Kamp wil een streep tussen feiten en fictie

Minister Henk Kamp wil een heldere discussie over het klimaatprobleem en nodigde daarom deskundigen uit om in een geheime sessie de zin- en onzin in het debat te scheiden. Een inkijkje.

Het was een bont gezelschap dat vorige week woensdag de werkkamer van minister Henk Kamp van economische zaken vulde. Kamp is sinds het aantreden van het nieuwe kabinet de eigenaar van het hoofdpijndossier 'klimaat', en wilde wel eens weten welke argumenten in de discussie over de opwarming van de aarde nu op feiten zijn gebaseerd, en welke op fictie. Dus nodigde hij vertegenwoordigers van het KNMI uit en ook zijn vaste adviseurs van het Planbureau voor de Leefomgeving. Klimaatjournalist Marcel Crok die wel de opwarming van de aarde erkent, maar vraagtekens zet bij de rol van CO2, schoof ook aan.

Het werd een 'open' gesprek, maar wel in besloten kring. Voor de bijpraat-sessie gold de zogeheten Chatham House rule: over de inhoud van het gesprek mogen geen mededelingen worden gedaan. Maar de deelnemers hebben wel hun stukken voor die bijpraatsessie gepubliceerd, want die gegevens zijn afkomstig uit openbare bronnen. Ze leveren een heldere schifting op tussen zin en onzin.

De aarde warmt op
De gemiddelde wereldtemperatuur is sinds 1900 met 0,8 graden gestegen. De ijskappen op Antarctica en Groenland worden kleiner en wereldwijd zijn de gletsjers sinds 1850 gemiddeld 1500 meter korter geworden. De zeespiegel is sinds 1880 met 20 centimeter gestegen. De lente begint sinds 1970 elk decennium drie à vier dagen eerder en de leefgebieden van planten en dieren verschuiven bergopwaarts en ook verder in de richting van de Noord- en de Zuidpool.

Over deze veranderingen is vrijwel iedereen het eens. Maar, zeggen sceptici, de aarde warmt sinds 1998 niet meer op. En wellicht belangrijker: klimaatmodellen hebben deze stagnatie niet voorzien.

1998 was inderdaad een recordjaar (al kwamen 2005 en 2010 dicht in de buurt). Dat kwam door het krachtige klimaatverschijnsel El Niño waarbij warmte uit de oceaan in de atmosfeer komt. Het afgelopen decennium kende enkele La Niña's met een tegengesteld effect.

Bovendien is het niet in de haak om een trendbreuk te signaleren door te beginnen bij een recordjaar. 1998 was een uitschieter. Wie over een langere periode kijkt, ziet dat de modellen in de pas lopen met de feitelijke klimaatverandering. Zo was het eerste decennium van deze eeuw ongekend warm en verdreef dit het laatste decennium van de vorige eeuw van zijn eerste plaats.

De gevolgen
De gevolgen van de klimaatverandering zijn wereldwijd merkbaar en worden naar verwachting in de toekomst ingrijpender als de temperatuur verder stijgt, schrijft het Planbureau in zijn notitie. Daarover worden de degens niet gekruist, maar des te meer over de omvang en ernst van de gevolgen van opwarming. Niet voor niets kreeg het rapport van het Intergovernmental panel on Climate Change (IPCC) uit 2007 dat over de gevolgen ging, de meeste kritiek.

Over basale veranderingen is de minste twijfel. De aarde zal wereldwijd in 2100 1,3 à 6,5 graden zijn opgewarmd. De grote marge heeft deels te maken met onzekerheid in de modellen, maar ook met de vraag hoe de wereld zal reageren. Gaat de mensheid op de oude voet verder of doet de wereld zijn uiterste best de CO2-uitstoot in te dammen?

Zoiets geldt ook voor de stijging van de zeespiegel. Het KNMI voorspelt voor 2100 een stijging van 35 tot 85 centimeter ten opzichte van 1990 maar houdt rekening met een extreme stijging van anderhalve meter.

Voor andere gevolgen is de onzekerheid groter. Extremer weer, zoals hittegolven en zware neerslag, komt nu al vaker voor. Die trend zal zich doorzetten maar het is de vraag in welke mate. Dat geldt ook voor de afname van de biodiversiteit, het toenemende watertekort of de verdere verspreiding van infectieziektes.

Helemaal onzeker is het of er omslagpunten zijn, en zo ja: waar deze liggen. Zullen de gevolgen zichzelf ooit versterken? Bijvoorbeeld doordat bij ontdooiend permafrost extra methaan vrijkomt? De wetenschap houdt nu een opwarming van twee graden aan als veilige grens, maar erg zeker is ook die waarde niet.

De kosten
De kosten zijn de achilleshiel van het klimaatbeleid. Uitgaven die nu worden gedaan - isolatie van woningen of overgang naar duurzame energie - moeten worden afgewogen tegen kosten in een verre toekomst. Wat kost het Nederland in 2100 als door een gebrek aan klimaatbeleid de Rijn regelmatig te laag staat, of juist overstroomt? Of de dijken weer moeten worden verzwaard?

Er is grote onenigheid over de vraag hoeveel de euro die je nu niet uitgeeft, over honderd jaar waard is. Los van de vraag hoe groot de kosten van de eventuele gevolgen zijn.

Anders was klimaatbeleid eenvoudig. Dan zou je een prijskaartje aan het uitstoten van CO2 kunnen hangen (waarin die toekomstige kosten zijn verdisconteerd). Nu moeten wetenschappers schatten hoe groot de belasting op de uitstoot van CO2 moet zijn. Ergens tussen de 20 en 270 dollar per ton. Het Planbureau concludeert daarom dat het zinniger lijkt het klimaatbeleid te richten op het beperken van de risico's dan het te baseren op een kosten-baten-afweging.

Verder lezen:

De PBL-notitie 'De achtergrond van het klimaatprobleem' staat op de website van het Planbureau voor de Leefomgeving: www.pbl.nl

De notitie van Marcel Crok is te vinden op zijn site www.staatvanhetklimaat.nl

Hoofdrol voor broeikasgassen
De concentratie CO2in de atmosfeer is sinds de Industriële Revolutie met 40 procent toegenomen. Dat is het gevolg van menselijke activiteiten en met name van het gebruik van fossiele brandstoffen (zoals bewezen kan worden aan de hand van de zogeheten isotopenverhouding van het koolstof in CO2. Ook de concentraties van andere broeikasgassen zoals methaan en lachgas zijn sinds 1750 alleen maar gestegen.

Dat broeikasgassen de aarde opwarmen, staat buiten kijf. Zonder deze gassen zou het op aarde 33 graden kouder zijn. Onzeker is alleen hoe krachtig deze broeikasgassen zijn.

Deze vraag zou niet zo moeilijk zijn als we alleen te maken hadden met CO2. Volgens een vrij elementair natuurkundesommetje warmt de aarde bij een verdubbeling van de CO2-concentratie op met 1,1 graden. Tenminste, als er verder niets gebeurt. Maar als de aarde opwarmt, verdampt er water uit de oceanen. Dat kost energie en zorgt voor afkoeling. Maar waterdamp is óók een krachtig broeikasgas en leidt uiteindelijk weer tot extra opwarming. Ten slotte: een vochtige atmosfeer telt meer wolken. Die reflecteren zonlicht (afkoeling) en houden aardwarmte vast (opwarming).

Uit modellen en met name reconstructies uit het verleden leiden klimaatwetenschappers af dat de aarde 2 à 4,5 graden opwarmt bij een verdubbeling van de CO2-concentratie, met 3 graden als meest waarschijnlijke waarde. Sceptici zoeken hier vaak de randen van het debat op en vinden altijd wel studies met een lagere gevoeligheid. Als bewijs daarvoor memoreren ze dat de aarde bij de huidige CO2-concentratie al twee graden warmer had moeten zijn in plaats van 0,8. Het valt dus wel mee, volgens hen.

Dat is een redeneerfout. Die waardes gelden voor een klimaatevenwicht en dat is nog niet bereikt. Als er vanaf nu geen enkel CO2-molecuul werd uitgestoten, zou de temperatuur toch nog zeker één graad oplopen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden