Kalverliefde veehouders duurt maar twee weken

Pasgeboren kalfjes worden nog steeds direct bij de moeder weggehaald. De veehouderij moet nu eens inzien dat dieren recht hebben op natuurlijk gedrag, vindt Margreet Steendijk.

Op 27 januari nam de Tweede Kamer een motie aan die de regering vroeg om een plan van aanpak om kalveren in de melkveehouderij voor een bepaalde tijd bij de koe te laten. Er volgde massaal protest van boeren, waaronder een actie van boerinnen met als slogan 'Kalverliefde'.

De dames togen naar het Binnenhof met spandoeken en emmers vol griezelverhalen over wat er allemaal met zo'n kalf ging gebeuren wanneer je het bij zijn moeder zou laten: ten dode opgeschreven. Niet de natuurlijke moeder van een kalf, maar de boerin is degene die het kalf in leven moet houden.

Dat ons veehouderijsysteem zo zou zijn doorgedraaid dat dit op waarheid zou berusten, is op zich al een eng idee. Maar staatssecretaris Van Dam vindt nader onderzoek niet nodig, hij legt de motie naast zich neer en 'laat de boer het zelf bepalen'.

De meeste boeren voelen niets voor verandering. Maar gelukkig neemt de maatschappelijke druk toe. Van Dam mag dan vallen voor het toneelstukje van de boerinnen, de burger krijgt over hun vorm van kalverliefde steeds meer twijfels.

'De één reageert vanuit emotie, de ander benadrukt de feiten', verklaarde Van Dam. De staatssecretaris plaatste de 'emoties' bij de mensen, organisaties en politici die vóór de motie waren, en de 'feiten' bij de felle tegenstanders uit de veesector. Tijd voor een korte analyse van de huidige 'kalverliefde'.

In de kruiwagen

Het kalf wordt vrijwel direct weggehaald van de moeder, al dan niet comfortabel afgevoerd in een kruiwagen. Het wordt in een hokje gezet, en krijgt de nodige eerste moedermelk, de biest. Hiervoor wordt de moederkoe gemolken, en de melk wordt via fles of emmer aan het kalf gegeven. Omslachtig? Nee hoor, alleen zo houd je de controle of het beestje wel genoeg binnenkrijgt, luidt de verklaring. Vervolgens staat het kalfje, voor zover het al kán staan, letterlijk alleen. Die kalverliefde betekent niet dat de boer ernaast gaat zitten. Het betekent dat er op tijd melk in gegoten wordt.

Na ongeveer twee weken neemt de kalverliefde een heel andere wending: alle stiertjes en ongeveer een derde van de vaarskalfjes (meisjes) worden dan afgevoerd naar vetmesterijen. De liefde is over, ze zijn en blijven een bijproduct van de melkveehouderij, die kalfjes. Daarna leven zij een maand of zeven in een stal. Meestal staat het kalf dan nog weken alleen, waarna het met acht weken - wettelijk verplicht - in een groepshok mag, totdat het wordt afgevoerd naar de slachterij.

Dit zijn de feiten, zonder emotie. Kalverliefde van melkveehouders heeft dus weinig met liefde voor kalveren te maken, en meer met weerzin tegen verandering. De economische gevolgen, de stallen die er niet op zijn ingericht, de keuze voor maximale melkproductie.

Niemand verwacht van melkveehouders dat ze op korte termijn kunnen overstappen op een systeem waarin kalveren en koeien een maand of vijf bij elkaar blijven. Wat je wél van de melkveehouders mag verwachten, is dat ze meegaan in een veranderende visie op een duurzamere veehouderij, waarbij men niet langer voorbijgaat aan het feit dat dieren intrinsieke waarde hebben en recht op natuurlijk gedrag. Een kleine voorhoede van melkveehouders bewijst dat het kán, de kalveren laten opgroeien en (mee)drinken bij de moeder.

Niet de koe moet worden aangepast aan de stal, de stal moet aangepast worden aan de koe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden