KABINETSFORMATIE

Aan de vraag wie er minister wordt, gaat natuurlijk een andere vraag vooraf: welke partij krijgt Onderwijs? Ofwel als vurige wens, ofwel - en dat is waarschijnlijker, want zo is het binnen de politiek met de status van Onderwijs wel gesteld - als wisselgeld voor een andere, veel vuriger wens?

Dat de op een na grootste verliezer, het CDA, gaat regeren is reuze onwaarschijnlijk. Dat is vervelend voor op zich warm gelopen CDA'ers als Van de Camp, of het legertje obscuurder onderwijskenners die in het bijzonder onderwijs schuilgaan. Maar, het is niet anders. Wie minister van onderwijs wil worden, kan beter een andere partij uitkiezen.

De Socialistische Partij heeft qua onderwijs nog erg weinig gewicht te bieden. Groen Links heeft dat al wat meer: in de eerste plaats de oud-gediende Peter Lankhorst (51), maar die komt vermoedelijk niet graag uit het Amsterdamse Bos en Lommer, waar hij wethouder werd, naar Zoetermeer. Over de andere mogelijkheid, een minister Mohamed Rabbae (57), is de vraag of die het onderwijs zoveel méér te bieden zou hebben dan zijn troetel-idee van een 'interculturele school'.

Een veel grotere kans om te regeren maken de paarse partijen. Maar wie daarin op zoek gaat naar kandidaten voor de post Onderwijs, raakt al evenmin enthousiast.

D66, het zorgenkind van Paars, is vooral uit op 'zware' posten - en daar rekent de partij onderwijs niet toe. Dat komt op zich niet slecht uit: de Democraten zitten niet al te ruim in de geschikte kandidaten. Oud-werkgeversvoorzitter Alexander Rinnooy Kan - die zichzelf al jaren 'snurkend lid van D66' noemt - zou weliswaar een goede kandidaat kunnen zijn, maar in 1994 liet hij al weten dat hij geen minister wilde worden - omdat hij toen net bij de VNO zat. Vier jaar later zit hij eigenlijk pas kort bij de ING-bank, en is zijn animo voor de post Onderwijs er vast niet groter op geworden.

Een nieuwe gedachte zou zijn: de bestuurskundige Bert Bakker (39), ooit voorlichter van de SER, D66-kamerlid sinds 1994 en bij deze verkiezingen relatief hoog op de lijst: nummer acht. Bakker weet wel iets van onderwijs af, want in een grijs verleden als verslaggever werkte hij zeven jaar bij de universiteitsbladen, èn als Kamerlid 'doet' hij de studiefinanciering. Maar misschien is Bakker nog wat jong voor een ministerschap.

Frans van Vught (47), de huidige rector-magnificus van de Universiteit Twente, is een D66-outsider met voelbare politieke ambitie. Er schuilt wellicht een staatssecretaris voor het hoger onderwijs in hem. Toen hij nog hoogleraar was, leidde hij in Twente in ieder geval een onderzoekscentrum dat studie maakt van het hoger onderwijsbeleid, het CSHOB. Vier jaar Van Vught aan het roer kon op het eerste gezicht wel iets weghebben van een voortzetting van negen jaar professor Ritzen. Wel is Van Vught als onderwijskundige minder economisch angehaucht, en meer op de inhoud voorbereid.

De VVD wil onderwijs dólgraag, zo riep zelfs partijleider Bolkestein tijdens de campagne - al bemoeit de VVD-leider zich, een grootvader die Onderwijs bestierde ten spijt, niet vaak met dit departement. Er moet maar eens een liberale wind waaien door 'Zoetermeer', waar inmiddels negen jaar sociaal-democratische idealen de boventoon voerden.

Het lijkt op meer dan een truc om het sociale gezicht van de VVD wat te versterken, want de partij is zelfs van mening buitengemeen goede kandidaten in huis te hebben.

De naam van Jan Franssen (46) valt meestal als eerste. De huidige burgemeester van Zwolle voerde twaalf jaar lang in de Kamer het woord over onderwijs. Voordien doceerde hij geschiedenis. En Franssen bemoeit zich nog steeds met onderwijs, in diverse commissies. Hoeveel studenten medicijnen moet Nederland hebben en hoe regel je hun toelating? Hoe vernieuwen we het hoger beroepsonderwijs? Over zulke onderwijskwesties adviseerde Franssen de afgelopen jaren - burgemeester of niet.

Toch zou het goed kunnen dat de naam van Franssen vooral wordt genoemd uit beleefdheid: de liberalen kunnen onmiskenbaar niet om hem heen. Maar de jurist Franssen heeft voor VVD-begrippen ook een zwaarwegend nadeel. Binnen de partij wordt Franssen geassocieerd met de naam van Hans Wiegel. Franssen is, zoals dat heet, een Wiegeliaan. En daarmee doe je het niet snel goed bij Bolkestein.

Een minder beladen kandidaat is Loek Hermans (47), ooit eveneens kamerlid, maar nu commissaris van de koningin in Friesland. Die laatste functie vervult hij ook alweer vier jaar, zodat hij wel 'aan een nieuwe uitdaging' toe zou kunnen zijn.

Aan een eerste sollicitatie binnen de wereld van het onderwijs zal Hermans gemengde gevoelens hebben overgehouden. Hij leverde Ritzen vorig jaar een plan voor een nieuwe opzet van de studiebeurzen. Dat was bijzonder ingenieus en vernieuwend, maar reeds tijdens de presentatie werd het gekraakt - door opdrachtgever Ritzen. Vervolgens brak de hele politiek het af. In het hoger onderwijs maakte het plan Hermans wel populair.

En nog zijn de kandidaten bij de VVD niet op. Want ook is er Clemens Cornielje (39), oud-leraar biologie en wiskunde. Onderwijswoordvoerder van de liberale fractie sinds zijn aankomst in het parlement in 1994. Voordien was hij woordvoerder van Bolkestein en hulpje van Franssen. Cornielje leidde de jongste VVD-campagne met succes en komt daarom wellicht in aanmerking voor een beloning. Als het om een voortzetting van het huidige beleid gaat, is Cornielje misschien wel de beste liberale kandidaat. Niettemin is Cornielje de eerste die onderwijs uit PvdA-handen zou willen wegrukken.

Maar het wordt niet gemakkelijk het onderwijs uit PvdA-handen te trekken. Die partij heeft verreweg de meeste en de zwaarste kandidaten, al zijn sommige daarvan outsider. Dat wil zeggen: niet dagelijks op het Binnenhof te vinden.

De Amsterdamse onderwijswethouder Jaap van der Aa (52) timmerde de afgelopen vier jaar in het hoofdstedelijke onderwijs bijzonder hard aan de weg. Daarbij schrok hij er niet voor terug om partijgenoot Netelenbos tegen de haren in te strijken, bijvoorbeeld met een praktische aanpak van het beroepsonderwijs die botste met de gedachten van Netelenbos, dat ook in dat onderwijs veel 'algemene vorming' moet zitten. Van der Aa is oud-rector van een school en een onderwijsman bij uitstek. Maar Van der Aa heeft voor de landspolitiek ook een bizar 'nadeel': hij houdt meer van het concretere werk van een wethouder-met-ambities, dan van de stroperiger wereld van notities, nota's, wetsvoorstellen en amendementen.

Partijvoorzitters verdienen nog wel eens een kabinetszetel, en dat zou ook kunnen gebeuren met Karin Adelmund (49). Binnen het onderwijs zou het sterke punt van de oud vakbondsbestuurder zijn dat ze 'iets heeft' met salariskwesties, en dat ze overweg kan met de onderwijssector waar de nood het hoogste is, het beroepsonderwijs. Van alle kandidaten scoort Adelmund op die punten het beste. Maar Adelmund is nog niet zo lang partijbaas. En bovendien, zeggen haar critici, is regeren iets anders dan actie voeren.

De Rotterdamse hoogleraar onderwijssociologie Han Leune (53), tevens voorzitter van de Onderwijsraad - een benoeming van Ritzen - maakt vast opnieuw kans op het regeringspluche. Leune had in 1994 al bewindsman kunnen worden, maar bedankte toen. Om gezondheidsredenen, luidt het ene verhaal. Omdat Leune geen zin had in de bezuinigingsopdracht van het vorige kabinet, luidt het andere verhaal.

Ook al een keer of wat eerder 'genoemd', maar nooit 'gevraagd', is Rein Zunderdorp (51), een oude Groningse makker van PvdA-fractieleider Wallage. Als 'procesmanager' probeert Zunderdorp de vernieuwing van havo en vwo in goede banen te leiden. Misschien wordt hij daarvoor wel beloond met een staatssecretariaat.

En dan is er, natuurlijk, Job Cohen (50), de rector van de Limburgse universiteit die begin dit jaar met dat werk ophield 'om ruimte te krijgen voor andere dingen'. Ook Cohen is een oude Groningse makker van Wallage. Hij was van 1993 tot 1994 een jaar staatssecretaris voor het hoger onderwijs, nadat de 'kwaliteitsimpuls' Roel in 't Veld binnen tien dagen uit de politiek verdween vanwege een overmaat aan professorale bijbanen. Cohen, binnen de PvdA populair, werd in 1994 gevraagd om te blijven, deze keer zelfs als minister. Maar hij zei 'nee' vanwege privé-omstandigheden. Inmiddels heeft Cohen besloten zijn politieke ambities toch een wat vrijere teugel te geven.

Cohen deed als staatssecretaris niet veel méér dan op de winkel passen, menen zijn critici. Cohen is een stille bruggenbouwer, menen zijn fans. Cohen bestiert nu even de VPRO, maar hongert naar het ministerschap. Hij is 'breed inzetbaar': het departement van justitie lijkt 'm ook wel wat.

'Breed inzetbaar' is ook de zittende staatssecretaris Tineke Netelenbos (54). Je zou haar, als je wilde, immers kunnen inzetten voor Volksgezondheid, waar ze vroeger als Kamerlid immers óók over ging. Maar op die post aast D66-leider Borst ook - en bovendien wil Netelenbos niets liever dan 'haar werk afmaken' op Onderwijs. En hoe kun je je werk beter afmaken dan door promotie te maken en je eigen baas te worden?

Op ervaring in de politiek en het departement scoort de oud-lerares in het beroepsonderwijs verreweg het beste. Alleen zijn de pogingen om haar te kandideren voor het kamervoorzitterschap geen goed voorteken. Netelenbos ging er niet op in, wat haar kwam te staan op gemor vanuit de PvdA-fractie. Haar grote ervaring kan bovendien ook een nadeel zijn: ze is, zeker voor de VVD, nogal nadrukkelijk verbonden aan het huidige onderwijsbeleid - waar de liberalen juist verandering in zeggen te willen brengen. Anderzijds zou opnieuw vier jaar Netelenbos onmiskenbaar een vrij liberaal beleid betekenen: ze zou vast doorgaan allerlei verantwoordelijkheden - voor gebouwen, voor personeel, voor gehandicapte kinderen - naar gemeentes en scholen te decentraliseren.

Netelenbos lijkt niet van zins haar handen te branden aan het grootste struikelblok op Onderwijs, de studiefinanciering. Er zou dus een staatssecretaris voor het hoger onderwijs bij moeten. Dat brengt mensen als Van Vught, Bakker en Leune toch weer in beeld.

Netelenbos' daadkracht is fenomenaal, hoewel veel mensen uit het onderwijs daar juist moeite mee hebben. Ze is, erkennen haar critici, wel een begaafd uitvoerder van andermans ideëen. Maar ze heeft er zelf zo weinig.

Ervaring echter, weegt waarschijnlijk zwaarder dan ideeën. Daardoor is Netelenbos meer dan Cohen, Franssen en alle anderen de eerste persoon aan wie de formerende partijen zullen denken als de bezetting van de onderwijsstoel in de Trèveszaal ter sprake komt. Over Tineke Netelenbos is de vraag niet wie haar in het zadel hijst - maar wie haar er op de valreep nog uit houdt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden