriendin in kwestie uit Lesotho komt, een straatarm ministaatje omringd door Zuid-Afrika. Net als veel van mijn vrienden in Johannesburg groeide zij op in een nogal primitieve omgeving. Natuurlijk, inmiddels heeft ze een goede baan als jurist en leeft ze comfortabel. Maar de herinnering blijft.

Dus is het niet zo vreemd dat zij denkt: kamperen, dat is iets wat rijke witte Afrikaners en westerlingen maar lekker moeten doen. Voor mij op reis graag een warm bad, een zacht matras en airconditioning! 'Back to basics' is alleen leuk en uitdagend voor mensen die altijd gewend zijn geweest aan veel meer dan die basics. Wie zich in Johannesburg met keihard zwoegen economisch omhoog heeft gewerkt, doet uitgerekend op vakantie natuurlijk niet zomaar voor de lol weer een stapje terug.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad. Lees hier meer afleveringen uit het dossier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden