Kamernood loopt flink op

Student Daniël van der Woude (18) in zijn anti-kraakwoning: ¿Ik heb geluk gehad.¿ (FOTO MAARTJE GEELS) Beeld
Student Daniël van der Woude (18) in zijn anti-kraakwoning: ¿Ik heb geluk gehad.¿ (FOTO MAARTJE GEELS)

Het tekort aan studentenkamers zal dit jaar oplopen. Er is vooral behoefte aan kamers met gedeelde keuken, douche en toilet. Maar die worden nauwelijks gebouwd.

Nels Fahner

„Ik heb geluk gehad” zegt Daniël van der Woude (18) uit Heemstede. Sinds vorige week heeft de aankomend eerstejaars student Biomedische Wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam een tijdelijk onderkomen gevonden.

Hij woont nu anti-kraak in het centrum van Amsterdam. „Een ander had het pandje net afgewezen. Een paar minuten later belde ik en kon ik het krijgen.”

Veel andere studenten hebben minder geluk, de kamernood is groot. Dit jaar zullen er naar schatting 23.000 studentenkamers te weinig zijn, waarschuwt het kenniscentrum Kences, dat in opdracht van acht studentenhuisvesters opereert.

Van de 600.000 studenten aan het hoger onderwijs wonen er momenteel 270.000 op zichzelf. Ongeveer een kwart van hen huurt bij één van de acht woningbouwcorporaties die samenwerken in Kences. De rest van de studenten huurt van een particuliere huisbaas of woont in een koopstudio.

Volgens Jan Benschop, directeur van de woningbouwcorporatie DUWO, worden in Nederland elk jaar drie- tot vijfduizend nieuwe studentenwoningen gebouwd. „Maar ik schat dat er dit jaar minstens twaalfduizend nieuwe studenten bij komen. Hier valt niet meer tegenop te timmeren.”

Daarom moeten de overheid en universiteiten met andere oplossingen voor het kamerprobleem komen, vindt Benschop. Hij prijst de Technische Universiteit in Delft. „Die heeft onlangs voor een schappelijke prijs een stuk grond aan ons verkocht voor studentenwoningen, terwijl een commerciële bestemming veel meer geld opgeleverd had. Dat vind ik een moedig besluit”, geeft hij aan.

Benschop hoopt ook op de herinvoering van de huursubsidie voor studentenkamers, die in 1997 werd afgeschaft. Sindsdien worden in plaats van kamers vooral appartementen voor studenten gebouwd, omdat de overheid de huur daarvan wél subsidieert. Maar die appartementen sluiten niet aan bij de behoeften van de nieuwe studenten, zegt Benschop. „Zestig procent van de eerstejaars studenten geeft aan niet alleen te willen wonen, maar samen met anderen.”

In 2002 nam het toenmalige kabinet een aantal maatregelen om de kamernood te lenigen. De leegstandwet werd verruimd, algemene woningbouwcorporaties werden aangemoedigd geld te steken in studentenhuisvesting, en het zogeheten ’campuscontract’ werd ingevoerd. Hierdoor kunnen studenten na hun studie niet meer op hun kamer blijven hangen.

Maar die maatregelen zijn niet voldoende, zegt Remco de Maaijer van kenniscentrum Kences. Zonder herinvoering van de huursubsidie voor studentenkamers gaat het bouwen van appartementen door, terwijl al die aanstromende studenten daar niet om vragen.

Intussen groeit hun aantal fors en dreigt, net als in het jaar 2000, een aanhoudend tekort aan kamers, het hele jaar door. In andere jaren zwakt de vraag naar studentenkamers na de eerste maanden van het studiejaar af.

Het ministerie van Vrom onderzoekt of nieuwe maatregelen nodig zijn om de kamernood op te lossen.

Daar gaat eerstejaarsstudent Daniël van der Woude niet op wachten. „Ik probeer het straks weer via connecties in de studenten-scene. Alleen zo kom je aan een kamer.”

(Trouw) Beeld
(Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden