Column

Kamer ontwaakt in nachtmerrie

Het is op zich buitengewoon ernstig als een Kamerlid de eed of gelofte schendt op het getrouw vervullen van de plichten die het ambt hem oplegt. Het draagt bij aan wat de vorige vicepresident van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink (foto), de 'verrommeling van het staatsrecht' noemde. Beeld anp

Het Openbaar Ministerie onderzocht in 2003 op verzoek van toenmalig premier Balkenende of het mogelijk was de afgetreden minister Bomhoff te vervolgen wegens schending van het ambtsgeheim. In een boek over zijn ministerschap zou deze uit het kabinetsberaad hebben geklapt. De conclusie van het OM was dat vanwege de openbaarheid van een proces het middel van strafvervolging erger zou zijn dan de kwaal, waarvan het bewijs ook lastig viel te leveren. Hierop zag de premier af van zijn voornemen aangifte te doen.

Had de voorzitter van de Kamercommissie voor de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, VVD-fractieleider Zijlstra, niet beter dezelfde weg kunnen bewandelen alvorens aangifte te doen van een lekkage?

Nu staat, gedurende veel te lange tijd, de hele parlementaire top van Nederland onder verdenking van een ambtsmisdrijf, waarvan het precieze gewicht niet aanstonds vaststaat en dat ook nog moet worden bewezen.

Het is op zich buitengewoon ernstig als een Kamerlid zich niet aan afgesproken regels houdt en daarmee de eed of gelofte schendt op het getrouw vervullen van de plichten die het ambt hem oplegt. Dat levert niet alleen een misdrijf op, maar draagt ook bij aan wat de vorige vicepresident van de Raad van State, Herman Tjeenk Willink, acht jaar terug de 'verrommeling van het staatsrecht' noemde. Daarmee doelde hij op de verschraling van de instituties van de democratische rechtsstaat, de erosie van zowel het vertrouwen van de burgers als van de ernst van publieke ambtsdragers.

Misverstanden
Zeker in zaken waarin de democratische controle op het regeringsbeleid vanwege de aard beperkt moet zijn, horen burgers blindelings op die ernst aan te kunnen. Dat verplicht de leden van de Kamercommissie voor de geheime diensten, evenals de betrokken ministers, tot meer dan gewone zorgvuldigheid. In dit geval lijkt er van beide kanten sprake geweest van slordigheid en onoplettendheid, waardoor misverstanden konden ontstaan over het staatsrechtelijke en politieke gewicht van informatie over het functioneren van onze overheid als surveillancestaat, met een knetterende ruzie als gevolg.

De reactie op een mogelijk vergrijp moet echter ook redelijk, proportioneel en effectief zijn. Dat geldt niet alleen voor de strafrechtelijke sanctie, mocht de Hoge Raad aan zet komen, maar ook voor de procedure van strafvordering waarin de Kamer het initiatief heeft.

De zaak zal zonder twijfel voor juristen en staatsrechtsgeleerden spectaculair voer opleveren, omdat de in gang gezette procedure een onbeproefde is die onze hoge colleges van staat naar onbekend gebied voert. Maar voor de politiek lijkt het nu al een regelrechte nachtmerrie. Het beste zou zijn als de zondaar naar voren treedt en vervolgens in het herfstbos verdwijnt. De vraag is of de zaak zo eenduidig ligt, nu het volgens het OM gaat om 'één of meer leden' van de commissie. Wellicht wordt ook buiten de intelligentie gerekend van de NRC-journalist die de kwestie reconstrueerde.

Verkramptheid
Nog altijd berucht is het geval waarin premier Drees in 1956 journalist Henry Faas van de Volkskrant de toegang tot alle departementen ontzegde, omdat deze vlak voor Prinsjesdag met een vooruitziend artikel over de hoofdlijnen van het beleid het embargo op de Miljoenennota zou hebben geschonden. Drees achtte dat een ernstige bedreiging van de democratie, maar moest bakzeil halen toen duidelijk was geworden dat Faas zijn stuk had gebaseerd op eigen waarnemingen, ervaring en intelligentie.

De zekere verkramptheid waarmee Drees op het stuk van Faas reageerde, lijkt ook vaardig in de huidige kwestie. Staatsgeheimen moeten staatsgeheimen blijven; de zorg over het uitlekken daarvan is op zich voldoende reden tot actie over te gaan. Maar de snelle aangifte wijst ook op sterk onderling wantrouwen onder de senioren van de Tweede Kamer, een gezelschap dat bij uitstek de staatkundige rust moet hebben om weloverwogen stappen te zetten.

De nu gekozen weg wijst niet op rust en beradenheid. Maar nu de keuze is gemaakt, zal de Kamer er het beste van moeten maken, hoe delicaat en lastig het ook is als onderzoeksrechter in eigen huis te opereren. Vertrouwen kan worden geput uit de ervaringen die zijn opgedaan met parlementaire enquêtes. Zo ergens, dan bij deze onderzoeken heeft de Kamer zich bewezen als een strenge, zelfstandige en onafhankelijke macht in ons bestel. Die eigenschappen zullen nodig zijn om de boze droom te verdrijven waarin de politiek zich, ook tot haar eigen schrik, heeft laten vangen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden