Kader Abdolah wil het liefst terug naar Iran

Schrijver Kader Abdolah. 'Kader Abdolah is een pseudoniem voor Hossein Sadjadi Ghaemmaghami Farahani.' © Werry Crone

INTERVIEW | Het is spitsuur voor de Iraans-Nederlandse schrijver Kader Abdolah. Hij schreef het Boekenweekgeschenk, rondde zijn laatste roman af en dat tegen de achtergrond van een onrustig Midden-Oosten. "Ik ga ten onder van jaloezie. Ik wil er zijn!"

Hij woont bijna 23 jaar in Nederland, maar Kader Abdolah blijft een trotse Pers. Onberispelijk in het pak en met een kaarsrechte houding stelt hij zich voor: "Kader."

Het ijs is dan nog niet gebroken. Dat gebeurt aan de koffietafel, als de interviewer een Perzisch wandkleed aanziet voor een foto. Abdolah vat dat gelukkig op als een compliment: "Knap gedaan, hè? Het kleed bestaat uit duizenden knopen. Een hels karwei. Het zijn nomaden, een typisch tafereel in het zuiden van Iran."

Buiten schijnt een onschuldig winterzonnetje over Delft, de woonplaats van Abdolah. Op hetzelfde moment voltrekt zich elders in de wereld de Arabische revolutie. Ook in het niet-Arabische Iran, het land dat Abdolah in 1988 ontvluchtte, stromen de pleinen van de steden vol betogers.

Maakt de situatie in Iran de strijder in u wakker?

"Ik ga ten onder van jaloezie. Ik wil er zijn! Niet alleen in Iran, ook in Libië, Egypte, Jemen , Bahrein en alle andere landen van de opstanden. Ik heb ongelooflijk veel bewondering voor die demonstranten. Ik volg normaal al elk uur de nieuwsberichten, maar deze dagen natuurlijk extra."

Staat het Iraanse regime op instorten?

"Het is te vroeg. Het regime in mijn geboorteland is het meest gruwelijke dictatoriale regime op aarde. Net als in Egypte is het leger altijd de drijvende kracht geweest in Iran. Maar Moebarak was een leeg karkas en de Revolutionaire Garde van Iran staat nog op verse benen. Zij zijn loyaal, jong, krachtig en corrupt."

Welke kant denkt u dat het op gaat met de landen waar de opstand plaats heeft?

"Ik verbaas me dat ik zo denk met mijn verleden als activist - als iemand die net zo dacht als de strijders op de Arabische en Perzische pleinen - maar ik zeg: Je moet de weg van de geleidelijkheid volgen. De mensen in Egypte en Tunesië; ze zijn zo blind van geluk. Echt, ook al gaat het tegen alles in wat ik vind: je moet de weg van de verzoening kiezen. Als we alle structuren ineens onderuit halen, neemt een fundamentalistische stroming het over."

Terug naar Nederland, waar u als schrijver geslaagd bent. Vond u het een eer om het Boekenweekgeschenk te mogen schrijven?

"Zeker. Ik ben het leven dankbaar. Het was nooit mijn droom om het Boekenweekgeschenk te schrijven maar het is een aardige duw in de goede richting naar de top. Wat de top is? De top is breed gelezen te worden, vertaald worden in tal van talen, dat er interesse is voor mijn lezingen. Weet u dat ik aanvankelijk trouwens aarzelde toen ze mij voor het Boekenweekgeschenk vroegen? Diep in mijn hart dacht ik: Nee! Ik was bezig met mijn nieuwste roman 'De koning' en ik was bang dat ik dood zou gaan, dat ik het boek niet af zou krijgen. Later besefte ik dat het creatieve proces van 'De koning' wel was afgerond - ik ben er twee jaar mee bezig geweest. Toen er gebeld werd met de vraag 'Kader, wil jij het Boekenweekgeschenk schrijven?' heb ik ja gezegd. Er is een Perzisch gezegde dat stelt: Iets wat het leven je biedt, moet je nederig met beide handen vasthouden."

Wist u meteen waarover 'De kraai' moest gaan?

"Ik zal u vertellen hoe het is ontstaan. 'De kraai' is geschreven in de bibliotheken van acht verschillende Amerikaanse universiteiten, waar ik was om lezingen te geven. Die bibliotheken zijn 24 uur per dag open. Dag en nacht! Geweldig was dat. In die bibliotheken zijn ook hoekjes met werken uit de Nederlandse literatuur. Ik kwam er Multatuli's eerste druk en andere klassiekers tegen. Tot mijn verbazing vond ik steeds citaten die bij mijn verhaal pasten. Zo heb ik 'De kraai' in drie maanden tijd in Amerikaanse bibliotheken geschreven."

Die kraai komt vaker voor in uw werk.

"Hij is volop aanwezig in de hele Perzische literatuur. Hij is een verkondiger van het nieuws.
Maar ik wil Trouw iets anders vertellen.

Ga uw gang.


"Ik ben als schrijver pas halverwege. Ik heb een groot en constant schuldgevoel ten opzichte van de mensen die ik kwijt ben en ten opzichte van de mensen die nu strijd leveren tegen het Iraanse regime. Om dat schuldgevoel goed te maken moet ik produceren. Ik heb maar één doel: naar Iran. Ik wil terug naar huis en daar ook blijven. Hier in Nederland kan ik niet meer groeien, ik moet naar buiten toe. Mijn doel is om zo groot te worden, dat ze bij de grens van Iran niet meer tegen mij durven te zeggen: "Waar was u en waar gaat u naartoe?" Maar daarvoor moet ik eerst schrijven. Heel veel schrijven."

Met uw afkomst en uw geschiedenis heeft u daarvoor een rijke bron. Is die onuitputtelijk?

"Mijn bronnen zijn Perzisch, zij komen uit het verleden, maar mijn verhalen zijn van hier en nu. Mijn Perzische geschiedenis in combinatie met mijn ervaringen hier in Nederland maken mij een bevoorrecht schrijver. Er zal een roman komen met zuiver Hollandse bronnen, daar ben ik van overtuigd, maar ik denk dat er ongeveer dertig jaar overheen gaat voor het zover is. Eerst dertig jaar in het land van aankomst wonen en werken. Ik heb het materiaal hier in elk geval al opgedaan. Als vader, als burger en als columnist."


In de column 'Een berg in de polder' schreef u eens dat de Nederlandse literatuur 'niet meer het privédomein is van blanke personages'. Zijn Nederlanders zich daarvan bewust?

"Dat hoeft niet, ze krijgen het gewoon op hun bord. Ik geef veel lezingen op scholen en merk dat aan alles. Mijn boeken zijn meer dan ooit Hollandse boeken. Ze konden alleen in deze Nederlandse tuin groeien. Met deze democratie, met deze vrijheid, in deze rust, in deze structuur. 'De koning' heeft een Brits-Perzische inhoud maar met een Hollandse structuur. Andere buitenlands-Nederlandse schrijvers zal het evenzo vergaan: er komen steeds meer vizieren, bazaarwinkeliers, zelfs ayatollahs de Nederlandse literatuur in."

'Als Iraniërs naar het buitenland gaan', stelt u, 'verkleurt die Islamitische kant en rijst dat oorspronkelijke Perzische gevoel'.

"Het gekke is: hoe meer je afstand neemt van je huis, hoe dichter je ook bij huis komt. Het bewijs daarvan zijn mijn boeken. Maar die Perzische trots blijft altijd. Alle Perzen zijn trots op hun verleden, trots op de tijd van voor de komst van de Islam naar hun land. De fundamenten van het Zarathoestra-geloof liggen er nog steeds en blijven er liggen. In Iran doet het regime van Ahmadinejad alsof alleen de Islamitische feesten ertoe doen, maar in werkelijkheid viert het volk van Iran juist die oude Perzische feesten. Dat zegt genoeg over het werkelijke verlangen van de Iraanse bevolking."

Ook Nederland neigt naar een verlangen van culturele eigenheid. Hoe ervaart u de kritische houding tegenover vreemdelingen hier?

"Ik ben niet pessimistisch, ik zie iets moois gebeuren. Ja, als je er goed naar kijkt kun je er zelfs van genieten. Zo'n type als Wilders is heel gezond voor de samenleving. Het maakt immigranten weerbaar en krachtig. Wij hebben hier in Nederland de beste immigranten van Europa. Docenten en studenten aan de universiteiten: ze zijn aanwezig. Columnisten in kranten: aanwezig. Allochtone topmensen bij Heineken en Shell: aanwezig. Immigranten in de literatuur: ze zijn er. Natuurlijk, het doet pijn. Ik bestrijd zijn mening. Maar ik heb nooit gezegd dat Wilders dit niet mag zeggen. Als we geen Wilders hadden gehad, dan moest er een ander komen."

Moet een schrijver wel een politieke positie kiezen?

"Een schrijver moet iets meegeven. Juist door de functie van vermaak - die de literatuur in eerste instantie heeft - heeft de letterkunde de taak om via die weg iets bijzonders mee te geven. 'De aardappeleters' van Van Gogh is verzonnen, maar het schilderij geeft wél een periode van de Nederlandse geschiedenis door. Of neem Multatuli met zijn Max Havelaar. We lezen het met plezier en krijgen meteen iets mee. We hebben kunstenaars nodig."

U noemt uw schrijven mijn betere ik. Wat is uw mindere ik?

De schrijver Kader Abdolah, dat ben ik niet. Kader Abdolah is ouder, wijzer. Ik heb dat talent meegekregen, maar de oorsprong daarvan ligt in de familietraditie. Die is veel ouder. Ikzelf ben gewoon een vader van twee dochters. Ik ben kwetsbaar, gevoelig, toegewijd en mijn omgeving zegt dat ik te veel aan mezelf denk. Dat ik altijd voor mijn schrijven zal kiezen, in welke omstandigheid ook."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden