Kamervoorzitter moet beetje kunnen bluffen

Humor hebben, maar ook lik op stuk durven geven. Carla Hoetink en Anne Bos zetten op een rij over welke kwaliteiten een goede Kamervoorzitter beschikt.

Volgende week kiest de Tweede Kamer een nieuwe voorzitter. Geen gemakkelijke baan, zo is gebleken. Over welke eigenschappen moet dit schaap met vijf poten beschikken? Het verleden wijst uit dat vijf kwaliteiten cruciaal zijn.

Onpartijdig zijn

Historisch kwaliteitseis nummer 1: strikte onpartijdigheid en verdelende rechtvaardigheid. Nederlandse Kamervoorzitters nemen geen afscheid van hun partij, maar moeten zich in de stoel verre houden van een politiek oordeel.

Toen Kamervoorzitter Anne Vondeling (PvdA, 1972-1979) tijdens de verkiezingscampagne van 1977 CDA-lijsttrekker Van Agt op de radio verweet geen goed politicus te zijn omdat Van Agt zich zo vaak laatdunkend uitliet over de politiek, was het CDA tamelijk ontstemd. In de Kamer zelf gedroeg Vondeling zich echter als een neutrale voorzitter die de rechten van de parlementaire minderheid beschermde. Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD, 2002-2006) had de naam de oppositie te bevoordelen - en achtte dat een compliment.

Gevoel voor debat hebben

Een succesvolle voorzitter voelt de temperatuur van de Kamer goed aan. Ironie en humor zijn voor een Kamervoorzitter dankbare instrumenten om de sfeer in de vergaderzaal niet te laten verzuren. Een kwinkslag vanaf de hoge stoel kan de ernst van het debat relativeren en als buffer fungeren tussen het persoonlijke en de politieke. Frans-Joseph van Thiel (KVP, 1963-1972) wist dit in de turbulente jaren zestig uitstekend uit te spelen. Joop den Uyl noemde Van Thiel een scheidsrechter die de wedstrijd niet doodfloot als het spannend werd.

Lik op stuk durven geven

Kennis van de parlementaire spelregels lijkt een noodzakelijke voorwaarde. Nog belangrijker is het vermogen om te bluffen. Een voorzitter moet uitstralen dat hij de regels van het huis beheerst en durven improviseren als hij ze even niet paraat heeft. Wim Deetman (CDA, 1989-1996) was hier goed in. Met dank ook aan de griffier aan zijn rechterhand, die hem zo nodig snel een reglementsbepaling of ondersteunend voorbeeld influisterde. Deetmans voorgangers in de jaren vijftig en zestig voeren wat dit betreft blind op griffier Schepel, van wie het verhaal gaat dat hij op elk moment van ophef met een stalen gezicht een precedent kon opdissen om het beleid van de voorzitter te legitimeren - de rest in vertwijfeling latend of het voorval werkelijk had plaatsgevonden. Kennis en intuïtie zijn ook nodig om lik op stuk te kunnen geven. Een voorzitter moet durven ingrijpen, meende Dick Dolman (PvdA, 1982-1989). Want de Kamer was heus geen gezelschap beschaafde mensen onder elkaar. "Er zitten vaak genoeg onbeschaamde rotzakken tussen."

Naar buiten treden als een koning(in) van het volk

Buiten de Kamer representeert de voorzitter de volksvertegenwoordiging. Bij ontvangst van buitenlandse gasten bijvoorbeeld, maar ook bij binnenlandse herdenkingen zoals de kranslegging op de Dam. Charme en voorkomendheid zijn hierbij nuttige eigenschappen, net als het vermogen om de bevolking in eenvoudige taal uitleg te geven over de werking van het parlement. Gerdi Verbeet (PvdA, 2006-2012) excelleerde in deze rol. Een krant schreef dat zij in professionele uitstraling 'slechts de koningin boven zich te dulden' had.

Respect hebben voor 'de oude dame'

Politieke vernieuwing ligt op veel lippen bestorven. Vóór continuïteit en stabiliteit durven staan is in de huidige Kamer vers twee. Een voorzitter moet ook weten: de Tweede Kamer bestaat al tweehonderd jaar bij de gratie van een zekere institutionele continuïteit en voorspelbaarheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden