Kabinet trekt twee miljard uit voor zorgpersoneel dat er niet is

In verzorgingstehuis Huize Elisabeth in Vught wordt een zorgrobot ingezet.Beeld Hollandse Hoogte / Marcel van den Bergh

De ouderenzorg krijgt er ruim twee miljard euro bij voor personeel. Zijn alle vacatures wel te vervullen?

In politiek Den Haag was het groot nieuws vorige week, de dikke twee miljard euro die nodig is om verpleeghuizen te laten voldoen aan de nieuwe wettelijke personeelsbezetting per groep. Maar iedereen in de ouderenzorg wist het twee maanden geleden al: 70.000 extra banen zouden er de komende zes jaar ontstaan door die nieuwe normen. Allemaal omdat het pleidooi van schrijver Hugo Borst, die zijn moeder zag verkommeren door weinig aandacht, zo veel bijval had gevonden.

En die extra mensen, die zijn er niet, concludeerde het hele veld samen met het ministerie van VWS in de ‘Arbeidsmarktagenda 2023’. Sterker nog, ook zonder die normen werd in 2023 al een tekort verwacht, van ruim 30.000 mensen.

Alleen het tekort wordt groter

Conclusie: de komende 6 jaar heeft de ouderenzorg ruim 100.000 nieuwe personeelsleden nodig. Alle inzet dus op het aantrekkelijk maken van de opleidingen tot verzorgende en verpleegkundige. Maar de eerste extra handen in de ouderenzorg zijn al over krap drie maanden nodig, als de nieuwe wettelijke norm al ingaat. Zoals de Tilburgse hoogleraar arbeidsmarkt Ton Wilhagen in deze krant al fijntjes opmerkte: het kan zomaar vier jaar duren voordat een nieuwe generatie ouderenpersoneel is afgestudeerd.

Alle hens aan dek dus om al die mensen te vinden, als het moet langs onorthodoxe wegen (zie onder). De vraag is niet alleen of dat genoeg personeel oplevert, maar ook of het allemaal geschikte mensen zijn. Het werken in de ouderenzorg is de laatste tien jaar in hoog tempo veranderd. De hele gang aflopen, eerst met koffie en vervolgens met handdoeken en zeep, ondertussen een vrolijk praatje maken, dat is niet meer voldoende. De oudere in een verpleeghuis heeft gemiddeld gesproken veel zwaardere zorg nodig. 

Generatiegenoten die het thuis met hulp nog redden, blijven daar ook wonen. En die thuiswoners, vaak een stuk zelfbewuster dan vorige generaties, vragen weer om een persoonlijke benadering. Daar moet het personeel ook weten te werken met mantelzorgers als buren, en met andere instanties zoals de huisarts. Zoals de Arbeidsmarktagenda het verwoordt: de zorg zoekt ‘lenige professionals die – met plezier en voldoening – gelijktijdig verschillende rollen vervullen’.

Hoe lenig en rolafwisselend dat snel gezochte personeel kan zijn, is nog maar de vraag. Herintreders bijvoorbeeld zullen moeten wennen aan deze nieuwe instelling, en ook buitenlands geschoolden zijn het waarschijnlijk niet gewoon. Naast het traditioneel diploma voor verzorgenden bieden opleidingen ook de mogelijkheid tot ‘verzorgende individuele gezondheidszorg’. Die laatste groep studenten wordt extra opgeleid in lenigheid. Maar zoals gezegd, die zijn daarin pas over een paar jaar getraind.

Het huidige kabinet kondigt op Prinsjesdag de eerste investeringen aan in de ouderenzorg. De ouderenzorg is voor volgend jaar nog heel bescheiden, in de Arbeidsmarktagenda is eerst maar eens afgesproken dat de werkgevers ‘vanaf 2018 voldoende stage- en opleidingsplaatsen bieden, inclusief bijbehorende begeleiding’. Alle organisaties voor ouderenzorg vissen in hetzelfde water, concludeert het veld. Voor iemand als de moeder van Hugo Borst is het dus maar de vraag hoe goed de directie van haar verzorgingshuis kan vissen.

De buitenlander

Zorginstellingen richten hun blik sinds kort op het buitenland om de poel van mogelijke medewerkers te vergroten. Poolse zorgverleners hebben vaak een prima opleidingsniveau en zijn goed beschikbaar. Ook vluchtelingen met een verblijfsstatus komen langzaam in beeld. In Katwijk werden vorig jaar al tien statushouders opgeleid om ouderen te verplegen. Zorginstellingen door heel Nederland onderzoeken nu of zij het ook een goed idee vinden om deze groep actief te benaderen. De taalbarrière blijft voor beide groepen wel een belemmering.

De zij-instromer

Iemand tot zorgmedewerker opleiden kost tijd. Een oplossing is daarom mensen bij te scholen die al een opleiding hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld een versneld en verkort traject volgen om zo op vrij korte termijn de kneepjes van het vak te leren. Op die manier kunnen zij snel aan het werk. Denk aan pedagogen die geen baan kunnen vinden of mensen uit krimpberoepen buiten de sector zorg en welzijn. Toch zal ook deze bijscholing tijd vergen, zeker wanneer iemand weinig ervaring heeft met ouderen.

De zorgrobot

Niet alleen mensen, maar ook robots kunnen de handen uit de mouwen steken. De zorgrobots van nu kunnen al medicijnen aanreiken, ouderen uit bed helpen, iets oprapen of alarm slaan. Hier kleven wel wat nadelen aan, aangezien een robot veel minder kennis en kunde heeft dan een mens. Zo kunnen robots alleen de zorg verlenen waar ze om worden gevraagd en zijn ze niet getraind in flexibel handelen, of in het tonen van empathie met de patiënt.

De mantelzorger

Bij de ouderenzorg wordt niet alleen naar professionals gekeken, maar ook naar het eigen netwerk van de patiënten. Een dochter, kleinkind of goede vriend kan al aardig wat werk uit handen van de zorgmedewerker nemen. Het goed ondersteunen van mantelzorgers en vrijwilligers is daarom belangrijk. Hoe meer zij zich op hun gemak voelen als verzorger, hoe meer handen aan het bed. Maar hoe goed ze hun vrijwilligerswerk ook doen, het is ondoenlijk om hen de volle verantwoordelijkheid te geven.

De ex-werknemer

Door crisis en decentralisaties belandden er enkele jaren terug veel zorgwerknemers werkloos op de bank. De klappen vielen vooral onder de oudere en lager opgeleide medewerkers. Met wat bij- en omscholing kunnen zij weer aan de slag. Zorginstellingen in Brabant zijn al een verleidingsoffensief gestart om ex-werknemers terug te lonken. Ook andere regionale organisaties gaan hun rolodex na om de namen en adressen van ontslagen medewerkers op te sporen. De grote vraag is wel: zijn ze nog beschikbaar?

Lees ook:

Zo hoopt de zorgsector nieuw personeel te strikken

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden