Kalme dagen aan een woeste kust

WIM BOEVINK

Mag ik hier mijn vakantie nog wat rekken met herinneringen? De thuiskomst. De koffers en tassen gevuld met vuile kleding, de boeken nog zanderig van strand en wind, een smeltende vreemde kaas in een niet meer zo koele koeltas, in de huid het ultraviolet nog opgeslagen.

Je opende het warme huis, waarin de lucht wekenlang stil had gestaan. De post, de stapels kranten. Het aquariumglas lichtbruin uitgeslagen, de vaatwasser beschimmeld na een vergeten vaat. De tuin vol en groen en woest, als door een beschaving verlaten.

Onze omzwervingen waren Franco-Iberisch geweest, hoewel dat Iberische zich beperkte tot een kustplaatsje in het noordoosten van Catalonië, dat zich niet tot Spanje rekent. Llança heette het, en na enige dagen begrepen we dat je die naam als 'Jansa' moest uitspreken. De reisgids zei dat er weinig bijzonders viel te zien in Llança, maar het appartement dat we er boekten in de haven lag dicht bij een strand en wellicht kon het stadje onze van hun wifi bevrijde tienerkinderen enig vertier bieden.

Via Google Streetview hadden we vooraf al wat straten doorkruist; ze leken lang en recht en door witte blokken omzoomd. Van leven was verontrustend weinig herkenbaar, maar de bange hoop was dat de Google-camerawagen er in het voor- of naseizoen had rondgereden.

Llança werd bereikt na een autorit over een weg die zich door het heuvelland van een natuurgebied slingerde en de opluchting was groot dat het er gonsde van de bedrijvigheid bij agenturen voor zomerhuizen.

Er was leven. Een grote apotheek met de allure van een museum voor moderne kunst, terrassen met kleine tafels onder parasols, winkeltjes met strandartikelen, in rekken uitgerold over de stoepen. Opblaasdolfijnen.

De vis- en jachthaven vouwde zich om een komvormige baai, getekend door de rotsen van de Costa Brava. Het strand was grijs en gruizig. Eromheen stond een kraagje van eetgelegenheden. De hellingen rondom droegen huizen en villa's, en achter de hellingen gingen weer nieuwe, kleine baaien schuil.

In het laag gelegen deel van de haven waren de straten inderdaad recht en volgebouwd met appartementenblokken van drie, vier verdiepingen. In één ervan namen we onze intrek. Het lag op de eerste. We klommen een smalle granito trap op; het hoekappartement was simpel, op de vloer glanzend lichte plavuizen, in de woonkamer een donkere buffetkast, een koelkast en achter een rolluik een deur naar een lang balkon dat de hoek om ging. Ons uitzicht was een pleintje en een viersprong van smalle straten. Van andere balkons hingen planten en Catalaanse vlaggen neer. Af en toe kroop een auto voorbij, of een zacht knetterende brommer. Oudere vrouwen in ruim vallende jurken met bloemdessins passeerden. De uitbater van een dönerzaak zat in een rieten stoel voor zijn lege etablissement. Een jong stel keerde flip-flop terug van het strand.

Er was zoveel kalme alledaagsheid in dat uitzicht. Toen wisten we dat we hier gelukkig zouden zijn. De reisgids had gelijk. Hier was niets bijzonders te zien.

Hier hoefde je alleen maar te zijn.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden