Kaboel-Calais

Shafiq Faroukh (22) is al twee jaar onderweg van Kaboel naar Engeland. Fotograaf Piet den Blanken ontmoette hem een jaar geleden voor het eerst in Athene. Twee weken geleden liep hij hem opnieuw tegen het lijf in Calais. Tot 30 december, de dag waarop het naburige asielcentrum Sangatte zijn deuren sluit, vertrekken dagelijks vluchtelingen legaal per bus naar Engeland. Shafiq is dat niet gelukt. Hij doet voor de achtste keer een poging illegaal op de trein naar Dover te klimmen.

Het is vier uur in de middag, de schemer valt, als we de feestelijk verlichte winkelstraten van Calais binnen lopen. Terwijl de inwoners van Calais hun inkopen doen, maken Shafiq Faroukh (22) en Amin Akbari (25) zich op voor hun achtste poging om het felbegeerde Engeland te bereiken.

Ze vertrokken zo'n twee jaar geleden uit Kaboel. Beiden stonden voor de keuze: vechten voor de Taliban of het land verlaten. Ze kozen voor het laatste. Via Iran, Turkije, Griekenland en Italië kwamen Shafiq en Amin in Frankrijk terecht. Nu zijn ze in Calais, waar ze op een trein proberen te klimmen bij de ingang van de Kanaaltunnel naar Dover.

Hoeveel vluchtelingen er in totaal in Calais verblijven is moeilijk aan te geven. Een vrijwilliger die hen van brood en kleding voorziet, schat het aantal op 250 vluchtelingen, voornamelijk Koerden uit Irak en Afghanen. Allemaal dromen ze van een bestaan in Engeland, omdat de asielwetgeving daar milder is.

Tot die tijd leven ze in Calais op straat. Ze slapen onder bruggen, in leegstaande boothuizen of in bunkers langs de zee. Een opvangcentrum is er niet. Tot 5 november konden ze terecht in het naburige Sangatte, maar dat centrum neemt sindsdien geen nieuwe vluchtelingen meer aan. Maandag 30 december sluit het kamp definitief, op aandringen van Engeland. Zo'n 1600 vluchtelingen mogen nog naar Engeland, waar ze een werkvergunning krijgen en asiel kunnen aanvragen.

De vluchtelingen die nu in Calais zijn, kwamen te laat. Ook Shafiq. Hij arriveerde drie weken geleden in Calais, samen met Amin. 's Nachts ondernemen ze pogingen om naar Engeland te vertrekken; de Afghanen per trein, de Irakezen per boot. ,,De Koerden kiezen voor de boot, omdat die goedkoper is'', grapt Shafiq. Volgens de Afghaan is de trein beter, omdat er alleen in Frankrijk politiecontrole zou zijn. ,,Zit je eenmaal op de trein, dan ben je zeker van een asielaanvraag in Engeland. Vlucht je per boot, dan loop je in Dover alsnog de kans om door de Engelse politie terug op de boot naar Calais gezet te worden.''

Voordat we vertrekken, stapt Shafiq een doe-het-zelfwinkel binnen in een van de grote winkelcentra buiten de stad. Hij loopt linea recta naar de plek waar, bij zijn vorige pogingen, de betonscharen lagen. ,,Ze hebben ze ergens anders gehangen'', merkt Shafiq, en vindt ze twee schappen verderop. Hij loopt naar de kassa, met twee scharen van een halve meter onder de arm. De caissière en de klanten kijken elkaar veelbetekenend aan. Shafiq rekent af -veertig euro. Het geld heeft hij verzameld onder de Afghanen die vanavond weer een vluchtpoging wagen. In de maand november werden er 91 betonscharen verkocht, meldt de bedrijfsleidster van Le Roy Merlin. Zij merkt goed dat Sangatte gaat sluiten. ,,In december verkochten we nog maar acht scharen.''

Het is vijf uur 's middags als de jongens in groepjes van maximaal drie personen uiteengaan en verdwijnen in de bosjes en de onverlichte groenstroken langs de snelwegen. Af en toe rennen ze een snelweg over. Een voor een, en alleen nadat ze gecheckt hebben of er geen controlebusje staat van de politie. ,,Het is een slechte avond, ik zie veel politie'', zegt Shafiq met een zorgelijk gezicht.

Toch zetten de jongens hun poging vanavond door. Het vriest negen graden. Ze hebben zich dik ingepakt in jassen, sjaals en mutsen, die ze van vrijwilligers kregen in een grijze bouwkeet aan de rand van de stad. Van de meesten zijn alleen de ogen zichtbaar. Sommigen moeten het doen zonder handschoenen. Ze lopen langs de waterrand, door grasheuvels uit het zicht gehouden van de politie. Af en toe zakken ze neer, roken hun zoveelste sigaret, praten met andere groepjes vluchtelingen die ze onderweg tegenkomen en trekken twee aan twee weer verder. Nerveus is Shafiq nog niet. ,,Dat komt straks pas als ik aan de andere kant van het hek ben, in de buurt van de trein.''

Bij de derde pauze ontmoeten we een Afghaan die net is aangekomen. Hij verbleef veertig dagen in Ter Apel, nadat zijn poging om in Noorwegen te komen mislukte. Daarvoor had hij in Sangatte gezeten, maar Russische mensensmokkelaars hadden hem overtuigd naar Noorwegen te gaan. ,,Als ik in Sangatte was gebleven, had ik nu met de bus naar Engeland gekund'', besluit de Afghaan met een wrange glimlach.

Het loopt al tegen achten, als Amin Akbari plotseling weer opduikt. We zijn inmiddels vlakbij het hek, waarachter de treinen staan te wachten op hun vertrek naar Dover. ,,Amin en ik doen alles samen'', vertelt Shafiq. Ze waren buren in Kaboel. Shafiq schilderde meubels en Amin huizen. Beiden komen uit een Taliban-familie. Shafiq werd benaderd door een oom, die hem voor de keuze stelde: vechten voor de Taliban of het land verlaten. ,,Ik wil niet vechten, ik wil gewoon werken'', zegt Shafiq.

Hij betaalde 6000 dollar aan een mensensmokkelaar, die hem vervolgens naar Griekenland bracht. Te voet en te paard trokken Shafiq en Amin door Iran en Turkije, vanwaar ze per motorboot naar Lesbos voeren. Shafiq deelde het bootje van vier bij twee met zeventien anderen, onder wie drie kinderen. Bij deze oversteek van 12 kilometer zijn in de loop der jaren al heel wat vluchtelingen omgekomen. Sommigen spoelen dagen later aan op de kust. Ook Shafiq kwam in moeilijkheden. Vlak voor Lesbos raakte de benzine op. Van een stuk plastic in de boot fabriceerden ze een zeil en zo dobberden ze in drie uur richting kust.

In Lesbos belandde Shafiq, net als alle vluchtelingen, een maand in de gevangenis, waarna hij door de Griekse autoriteiten naar Athene werd overgebracht. Daar mogen vluchtelingen asiel aanvragen. Shafiq dook onder en vond zwart werk als sinaasappelplukker. ,,Ik heb er drie maanden gewerkt. Het geld had ik hard nodig, want de duizend dollar waarmee ik was vertrokken uit Kaboel was op'', vertelt Shafiq.

Vanuit Patras probeerde hij de oversteek te maken naar Italië. Daar vertrekken dagelijks veerboten richting het Italiaanse vasteland. Shafiq betaalde 200 dollar aan een mensensmokkelaar die hem verstopt in een vrachtauto een overtocht naar Italië zou laten maken. Anderhalve maand lang probeerde Shafiq iedere dag met hulp van de smokkelaar ongezien in een vrachtauto te verdwijnen. Uiteindelijk had hij succes. Eenmaal in Italië kocht hij een treinkaartje naar Calais, voor de laatste etappe naar Engeland.

Het is inmiddels aardedonker als we aankomen bij het station voor de Kanaaltunnel. Het enige dat ons scheidt van de felbegeerde treinen naar Engeland, is een drie meter hoog hek, omgeven door rollen prikkeldraad op de grond en bovenaan het hek. Als guerrillastrijders rollen Shafiq en Amin over het gras richting hek, om zo uit het zicht van de politie te blijven. Om beurten knippen ze met de betonschaar een opening in het gaas. Ze kijken nog één keer achterom. ,,Neem de schaar mee'', fluistert Shafiq en wijst naar ons. Hij houdt er al rekening mee dat hij die nog eens nodig zal hebben. En weg zijn ze.

De volgende ochtend vinden we Shafiq in een oud, leegstaand boothuis in de stad. Zo'n twintig Afghanen liggen verspreid over de grond, weggedoken in dikke jassen en onder dekens. Allemaal hebben ze gisteravond een poging gewaagd. Allemaal zijn ze opgepakt door de politie.

Shafiq is moe; de wanhoop is van zijn gezicht te lezen. ,,Het ging goed tot vijf meter voor de trein, toen roken de honden ons. We hadden pech, want op perron één, twee en drie stonden geen treinen. Daar staan de open wagons waar de vrachtwagens op gaan. De andere treinen zijn dicht, daar kunnen we niet op klimmen. Je moet precies aankomen als er zo'n open trein staat, want als je moet wachten, ruiken de honden je.''

Iedere avond pakt de politie op het station zo'n tachtig vluchtelingen op, vertelt een politieagent in de jeugdherberg van Calais. Zij leveren hen over aan de Engelse immigratiepolitie, waar de vluchtelingen op de foto gaan en hun naam en land van herkomst moeten opgeven. Daarna brengen ze zeven uur door in een cel. Ze krijgen een waarschuwingsbrief mee, waarin staat dat ze binnen 48 uur het land moeten verlaten. Shafiq kreeg zijn brief twee weken geleden.

De Engelsen geven hen vervolgens terug aan de Franse politie, die hen vaak tientallen kilometers buiten Calais op straat zet. ,,We moesten vannacht drie uur lopen'', vertelt Shafiq. ,,Ik was vanochtend om zeven uur hier.'' Voor de politie is Shafiq een bekende. ,,De agent die mij gisteravond oppakte kent me al. Hij zei: 'Je hebt pech vanavond, ik zie je morgen wel weer'. Ze weten dat je het de volgende dag opnieuw probeert.''

Later die ochtend brengt Shafiq een bezoek aan een vrijwilligster, mevrouw Gevalier. Ze hebben een sleutel van haar flat. ,,We kunnen ons bij haar af en toe douchen'', vertelt Shafiq. Terwijl de vrouw ons wantrouwig ontvangt, verdwijnen Shafiq en Amin in een van de slaapkamers om zich te wassen en te verkleden. ,,Mensen van de Franse ultrarechtse partij Front National proberen in kaart te brengen hoeveel vrijwilligers de vluchtelingen helpen, hoe ze heten en waar ze wonen. Als ze weten dat hier een vrijwilliger woont, dan gaan ze continu voor het huis staan posten. Dan kan ik deze jongens niet meer helpen.''

Later vertelt ze dat Shafiq en Amin af en toe bij haar slapen. ,,Wat moet ik dan, ze in de vrieskou laten staan? Ik kan dit toch niet voor mijn deur laten gebeuren?''

Als Shafiq hoort dat wij een bezoek gaan brengen aan het vluchtelingenkamp Sangatte, wil hij mee. Tegen beter weten in hoopt hij daar nog een 'batch' te bemachtigen, zodat hij mee kan met een van de bussen naar Engeland.

Onderweg stuiten we op een demonstratie van Irakese vluchtelingen. Zo'n honderd dik aangeklede mannen zitten op een pleintje in het centrum van de stad. Een paar staan rechtop, met ontbloot bovenlijf te rillen van de kou. In hun hand houden ze een kartonnen bord waarop ze een gesprek met een vertegenwoordiger van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR eisen. Shariq krijgt opnieuw hoop en voegt zich bij de demonstranten.

Na een uur onderhandelen, besluit een delegatie van zes vluchtelingen, drie Koerden en drie Afghanen (onder wie Shafiq) mee te gaan naar het kantoor van de UNHCR in Calais. Ze krijgen een aanbod. Als zij asiel aanvragen in Frankrijk, wordt hun asielprocedure teruggebracht van twaalf naar drie maanden. In de tussentijd krijgen ze onderdak in huizen verspreid over Frankrijk waar meerdere vluchtelingen samenwonen. Overdag zijn ze vrij om te gaan en staan waar ze willen, maar 's nachts moeten ze overnachten in deze huizen. De vluchtelingen slaan het aanbod af. ,,Wij willen naar Engeland'', zegt Shafiq.

,,Hun doel is Engeland'', vertelt een vrijwilliger. ,,Daar hebben ze vrienden en familie. Bovendien kon je tot voor kort zes maanden na aankomst in Engeland aan het werk, ook al liep je asielprocedure nog. Maar Engeland heeft zijn asielwetten aangepast. Deze vluchtelingen weten dat niet. Zij krijgen hun informatie van de maffia en die heeft er geen belang bij om hen dit te vertellen. Hun familie en vrienden in Engeland kunnen het ze ook niet vertellen, want die kwamen daar aan voordat de wetten werden aangepast. En de Franse autoriteiten vertrouwen ze niet.''

Shafiq vertelt dat hij tot de kerst nog in Calais wil blijven. Wat hij daarna gaat doen, weet hij niet. ,,Ik kan niet terug naar Afghanistan, ook al is de Taliban niet meer aan de macht.'' Op de vraag of hij bang is om in Afganistan vermoord te worden, knikt hij 'ja'.

De volgende dag is op het NOS-journaal te zien hoe de vluchtelingen door de Franse politie in bussen worden afgevoerd naar zeven verschillende plaatsen in Frankrijk, ver van Calais en de treinen naar Engeland. Shafiq en Amin zitten op dat moment in het huis van mevrouw Gevalier. De dag erna besluiten ze zich aan te melden bij de Franse autoriteiten. Die brengen de jongens vervolgens naar een opvangkamp in Limoges, zo'n 800 kilometer van Calais.

Ze hebben vijf dagen om te beslissen of ze asiel aanvragen in Frankrijk. Amin is het illegale bestaan moe en besluit te blijven, Shafiq stapt op de trein naar Nederland. Twee dagen brengt hij door in het opvangkamp van Gilze, vlakbij Breda. Hij verblijft daar illegaal bij een Afghaan die hij nog kent uit Athene. Daarna vertrekt hij naar Neurenberg, waar hij verzekerd is van een dak boven zijn hoofd bij een Afghaan. Zijn landgenoot heeft inmiddels asiel gekregen in Duitsland. Shafiq: ,,Ik kan in Neurenberg een tijdje zwart werken en uitzoeken of het slim is asiel aan te vragen in Duitsland. Als dat niet zo is, ga ik naar Denemarken, Zweden of misschien Canada; kijken of ik daar een kans maak.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden