Kameraden in Waziristan

Videobeeld van Eric Breininger, alias Abdul Gaffoor Almani, een Duitse djihadist die eind april werd gedood in Pakistan. (FOTO AFP) Beeld
Videobeeld van Eric Breininger, alias Abdul Gaffoor Almani, een Duitse djihadist die eind april werd gedood in Pakistan. (FOTO AFP)

Eind april, een vuurgevecht in Noord-Waziristan, Pakistan. Eén van de vier gedode moslimstrijders blijkt de 22-jarige Duitser Eric Breininger te zijn. Hoe raakte hij daar verzeild?

Vier moslimstrijders naderen in de avond van 28 april een controlepost van het leger in het Pakistaanse Noord-Waziristan. De door bergen omringde post ligt tussen de twee garnizoenssteden Mir Ali en Miran Shah in. Een meter of vijftien voor de post verspert een touw de weg. De djihadisten rijden in een een vijfdeurs Toyota met grote laadruimte. Het is een auto die veel gebruikt wordt door zelfmoordenaars in Afghanistan en Pakistan, omdat ze goedkoop het land in worden gesmokkeld. Wagai, noemen lokale bewoners de auto: koe-achtig.

Een militair bij de controlepost wil de auto doorzoeken. Gecontroleerd wordt er altijd, maar niet altijd even grondig. De strijders gooien een handgranaat en er ontstaat een vuurgevecht. Vier militairen raken gewond. De djihadisten komen alle vier om. Het is dan al duidelijk dat het niet om lokale moslimstrijders gaat. „Ik ben Duits!”, had een van hen geschreeuwd.

Het verhaal komt van een Pakistaanse overheidsfunctionaris met kennis van het onderzoek naar de vier. Inwoners van de streek en een ooggetuige bevestigen, anoniem, het verhaal. De functionaris mag niet met de pers te praten en de bewoners en ooggetuige zijn bang voor represailles van de lokale taliban.

Gruwelijke moorden op mensen die samenwerken met de overheid komen in dit gebied regelmatig voor. Athar Abbas, de Pakistaanse legerwoordvoerder, zegt het verhaal niet te kunnen bevestigen. Aanvallen op controleposten komen dagelijks voor. Overigens vond volgens de terroristische groep Taifatul Mansera het incident niet op 28, maar op 30 april plaats.

De Duitse djihadist is de 22-jarige Eric Breininger, alias Abdul Gaffoor Almani. Zijn drie kameraden zijn bekend onder hun schuilnamen: Salahuddin al Turki, Hezbullah Uzbeki en Abu Abdullah Uzbeki. De laatste twee komen uit Oezbekistan, Al Turki is een Turkse beheerder van een extremistische website, Elif Media. Mogelijk gaat het om Ahmat M. Tien jaar geleden werd hij Duitsland uitgezet naar Turkije.

De vier gehavende lichamen worden overgebracht naar het ziekenhuis, waar ze worden onderzocht. Er vindt geen autopsie plaats. Uiteindelijk worden de dode strijders overgedragen aan een lokale raad. Deze raad pendelt geregeld heen en weer tussen militanten en militairen om de lichamen van omgekomen strijders of militairen bij de juiste partij te bezorgen. Bij de vier lichamen werd ook een belangrijk document gevonden met veel informatie over djihadisten. Daarover later meer.

De zaak is daarmee allerminst begraven. De dood van Breininger, die begin mei als eerste wordt gemeld door het Duitse weekblad Der Spiegel, brengt het probleem van radicaliserende westerlingen opnieuw over het voetlicht.

Een paar dagen na zijn dood circuleren Breiningers memoires op het internet. ’Mijn weg naar het paradijs’, luidt de titel. Het taalgebruik in het 108 pagina’s tellende document verschilt nogal van zijn spreektaal in propagandavideo’s op internet. Maar de details zijn authentiek, schrijven de Duitse inlichtingenanalisten Christopher Radler and Behnam Said op de website jihadica.com. Breininger schrijft dat hij met het zijn memoires leugens over hem wil weerleggen en moslims en niet-moslims naar het pad van Allah wil leiden.

Breininger zocht naar de zin van het leven, schrijft hij. Hij zat in Duitsland op school, had een vriendinnetje en een bijbaantje in een logistiekbedrijf. Een collega bracht hem in aanraking met de islam en in 2007 bekeert Breininger zich.

Via dezelfde collega ontmoet hij Daniel Schneider, die zichzelf Abdullah noemt, en trekt bij hem in. Schneider maakte deel uit van de terroristische Sauerland-groep die in 2007 aanslagen beraamde op Amerikaanse doelen in Duitsland. Hij werd daarvoor onlangs tot twaalf jaar cel veroordeeld.

Schneider en Breininger lazen samen djihadistische propaganda, gedownload van internet. Zijn verkering maakt Breininger uit.

Vier maanden na zijn bekering, in de zomer van 2007, vertrekt hij uit angst voor de Duitse geheime dienst naar Egypte, om Arabisch te leren. Van daaruit reist hij naar Pakistan en Afghanistan.

In Pakistan belandt hij bij de Islamitische Jihad-unie (IJU), een splintergroepering van de Islamitische Beweging van Oezbekistan (IMU) met een antiwesterse en antiseculiere agenda. De groep pleegt aanslagen op westerse doelen in onder andere Afghanistan en Oezbekistan en beraamde aanslagen in Pakistan.

De IJU bevindt op zich op meerdere plekken in Afghanistan en Pakistan, maar haar ’hoofdvestiging’ bevindt zich vermoedelijk in Noord-Waziristan. De regio is onderdeel van de federaal bestuurde stamgebieden (Fata). De centrale Pakistaanse overheid heeft er weinig te zeggen: al sinds mensenheugenis is het gebied semi-autonoom en zeer conservatief. De Waziri’s staan bekend als formidabele vechtersbazen.

Veel talibanstrijders houden zich schuil in Noord- en Zuid-Waziristan. Onder hen zou de Afghaanse extremist Jalaluddin Haqqani zijn, een van de gewelddadigste extremisten in de regio. Strijders van zijn Haqqani-netwerk vechten veelal in het oosten van Afghanistan en plegen regelmatig aanslagen, tot in de Afghaanse hoofdstad Kaboel aan toe.

In Afghanistan volgt Breininger een djihadistentraining. Eind 2008 verschijnt hij in de vermoedelijk eerste van een reeks propagandavideo’s waarin hij spreekt over het onrecht in Afghanistan en Oezbekistan. Hij roept zijn Duitse landgenoten op zich bij de djihad aan te sluiten, of die in ieder geval te financieren. Breininger leeft in Pakistan en Afghanistan onder spartaanse omstandigheden. Daarover zegt hij in een videoboodschap: „Zeker, het geld is schaars, maar Allah zorgt voor het belangrijkste”.

Hij voelt zich alleen omdat hij nauwelijks de lokale taal pashto spreekt, schrijft hij in zijn memoires. Maar dat verandert als zich, waarschijnlijk eerder dit jaar, een paar Duitse djihadisten melden.

Samen met hen vormt Breininger de Duitse Taliban Mudjaheddin. Ze lijken nauw samen te werken of zelfs op te gaan in de terroristische groep Taifatul Mansera, Arabisch voor Overwinningsgroep. De groep heeft rond de 150 leden, onder wie ook vrouwen en kinderen van de strijders, zegt de Pakistaanse overheidsfunctionaris. De groep doet mee aan Al-Fata, het offensief van de Afghaanse taliban. Er zijn nauwe banden met Mullah Sangin, een talibancommandant in de Afghaanse provincie Khost, die op zijn beurt weer nauwe banden heeft met Haqqani, vertelt de Pakistaanse functionaris.

Niet alleen Duitsers trekken naar het Pakistaans-Afghaanse grensgebied om te vechten in de djihad. „De belangrijkste trainingskampen van de IJU in de buurt van Mir Ali in Noord-Waziristan zijn een mekka geworden voor Europeanen (vooral Turks en westers) die internationale terroristen en zelfmoordenaars willen worden”, schreef terrorisme-expert Evan F. Kohlmann al in juli 2008 in ’djihadistische netwerken en hun invloed in Europa’.

Ook vanuit Nederland zijn ’enkele personen’ in de afgelopen jaren naar het Pakistaans-Afghaanse grensgebied getrokken om mee te doen aan de djihad, meldde de AIVD onlangs in zijn jaarverslag over 2009.

Hoewel de AIVD hiermee niet zegt dat het om Nederlanders gaat, is dat wel degelijk het geval, vertelt een andere Pakistaanse functionaris. Een van hen is mogelijk Danny R. Hij zou vorig jaar op 2 september naar Pakistan zijn vertrokken en kort geleden zijn omgekomen, meldt Der Spiegel. De Pakistaanse functionaris bevestigt zijn dood – of R. Nederlander is weet de functionaris niet – en zegt dat R. begraven is in Noord-Waziristan. Het Nederlandse ministerie van buitenlandse zaken kan dit niet bevestigen, maar zegt de berichten te onderzoeken in nauwe samenwerking met de Duitse autoriteiten.

Westerse djihadisten hebben geen eenduidige karakteristieken, zegt Kohlmann nu. „Het is een cocktail. Religie speelt een bepaalde rol, hoewel ik denk dat dat erg overschat wordt. Politiek en persoonlijke problemen spelen ook mee.”

Propagandavideo’s zoals die van Breininger zijn belangrijk bij de rekrutering. „Die zijn enorm inspirerend”, zegt Kohlmann. Ze laten zien dat je geen supermens of Osama bin Laden hoeft te zijn om aan de djihad mee te doen. Het zijn gewone westerlingen die door hun toewijding djihadisten hebben kunnen worden, zegt hij.

Ook na zijn dood wordt Breiningers verhaal ingezet als propaganda: foto’s gemaakt door militanten van Breiningers gehavende, in een zwarte doel gehulde gezicht zijn op het internet verschenen. Hij glimlacht. ’Kijk eens hoe hij lacht’, meldt een van de onderschriften.

Het uitschakelen van de djihadisten is lastig. In het ruige terrein van de Pakistaans-Afghaanse grensregio waar nauwelijks controle van de overheid heerst, zijn inlichtingen schaars. Des te belangrijker is dat er na het incident eind april bij de vier omgekomen djihadisten een dertig pagina’s tellend document is gevonden, vertelt de Pakistaanse bron die het document heeft gezien. Het lag tussen vier automatische kalasjnikovs, 14 magazijnen en vier handgranaten en internationale belkaarten.

In het document, zegt de bron, staan namen en nummers van mensen uit Iran, Turkije, Duitsland, Afghanistan en Pakistan. Om de informatie uit het document goed te kunnen benutten, is wel samenwerking nodig met Duitse, Turkse, Iraanse en Centraal-Aziatische autoriteiten, zegt de Pakistaanse bron.

Hij noemt het document ’verbazingwekkend’, omdat het zo gedetailleerd is. Mogelijk is het geschreven door Salahuddin al Turki, een van de vier. De tekst, grotendeels in het Turks, bevat verwijzingen naar zijn media-activiteiten, zoals aantekeningen over een digitale studio voor het maken van video’s.

Het document maakt bovendien misschien duidelijk via welke contacten djihadisten Pakistan bereiken. De Pakistaanse functionaris zegt dat het gros via Turkije over land naar Iran en mogelijk Afghanistan naar Pakistan reist. De route door Iran en Pakistan wordt veel gebruikt door smokkelaars omdat de overheid in de Pakistaanse provincie Baluchistan weinig controle heeft.

Het is een route die Breininger ook gebruikt heeft, schrijft hij in zijn memoires. Hij vloog van Duitsland naar Iran en vervolgde zijn weg over land met behulp van een mensensmokkelaar. In Iran liet hij een boerka maken, kocht een ambtenaar om en reisde vervolgens, gehuld in boerka, de grens over naar Pakistan richting Waziristan. De Pakistaanse legerwoordvoerder Abbas zegt dat veel internationale djihadisten via Afghanistan Pakistan binnenkomen, omdat de grens in Afghanistan slecht bewaakt wordt.

Breininger droomde van een westerse djihadistencommune, waar ook kinderen deel van uit zouden maken. Hij schrijft: „Met toestemming van God zullen deze kinderen een speciale generatie van terroristen vormen die in geen enkele databank van de vijanden van Allah geregistreerd is. Ze spreken de talen van de vijanden, kennen hun gebruiken en kunnen zich op grond van hun Europese uiterlijk perfect vermommen en onopvallend infiltreren in de landen van de ongelovigen om insha’allah de ene na de andere operatie uit te voeren tegen Allah’s vijanden, waarbij ze angst en terreur in hun harten zullen zaaien.”

Een Pakistaanse militair in Zuid-Waziristan. In het gebied houden zich veel talibanstrijders schuil. (FOTO REUTERS) Beeld
Een Pakistaanse militair in Zuid-Waziristan. In het gebied houden zich veel talibanstrijders schuil. (FOTO REUTERS)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden