Psychiater Thierry Baubet, die teruggekeerde jihadkinderen begeleidt.

Interview Thierry Baubet

Kalifaatkinderen zijn voor alles kinderen, zegt Franse psychiater die jonge terugkeerders begeleidt

Psychiater Thierry Baubet, die teruggekeerde jihadkinderen begeleidt. Beeld AFP

Wat doe je met kinderen die werden geboren of opgroeiden in het kalifaat van Islamitische Staat? Niemand in Europa heeft zoveel ervaring met die vraag als de hoogleraar kinderpsychiatrie Thierry Baubet. ‘We hebben erg veel problemen gehad met een verhaal waarbij woede is aangezien voor radicalisering.’

Sinds 2016 arriveerden er in Frankrijk 134 ‘jihadwelpjes’ zoals ze vaak worden genoemd. Van hen kwamen er 47, meer dan de helft jonger dan zes jaar, ter observatie terecht in het academisch ziekenhuis van de Parijse voorstad Bobigny waar Baubet werkt.

“Dat het er zoveel zijn, heeft een administratieve reden”, vertelt Baubet in zijn werkkamer. “Wij krijgen hier de kinderen die terugkeerden vanuit Turkije op het vliegveld Roissy. Na de landing worden ze direct toevertrouwd aan de kinderbescherming van ons departement, Seine-Saint-Denis, omdat hier ook het vliegveld ligt.”

Met de weeskinderen die nu beginnen terug te keren vanuit de veelbesproken kampen in Koerdistan, zoals Barghouz, gaat het anders. “Zij komen aan op een militair vliegveld in de buurt van Versailles en zijn dus de verantwoordelijkheid van de diensten in die stad.”

Drie traumatische ervaringen

De kinderen uit de kampen zijn er erger aan toe dan ‘zijn’ pupillen, beaamt Baubet. “De kinderen hier konden op adem komen in Turkije. Maar ze delen vrijwel allemaal drie traumatische ervaringen: ze verbleven in oorlogsgebied waar ze getuige waren van extreem geweld, ze zijn hun vader verloren en in Frankrijk gescheiden van hun moeder die direct na aankomst wordt opgesloten.”

Twee jaar geleden bedacht Baubet met een aantal collega’s een plan van aanpak. Om de balans op te maken worden alle kinderen, die in een gastgezin zijn geplaatst, drie maanden lang een uur per week geobserveerd. “Dat is de tijd die nodig is om te kunnen bepalen of de problemen van deze kinderen – zoals post-traumatische stressstoornissen, hechtingsproblemen, en angst – veroorzaakt zijn door de scheiding met de moeder.

Hierna wordt gekeken welke zorg het kind nodig heeft. Dat kan van alles zijn. Sommige kinderen doen het weer in hun broek, liggen ‘s nachts gillend wakker of kunnen niet meer praten. Anderen zijn depressief of hebben hechtingsproblemen.”

Praten over wat ze hebben meegemaakt kan erg lang duren. “Sommigen hebben pas na een jaar iets gezegd. Een kind moet de therapeut vertrouwen en dat kan lang duren.”

Baubet werd geconfronteerd met een volkomen nieuw probleem waarvoor geen methode bestaat. “Maar wat mij opvalt is de overeenkomst tussen jihadkinderen en getraumatiseerde kinderen die bijvoorbeeld getuige waren van veel huiselijk geweld.

Het grote verschil natuurlijk is dat het hier gaat om het nageslacht van mensen die ons als hun vijand hebben aangewezen. Dat gegeven, gevoegd bij de grote druk die de politiek en de media op dit onderwerp uitoefenen, heeft invloed op de hulpverleners en de gastgezinnen. Die zijn soms bang of ze gaan denken dat ze het niet goed doen of het niet aan kunnen.”

Concrete voorbeelden uit zijn praktijk kan de bedachtzaam formulerende Baubet niet geven. “We hebben erg veel problemen gehad met een verhaal waarbij woede is aangezien voor radicalisering. Maar een kind dat bijvoorbeeld uit boosheid en frustratie een pop uit elkaar trekt, is niet abnormaal. Woede hoort, tot op zekere hoogte natuurlijk, bij gewoon gedrag van kinderen.”

‘Geen tijdbommen’

Baubet maakt dan ook bezwaar tegen de term ‘tijdbommen’ waarmee jihadkinderen zijn aangeduid. “Er bestaat niet zoiets als een noodlot en je moet waken voor self fulfilling prophecies. Deze kinderen hebben vrij snel zin om alles te doen wat gewone kinderen ook doen: spelen met andere kinderen, naar school gaan, plezier hebben.

De groteren kunnen erg rigide zijn als het op het geloof aankomt. Zij worden erg in beslag genomen door de vraag wat het betekent om een goede moslim te zijn. Maar dat verandert vrij snel. Wij zien geen kinderen die hier zouden willen leven volgens de regels van IS.”

Maar niets is te voorspellen, beaamt Baubet. “Een van de vragen die de komende jaren aan de orde zullen komen is: wat gebeurt er als de moeder van zo’n kind weer vrij komt? De kinderen bezoeken geregeld hun moeder in de gevangenis, de band tussen ouder en kind blijft daardoor bestaan.

De moeder houdt de ouderlijke macht en zal eenmaal op vrije voeten ook zeker haar rechten laten gelden. Dat is een van de redenen waarom wij denken dat er veel en intensieve begeleiding op de langere termijn nodig blijft.”

Lees ook:

Krista: ‘Neem desnoods alleen mijn kinderen mee naar Nederland’

De Nederlandse Krista van T. bleef met haar echtgenoot tot het einde bij terreurbeweging Islamitische Staat. Nu is ze weduwe en zit ze in een overvol opvangkamp in Noord-Syrië, mét haar vier kinderen.  

In Raqqa is gebrek aan alles

Waarom helpt de wereld ons niet? Waarom is er nog steeds nergens elektriciteit? Waarom is ons wel zoveel beloofd? Het zijn de terugkerende geluiden als je inwoners spreekt van het zwaar beschadigde Raqqa.

IS-vrouw Amber verlangt terug naar Nederland: ‘Mensen hier zijn zo onbeschoft en asociaal’

Amber K. is een 23-jarige Nederlandse uit Dordrecht, blauwgrijze ogen, sproetjes op haar neus. Ze verblijft sinds een jaar en twee maanden in dit Koerdische kamp. 

Hij ging in 2014 naar Syrië ‘om te helpen’ en kwam bij IS terecht. 

Nu wacht hij in een Koerdische cel op terugkeer naar Nederland. Trouw sprak de kalifaatstrijder in de buurt van de Koerdische gevangenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden