Kader Abdolah / Mohammed lijkt heel erg op mij

Sinds zijn vijftiende gelooft Kader Abdolah niet meer in Allah. Toch publiceert juist hij vandaag zijn eigen, heel vrije vertaling van de Koran. „De Nederlandse samenleving heeft mij de opdracht gegeven.”

Kader Abdolah opent de deur van zijn Delftse appartement in blauwe ochtendjas en op okergele oosterse pantoffels. Hij is een beetje grieperig en lag in bed. Hij verontschuldigt zich, kleedt zich dan razendsnel aan en komt even later onberispelijk gekleed in streepjespak naar beneden.

Hij is in geen tien jaar verkouden geweest. De griep komt door de drukte en de stress, verklaart hij. Die hebben zijn weerstand aangetast.

Kader Abdolah (53) wordt deze dagen, voorafgaand aan de verschijning van zijn koranvertaling, geleefd. Om de haverklap rinkelt een van de drie mobiele telefoons die hij onder handbereik heeft en moet er dringend iets geregeld worden. Een nieuw boek uitbrengen brengt altijd stress en drukte met zich mee, maar nu is het erger dan anders. Door zich op onorthodoxe wijze met de Koran bezig te houden, riskeert hij gevaar. Voor zichzelf, zijn familie, zijn uitgeverij. Had hij het dan beter niet kunnen schrijven? „Nee, het moest. En als dit boek ergens uit moest komen, dan in Nederland, het land van de vrijheid. In Iran was dit nog niet mogelijk geweest.”

Hossein Sadjadi Ghaemmaghani Farahani vluchtte in 1988 vanuit Iran naar Nederland. Hij eerde twee door het regime vermoorde vrienden, Kader en Abdolah, door onder hun naam te gaan schrijven. Inmiddels prijkt die naam niet alleen op zijn goed verkochte boeken, maar ook op zijn naambordje naast de voordeur en zelfs op zijn belastingformulieren.

Toch spreekt hij regelmatig over Kader Abdolah in de derde persoon. In zijn boeken is de sfeer van zijn Perzische jeugd te ruiken en te proeven. „Het fundament van mijn werk is het Perzië van mijn jeugd,” zegt hij. „Maar ik heb inmiddels veel Nederlandse trekken gekregen.” In zijn huis zijn het traditionele Perzië en het moderne Westen gemengd. Kleurrijke kleden en kussens op de ruime divans, een keur aan moderne apparaten in de keuken.

Op tafel liggen zijn gloednieuwe boeken: ’De Boodschapper’ en ’De Koran’. De allereerste zinnen van zijn Koran wekken meteen verbazing: ’In de naam van Allah. Hij is lief.’ Is Allah lief? Kader Abdolah haalt een beetje verlegen zijn schouders op. „Ja, dat staat er echt. Bismillah, ar-Rahman ar-Rahim. Meestal wordt het vertaald met: In de naam van Allah, de Barmhartige of de Genadevolle. Maar dat zijn verouderde, nietszeggende woorden. Ze zijn, hoe noem je dat, over de datum. Ze drukken niet de kern van de persoonlijkheid uit. De kern van Allah is: Hij is lief. Hij geeft. Hij vergeeft. En het is hier Kader Abdolah die de Koran vertaalt. Dit is mijn poëzie. Let wel: ik zeg niet zelf dat Allah lief is. Maar zo staat het in de Koran.”

Hebt u in uw jeugd dat beeld van een lieve Allah meegekregen?

„Ja, vroeger werd er bij ons thuis zo over hem gepraat. Hij was liefdevol, hij vergaf je je zonden.

„Over geweld in de Koran werd bij ons thuis nooit gesproken. Het geloof was absoluut vreedzaam. Als kinderen hoorden wij vooral de verhalen over de profeten die ook in het Oude Testament staan: over Jozef, Mozes, Ibrahim.”

„Als kind woonde ik in het huis van de moskee. De Koran was het boek des huizes. Er werd elke dag uit gelezen. Mijn oom Aga Djan, die nu 94 jaar oud is en die ik altijd als mijn vader heb beschouwd, heeft de Koran misschien wel zevenhonderd keer gelezen, ’s morgens, ’s middags, ’s avonds, elke dag. Hij neuriede de teksten hardop. De Koran stroomde als een rivier door het huis, de hele dag door. Toen ik zes, zeven, acht jaar oud was, kon ik het boek zelf lezen. Maar ik begreep het niet. Een van mijn favoriete soera’s gaat over de pen. ’Bij de pen en bij wat je ermee schrijft’. Allah zweert bij de pen. Die bezweringen van Allah, oh, die zijn prachtig. Hij zweert bij honing, hij zweert bij de olijf, hij zweert bij al het lekkere eten. Wonderlijk.”

U gelooft al sinds uw vijftiende niet meer. Waarom bent u zich gaan verdiepen in de profeet Mohammed en de Koran?

„Tot mijn vijftiende stond ik in contact met de Koran. Daarna kwam ik in aanraking met andere boeken, literatuur, detectives, Amerikaanse supermarktromannetjes. Vanaf mijn achttiende zat ik in een linkse ondergrondse beweging. Che Guevara werd mijn held. De Koran vond ik opium voor het volk. Het contact bleef verbroken tot zeven jaar geleden.”

„Na 9/11 sprak heel Nederland over de Koran. Ik voelde gewoon dat mijn lezers me met de Koran in mijn gezicht sloegen. Lees je boek! Tot die tijd dacht ik dat de Koran het boek van mijn vader was. Maar Nederland liet me zien dat het ook mijn boek is.”

„Toen ik mijn vorige boek, ’Het huis van de moskee’, afhad, wist ik niet waar ik het in mijn volgende boek over moest hebben. Ik raakte zelfs een beetje in paniek. Maar op een nacht werd ik wakker geschud. En een stem in mij zei: ’Kader, ga iets doen met de Koran’. Ik wist niet wat. Ik ging achter mijn computer zitten, maar dacht: ’Het is te zwaar, te moeilijk’. Ik besloot er een klein boekje over te schrijven. Ik schreef er één zinnetje over in mijn column in de Volkskrant en sindsdien hebben de lezers me niet meer met rust gelaten. Bij elke lezing hoorde ik: ’Kader, je bent bezig de Koran voor ons toegankelijk te maken’. ’Nee, nee’, zei ik dan. Maar na een tijdje merkte ik dat ik het overnam. Ik was inderdaad bezig de Koran toegankelijk te maken. De Nederlandse samenleving heeft mij dus deze opdracht gegeven. Er wordt in dit land zonder enige kennis zoveel gepraat over de Koran. Nu kan iedereen het zelf lezen en erover oordelen.”

U hertaalde niet alleen de Koran, maar beschreef ook het leven van de profeet. Hij is eigenlijk de persoon waarom het draait in uw vertaling.

„Inderdaad, Mohammed is mijn grote ontdekking. Toen ik met de Koran bezig was, werd ik verliefd op hem. Ik zag hem gewoon als een filmpersonage. Ik dacht: ’Kader, je moet die man begrijpen om de Koran te begrijpen.’ Daarom heb ik eerst een boek over zijn leven geschreven: ’De boodschapper’. Het is een fictief boek, gebaseerd op de harde feiten. Mohammed is een aardse profeet, een mens van vlees en bloed. Hij heeft niets goddelijks, hij maakt veel fouten. Hij zegt zelf ook: ’Ik ben alleen een doorgever’. Deze twee boeken van mij – ’De boodschapper’ en ’De Koran’ – zijn gebaseerd op één grondgedachte: Mohammed is een mens en de Koran is zijn verhaal, zijn verzinsel. Dat verzinsel had hij nodig om zijn doel te bereiken. De Koran is dus een menselijk boek. Het is het boek van een mens met een droom. En Mohammed doet alles om zijn droom te bereiken.”

„Ik hou van die persoon. Ik zie een man die de corrupte, failliete samenleving uit zijn tijd wilde veranderen door nieuwe wetten op te stellen. Ik zie hoe naïef hij eerst was en hoe slim hij werd. In de loop van de tijd hebben de moslims Mohammed geheiligd. Ze hebben hem daarmee van zijn identiteit beroofd. Ik heb hem die teruggegeven. Ik ben zijn slaapkamer binnengegaan, ik laat hem huilen. Ik heb dertig, veertig oude boeken over hem gelezen en heb op grond van de harde feiten fictie over hem geschreven. ”

Ergens lijkt Mohammed wel op u. Hij stond net als u onder invloed van een wijze oom. Zoals u doelgericht werkte om een Nederlandse schrijver te worden, droomde hij ervan de maatschappij te veranderen.

„Dat is waar. Mohammed lijkt heel erg op mij. Door de worsteling van Mohammed te bestuderen, heb ik mezelf beter leren kennen. De natuur heeft mij van mijn kindertijd af het goddelijke inzicht gegeven dat wat je wilt, bereikbaar is. Waar je hand ook naartoe reikt, het wordt van jou. Dat was altijd mijn motto. En groot was mijn verbazing toen ik merkte dat Mohammed met hetzelfde bezig was geweest. Hij zegt wel honderd keer in de Koran: ’Wees, en het wordt’. Dat vind ik zo prachtig. Mohammed komt in de rij te staan van grote nobele mensen die een doel hadden: Einstein, Alexander Bell, die de telefoon uitvond, de man die internet uitvond, de man die de mobiele telefoon uitvond. De mannen die iets willen en het bereiken. 1400 jaar geleden dacht Mohammed: ik ga een eenheid, een God, een Allah creëren. En wat in zijn fantasie ontstond, werd werkelijkheid.”

Hoort Kader Abdolah ook in dit rijtje mannen thuis?

„Kader Abdolah hoort daar ook bij. Het leven van Mohammed was een bevestiging van wat ik altijd heb geweten, namelijk dat wat je wilt, werkelijkheid wordt. Je moet wel overtuiging en doorzettingsvermogen hebben en heel optimistisch van aard zijn. Maar het is geen trucje, het is de mens. Alles vindt in het hoofd van de mens plaats. Wij denken: we willen naar de maan. En we gaan naar de maan. In elke tijd wil de mens nieuwe dingen. En zo wordt de wereld groter. Het hangt af van je kracht, de sterkte van je wens. Ja, ik heb nu de mens ontdekt en dat doet mij zo goed.”

U heeft de mens ontdekt?

„Ja. Ik kende de mens wel. Maar door het lezen over Mohammed heb ik een enorm nieuw inzicht gekregen: de wereld is gemaakt door de mens. Hij bedenkt iets en het wordt.”

„Toen ik hier kwam wonen, sprak ik geen woord Nederlands. Maar ik wilde mijn sporen in de Nederlandse literatuur achterlaten. En ik wist honderd procent zeker dat mij dat zou lukken. Ik wil er nog wat aan toevoegen: ik zal als Pers de Nederlandse literatuur in het buitenland vertegenwoordigen. Niemand gaat dat tegenhouden.”

„De Koran heeft iets magisch. Het zegt: lees mij en je bereikt je doel. Dat geldt voor iedereen die het boek pakt. In handen van mijn vader Aga Djan is het al 94 jaar een vreedzaam boek. In handen van Ahmadinejad of Khomeini wordt het een gewelddadig boek. Het hangt er maar vanaf wat je droom is. Maar één ding wil ik duidelijk maken: de Koran is prachtig, een juweel, maar je moet het zien als een historisch, menselijk boek van 1400 jaar geleden. In Mohammeds tijd waren zijn wetten progressief. Hij gebruikte zware bedreigingen om mensen af te houden van slechtheid. Als je je dochter levend begraaft, kom je in de hel, zei hij. Vrouwen werden in die tijd beestachtig behandeld. Mannen hadden wel dertig, veertig vrouwen tegelijk. Daarom zei Mohammed: je mag er niet meer dan vier hebben. Dat was toen revolutionair. Maar wie nu de Koran pakt als leidraad voor regeren, is achterlijk. Een samenleving die is ingericht volgens de sharia, is achterlijk. Die wetten zijn ouderwets.”

Het is omstreden om de islam achterlijk te noemen.

„Ik zeg niet dat de islam achterlijk is. Geen enkel geloof is achterlijk. Maar een samenleving die nu volgens de Koran wordt ingericht, is wel achterlijk. Net zo goed als het achterlijk is om volgens het Oude Testament te leven.”

U hebt geen pagina’s uit de Koran gescheurd, maar u hebt wel vele andere zonden gepleegd in uw vertaling

„Ja, er zit een groot verschil tussen mijn vertaling en die van de eerbiedwaardige arabisten. Zij vertalen de woorden, ik kan er iets meer mee doen. Het verschil is dat ik de Koran met de moedermelk heb binnengekregen. Ik heb in het boek gewoond.”

„Toen ik de Koran ging vertalen, vond ik het nog steeds een moeilijk boek. Ik besloot per hoofdstuk een inleiding met uitleg te schrijven. Daarna realiseerde ik me dat de samenstellers de Koran extra moeilijk hadden gemaakt door de chronologische volgorde waarin Mohammed het had geschreven, te veranderen. Ik heb de chronologie hersteld, nadat ik een duizend jaar oude lijst met de originele volgorde had gevonden. Nu lees je in de Koran hoe Mohammed zich ontwikkelt van zachtaardig, poëtisch mens tot streng, gewelddadig mens. Toen besloot ik ook nog de talloze herhalingen eruit te halen.”

„En tot slot vond ik dat de taal van de Koran mijn taal moest zijn. Ik maakte alles een beetje simpeler. Ik was heel gelukkig met het resultaat. Zo gelukkig dat ik een beetje arrogant werd en er een laatste soera – hoofdstuk – over de dood van Mohammed bijschreef.”

„En toen ik dit boek, deze verhollandste Koran zag, besloot ik er nog een zonde aan toe te voegen: ik besloot de traditionele bloemmotieven die tussen de soera’s staan, te vervangen door typisch Nederlandse symbolen, zoals koeien en klompen. En op de kaft staat een tulp. Ik denk dat Mohammed en zijn Allah blij zouden zijn met het resultaat. En ik hoop ieder ander ook.”

U weet wel beter. U weet dat u door deze aanpassingen van de Koran veel moslims zult kwetsen en daarmee een risico loopt.

„Ik heb het uit liefde geschreven. Uit liefde voor de mooie tekst en voor Mohammed. Ik begrijp dat sommige moslims boos zullen zijn. Ik zou tegen hen willen zeggen: wees niet boos op mij.”

„Wat ik heb gedaan is belangrijk voor uw Koran, voor uw kinderen, voor Nederland. En voor Kader Abdolah.”

Bent u al bedreigd?

„Nee.”

Bent u bang?

„Nee. Ik wil niet dood, absoluut niet. Maar als het gevaar dichterbij komt, ben ik niet bang. Ik heb namelijk niets fouts gedaan. Ik verwacht ook geen bedreiging. Ik wil hier namelijk niet, zoals Geert Wilders, een show van maken. Het kind, mijn boek, is geboren. Ik kan niet anders.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden