Kamp in het Speulder- en Sprielderbos

Het kamp is in diepe rust, als ik om half zeven wakker wordt. Iedereen slaapt nog in de kleine honderd tenten op de 'groene' kampeerplaats van Staatsbosbeheer in Drie. Even ben ik wakker geweest om vier uur, toen een bosuil vlakbij een paar maal luid “kie-wiek” riep.

Huis- en boerenzwaluwen zijn op vliegenjacht hoog in de lucht. In de dichte sparren voor de tent koert dromerig een zomertortel: “Toertoer-toertoer-toertoer...” In de verte orgelt een merel en in het beukenbos slaan twee vinken.

Een zonnestraal beschijnt net een web van een kruisspin, dat in alle kleuren van de regenboog oplicht tegen de duistere achtergrond van het bos. Schaduwen van dode twijgen onderbreken onderaan in het web het regelmatige patroon van ragfijne spaken en spiraaldraden. De betovering duurt maar even. Na een halve minuut is de zon al weer verder geschoven, het web haast onzichtbaar tussen de donkere sparren.

Een kop koffie is nodig om helemaal wakker te worden en dan stap ik het bos in. Het is nog heerlijk koel onder de bomen, maar dat zal wel snel veranderen na een nacht van twintig graden Celsius. Een winterkoning begint fel te ratelen, een Vlaamse gaai krijst en een grote bonte specht schiet in een warreling van zwart-wit schetterend weg tussen de bomen. Zulke vroege wandelaars zijn ze blijkbaar niet gewoon.

Vroeg opstaan heeft nu grote voordelen. Je bent de horde vakantiegangers voor die pas tegen elven erop uit trekken. Het is nog redelijk fris en veel dieren hebben nog niet hun overdagse rustplek opgezocht. Vogels die zich in de hitte des daags niet laten horen, zingen tot een uur of negen nog volop.

De tjiftjaf die in de top van een jonge berk zijn eigen naam roept, moet een trekker zijn op weg naar het zuiden. De zwartkop, een wat grotere verwant, die veel later uit ons land vertrekt, zingt met luide stem in het dichte struikgewas van een jong bosje. Zijn lied eindigt steevast met tonen die aan het gelui van klokjes doen denken.

Twee reeën steken ongehaast het bospad over. Ze komen van de voerakker in het bos. Daar aangekomen zie ik nog net de achtersten van twee wilde zwijnen tussen de struiken in het bos verdwijnen. Zij hadden mij ongetwijfeld eerder in de gaten dan ik hen.

Je kunt oneindig zwerven door het Speulder- en Sprielderbos, dat wel 1600 hectaren groot is. Dat uitgestrekte bos tussen Putten, Garderen en Ermelo is niet overal even interessant, want het grootste deel is nogal eenvormig produktiebos van sparren, dennen en douglas. Maar 300 hectaren bestaat uit loofbos, dat wel van een bijzonder type is. In dit 'boombos', dat eeuwenlang door de boeren in de buurt geëxploiteerd werd, heeft men de kromme beuken en eiken laten staan. Die waren niet geschikt om er planken van te maken. Soms kwam een scheepsbouwer wat kromhout uit het boombos halen, maar verder bleven ze gespaard en konden zo eeuwenoud worden.

In tegenstelling tot het produktiebos wordt het loofbos aan zich zelf overgelaten. De natuur krijgt er de kans zich op eigen gelegenheid te ontwikkelen. Omgewaaide bomen blijven liggen of hangen schuin tegen hun buren aan. Er liggen enorme omgevallen beuken. Hun afgescheurde wortelkluit liet een gat achter in de bosgrond, waarvan de wanden begroeid zijn geraakt met sterremos en fraai haarmos. Op de donkere wortelkluiten waar nog vermolmende stukken wortel uit steken, schieten jonge berken, lijsterbessen en beuken op. Sommige kluiten hebben een dichte haardos van blonde grassen. Op hun wegrottende stammen met keiharde resten van jaren oude tonderzwammen vestigen zich varens en in hun uiteenvallende kronen ontstaat een wirwar van bosbraam en kamperfoelie, waartussen vogelkers, berken en een enkele eik opkomen.

Onder een dikke afgebroken tak, die op de grond ligt te vermolmen, vind ik een zwarte loopkever met fraaie violette weerschijn. Ik ben deze soort hier vaker tegengekomen. Al toen ik hier vijfendertig jaar geleden voor het eerst kampeerde, zat hij onder het grondzeil van de tent. De violette loopkever is typisch voor vochtige bossen, waar hij vooral op naaktslakken en wormen jaagt.

Door zijn uitgestrektheid en zijn ligging dicht bij het IJsselmeer stond het Speulder- en Sprielderbos bekend om zijn vochtigheid. Sinds de inpoldering van Zuidelijk en Oostelijk Flevoland is dat wel minder geworden, maar toch behoort het nog steeds tot onze vochtigste en koelste bossen. Plat klauwtjesmos groeit er tot vier meter hoog tegen de bomen, maar het is nu verdroogd. Ook van de varens die ik op twee meter hoogte aan een dennestam vindt, waar ze in schorsspleten groeien, hangen de veren slap. De droogte heeft zelfs hier merkbare gevolgen.

De adelaarsvarens worden al bruin. Ze vormen velden onder de loofbomen, die zijn doorsneden met een net van wildpaadjes. In de dekking van de gebogen veren, die ruim een meter lang worden, brengen in het begin van de zomer de reegeiten hun kitsen ter wereld. In het slecht verterende strooisel op de bodem in dit varenstruweel groeien maar weinig andere planten. Hier en daar probeert de teer ogende rankende helmbloem het. Waar deze kenmerkende soort voor vermestende bossen de kans krijgt, groeit ze wel tot een meter hoog op.

Geritsel in het strooisel vestigt de aandacht op een rosse woelmuis, de veldmuis van de bossen, die zich vaak overdag laat zien. Ik houd me muisstil en zie het kastanjebruine diertje energiek onder de dorre bladresten graven. Aan de bewegingen van het strooisel kan ik precies volgen waar hij gaat. Af en toe komt hij even tevoorschijn, maar dat duurt maar kort.

Ik rook het al een tijdje, de weeë, een beetje zoetige kadaverstank van stinkzwammen. Ik vind er een vlak naast het pad. Pas uitgekomen stinkzwammen dragen een glibberige groene sporenmassa op de hoed, die door vliegen wordt opgegeten. Deze is al helemaal kaal gelikt en twee bruine bosslakken doen zich nu te goed aan de poreuze steel en de bleke hoed vol holten en opstaande lijsten, die aan een honingraat doen denken.

Een zachte roep, een tussen de andere vogelgeluiden onopvallend ''djuub'', lokt me het sparrenbos in. Je moet weten dat dit weemoedige fluitje van een van de mooiste vogels van het bos is, die zich maar weinig laat zien. Daar zit de goudvink in de ochtendzon. Zijn prachtig donkerroze borst lijkt te gloeien tegen het stemmige grijs van de rug en het zwart van kop en vleugels.

Sporen van zwijnen en herten doorploegen de randen van een zoel, een poeltje waar het grote wild zich door het slijk komt wentelen en zich tegen bomen schuurt om zich van teken en ander ongedierte te ontdoen. In het gele modderwater zijn grote roodachtige kluiten te zien. Ik pak een takje en raak zo'n kluit aan, die als bij toverslag verdwijnt. Het is tubifex, bij aquariumhouders welbekend als visvoer. De draadvormige wormpjes, die bij vele honderden bijeen in de modder leven, hebben rood bloed, wat hen in staat stelt doelmatig met de weinige zuurstof voor hun ademhaling om te gaan.

Teken, het zit er vol mee in het bos. En ik heb al eerder ervaring opgedaan met de kleine, venijnige rode knoopmiertjes, waarvan elke vierkante meter in het bos lijkt te wemelen. Even in de berm uitrusten kun je dus maar beter laten. Ik heb trouwens trek gekregen. Terug naar de tent dus, voor een laat ontbijt.

NATUUR DEZE WEEK

Veel planten hebben van de droogte te lijden. Krenteboompjes verliezen al veel blad, dat eerst oranje kleurt. Ook van linden, haagbeuken en populieren vergeelt veel blad. Ik zag stervende Amerikaanse ribessen en jonge lijsterbessen in een plantsoen. Van vlier en gewone esdoorn sterven dikke takken af. Alarmerend is de verdroging van veel vochtige natuurgebieden op de hoge gronden, waardoor de zeldzame flora verdwijnt om niet meer terug te komen. - Het barst nog steeds van de vlinders. Er zijn nu veel meer kleine vossen dan een week geleden, want de najaarsgeneratie is uit de pop gekomen. De vossen komen nu vooral af op de roze tuilen van de tuinsedums (Sedum spectabilis), samen met atalanta's, distelvlinders en vele tientallen dagpauwogen. - Bonte bessen- en vliervlinder zie je nu niet meer 's avonds in huis, wel gerande spanner, gamma-uil en huismoeder. - Tegen verlichte ramen zitten vaak groene gaasvliegen, die nu al vaak in huis overnachten. Veel gaasvliegen zoeken voordat de winter aanbreekt, een veilig plekje in huis, net zoals verscheidene dagvlinders. - Bijachtig bruine en wespachtig zwart met gele zweefvliegen zijn in tientallen soorten te zien op allerlei bloeiende planten met ondiep liggende nectar, waar ze met hun korte tong goed bij kunnen, in het bijzonder melkdistel, bereklauw, peen, leverkruid en wilde marjolein. Van moerasspirea, afrikaantje, distels en knoopkruid eten ze vooral het stuifmeel. - In de warme zomeravond vliegen op de hoge gronden en in de duinen zwaar brommend mestkevers rond, op zoek naar uitwerpselen, die ze begraven om er een ei in te leggen. - Aan plassen en meren staan nog veel oeverplanten in volle bloei: gele en witte waterkers, zomp- en moerasvergeet- mij-nietje, zwanebloem, pijlkruid, knikkend en driedelig tandzaad, leverkruid, kattestaart, gewone wederik, haagwinde, moeraslathyrus, moerasrolklaver, wolfspoot, moerasandoorn, pijptorkruid, kleine en grote watereppe, engelwortel en waterscheerling.

EN VERDER

Vanmorgen is al om 9.30 uur een excursie van de Stichting Vrienden van het Amsterdamse Bos bij de Tribune aan de Bosbaan. - Publieksactiviteiten van het IVN: vandaag om 10 uur wandeling in kruidentuin te Buitenpost; anderhalf uur vlinders en sprinkhanen observeren, om 14 uur van parkeerplaats recreatiepark De Zanding bij Otterlo; morgen fietsen van Sloterdijk naar Ruigoord bij Amsterdam, waar rondleiding, om 10 uur start hoofdingang NS-station Sloterdijk; fietsen over de bloeiende heide bij Asten en Someren, om 14 uur van parkeerplaats 't Jasper; muurplantenexcursie in het centrum van Rotterdam, om 14 uur van café-restaurant Dudok aan de Meent, 5 minuten lopen van de Coolsingel; maandag wandeling door de Rosandepolder bij Arnhem en Oosterbeek, om 9.20 uur van halte lijn 1 Mariëndaal aan de Utrechtseweg, koffie in Klein Hartenstein; Montferlandwandeling, om 19.30 uur van Europaplein in Zeddam; dinsdag themawandeling over vlinders, om 21.30 uur van IVN-gebouw, Kloosterstraat 14 in Helden; woensdag avondwandeling Dammekade in Alphen aan den Rijn, om 19 uur van Dammekade hoek Warmoeskade op de grens van Bodegraven en Reeuwijk; donderdag wandeling bij Oisterwijk, om 19 uur van bezoekerscentrum Van Tienhovenlaan. - Morgen begint om 11 uur een excursie aan het Nieuwe Meer bij Amsterdam, waar Bas Overwater, Marleen van Tilburg en Simon Flippo vertellen over vruchten en zaden. Volg vanaf het viaduct na de Schinkelsluizen de bordjes met pijlen naar het veldstudiecentrum 'De Waterkant'. Als het vrijdag niet regent, begint om 21 uur een vleermuizenexcursie bij veldstudiecentrum De Waterkant, waar Floor van der Vliet met behulp van een bat-detector de ultrasone geluiden zal laten horen van dwergvleermuis en laatvlieger en misschien ook van de watervleermuis. Beide excursies zijn gratis leden en donateurs van de vereniging 'De Oeverlanden Blijven'. Anderen betalen ¿ 2,50.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden