Kabinet-Rutte: meest controversiële coalitie ooit

Rutte, Verhagen en Wilders presenteren op 30 september 2010 het regeerakkoord.Beeld Werry Crone

Het kabinet-Rutte stormde vol triomfalisme de politieke arena binnen. Waar CDA'er Ab Klink eerder voor vreesde, werd werkelijkheid: Geert Wilders ging 'voluit op 't orgel', tot ergernis van coalitiepartners, oppositie en buitenland. De samenwerking was gedoemd te mislukken.

Eenzaam reed Geert Wilders, vergezeld door zwijgende bewakers, zaterdag het terrein van het Catshuis af. Daarmee nam hij afscheid van de macht. Macht waarover hij officieel als gedoogpartner niet beschikte, maar waar hij tegelijkertijd heel veel van had. Bijna anderhalf jaar lang gijzelde hij het kabinet-Rutte, totdat hij terugschrok van de consequenties van het bezuinigingspakket waarover hij zeven weken lang had onderhandeld.

Kabinet van de Nederlanders
Hoe anders was het beeld in november 2010. Trots als een pauw marcheerde een breed lachende Geert Wilders naast Mark Rutte en Maxime Verhagen de Eerste Kamer uit, met een vers 'regeerakkoord' in de hand.

Dit kabinet ging paal en perk stellen aan immigratie en integratie. Dit kabinet ging orde op zaken stellen, financieel, economisch, justitieel, sociaal en cultureel. Dit was weer het kabinet van de Nederlanders. 'We geven de verantwoordelijkheid terug aan de mensen in het land, geen betutteling, geen onhoudbare verboden, geen overbodige regels', verklaarde Mark Rutte in de Tweede Kamer.

Hij verwees met enige trots naar zijn liberale voorganger Cort van der Linden, die in 1913 ook op basis van een moeilijke verkiezingsuitslag een minderheidskabinet presenteerde. Dit kabinet, zo meende Cort van der Linden, moest worden beoordeeld 'naar zijn wezen en niet naar den schijn'.

Mark Rutte zei het hem na met het voor hem zo kenmerkende optimisme: "Ook voor dit kabinet komt het aan op de resultaten die we gaan boeken. Op wat we doen en presteren. Wacht u op onze daden."

Wilders bleef plagen
Wie terugblikt kan vaststellen dat het kabinet-Rutte één van de meest controversiële ooit is geworden. Het lukt Rutte zelfs niet om in de schaduw te staan van zijn liberale voorganger, die zijn kabinet wél tot een goed einde bracht. Geert Wilders domineerde als de rechtsbuiten in de coulissen de coalitie.

Hij bleek niet in staat om bruggen te slaan naar zijn tegenstanders. Waar in een coalitieland als Nederland partijen die toetreden tot de regeringsmacht olie op de golven gooien, pookte Wilders het vuurtje nog eens goed op.

Of het nou was om het CDA te stangen over ontwikkelingssamenwerking, of ging over 'de Mauro's' van deze tijd, de inzet in Afghanistan, de Europese schuldencrisis, de islam, Oost-Europese migranten, de relatie met Turkije, de koningin of de oppositie in de Kamer (die Rutte ook nodig had): Wilders bleef plagen, sarren, ruziemaken, beledigen en belletje trekken. Dat deed hij voornamelijk in tweets. Zelden was hij bereid tot het afleggen van verantwoording over zijn uitlatingen in de Kamer of in de media.

Rutte en vicepremier Verhagen, de architecten van de gedoogsamenwerking, zaten erbij en keken ernaar, als konijnen starend in het grote licht. Als ze al reageerden, was het uiteindelijk steevast gematigd en omfloerst, tot groeiende irritatie in bijvoorbeeld het CDA, of in delen van de samenleving. En tot verontwaardiging in het buitenland.

In de Europese hoofdsteden, 'Brussel' en in Ankara begrepen ze helemaal niet meer wat er in het ooit zo tolerante Nederland gevaren was.

Slachtofferdenken
Filosoof, wetenschapper en VVD-senator Sybe Schaap had daar een antwoord op. De Nederlander was boos, rancuneus boos op alles en iedereen en de PVV was een uitgesproken exponent van die boosheid, schreef Schaap in zijn boek 'Het rancuneuze gif': "Deze partij teert op slachtoffergevoelens, verbreidt dit gevoel en intensiveert het".

Als bewijs van zijn stelling kan het boek dienen dat PVV-ideoloog Martin Bosma schreef over het complot van de linkse elite, 'De schijnelite van de valse munters'. In dit boek, waarin het slachtofferdenken tot kunst wordt verheven, beschrijft Bosma de komst van migranten en asielzoekers als een links complot tegen 'authentiek Nederland': "De massa-immigratie had niet kunnen plaatsvinden zonder repressie, geweld, bedreigingen, uitsluitingen, broodroof en heksenjacht".

Die heksenjacht keert zich met name tegen Wilders, meent Bosma: "Iedereen die tot de elite wil behoren moet het morele wachtwoord uitspreken en Geert Wilders veroordelen. Het is de lakmoesproef voor het weldenkend deel van de natie. Wie geaccepteerd wil worden zal bij wijze van ritueel eerst die verschrikkelijke Wilders moeten vervloeken." Precies dit bedoelde Sybe Schaap met het zelf gekozen slachtofferschap van de PVV.

Bosma's boek verscheen in september 2010, in de periode dat er onderhandeld werd tussen VVD, PVV en CDA. Hoewel Mark Rutte en Maxime Verhagen toen allang wisten hoe extreem Wilders en zijn partijgenoten dachten, gingen ze toch met hem in zee. Ze hadden daar op zichzelf goede redenen voor. De PVV was met vijftien zetels winst in juni 2010 de winnaar van de verkiezingen geworden. De partij was met 24 zetels de derde partij van het land.

Het zou vanuit politiek-strategisch oogpunt onverstandig zijn geweest een dergelijke grote partij, met een communicatief vaardige leider als Geert Wilders, buiten de regeringsmacht te laten. Dan zou hij een verkiezing later wellicht nog meer zetels binnen halen.

Afstraffing voor CDA
Of het CDA deze denkwijze over had moeten nemen, is zeer de vraag. De partij had bij de verkiezingen in 2010 twintig zetels verloren en hing knock-out, zonder leider, in de touwen. Een periode in de oppositie leek voor de hand te liggen. Vooral dankzij het behendig opereren van Maxime Verhagen bleven de christen-democraten in het centrum van de macht. Het CDA liep nooit weg voor zijn verantwoordelijkheid, vond Verhagen en uiteindelijk tweederde van de achterban.

Hij dacht met vele anderen binnen het CDA, vergeefs, dat wellicht op deze wijze de partij verkiezingsgunst kon terugwinnen. Hij had wat dit betreft beter naar D66 moeten kijken. De democraten stapten in 2003 in een coalitie met VVD en CDA, terwijl de partij een flink aantal zetels had verloren. In 2006 werd D66 daar fors voor afgestraft. Dit scenario wacht het CDA nu ook.

Het gelijk van Klink
Verhagens medeonderhandelaar was in die zomer van 2010 Ab Klink. De toenmalige minister van volksgezondheid en CDA-ideoloog, kreeg in toenemende mate een gevoel van onbehagen over de aanstaande samenwerking met de PVV.

Met de gedoogconstructie kon Klink nog instemmen, maar de positie van Wilders buiten de coalitie baarde hem steeds meer zorgen. Uit de gesprekken met Wilders bleek dat hij niet van plan was zijn toon te matigen.

In de brief van begin september 2010, die uiteindelijk aanleiding was voor zijn onverwachte vertrek uit de politiek, schreef Klink: "Een samenbindende visie zou echt niemand hoeven te verwachten... Voluit zou hij gaan. Op zijn eigen manier. Op zijn PVV's. Voluit op het orgel. De bekende retoriek, zoals weergegeven in het verkiezingsprogramma, zal ons niet bespaard blijven, integendeel."

Achteraf beschouwd heeft Klink gelijk gekregen. Geert Wilders bleef volop het orgel bespelen. Dat heeft hem uiteindelijk ook opgebroken. Wie er steeds met gestrekt been in gaat, kan geen compromissen meer sluiten. Dat zou ongeloofwaardig overkomen bij de achterban. Het dilemma wat hij daarmee automatisch voor zichzelf creëerde, was dat hij zich daarmee voor langere tijd buiten de regeringsmacht plaatste.

Consequenties
Wilders weigerde de consequentie te trekken uit datgene waarvoor hij in 2010 had getekend: het begrotingstekort terugbrengen naar een aanvaardbaar niveau. Met deze passage in het regeerakkoord werd Wilders in feite in 'het pak genaaid', zoals dat in Haagse politieke termen heet.

Hij had getekend voor forse bezuinigingen, bovenop de 18 miljard die de partijen met elkaar waren overeengekomen, mocht de economische groei tegenvallen.

De strategische overwegingen van Rutte en Verhagen om te proberen Wilders op deze manier onschadelijk te maken, vallen vanuit politiek opzicht nog te vergoeilijken. Maar in de eindafrekening van alle voors en tegens is de balans niet positief. Dit kabinet heeft aan de polarisatie in de samenleving, die met Pim Fortuyn terugkeerde in de Haagse politiek, geen einde kunnen maken.

Met de rug naar de wereld
Het kabinet werd door vele migranten, moslims in het bijzonder, automatisch geassocieerd met Wilders' anti-islam en anti-vreemdelingenretoriek. Handelsbelangen lijken te worden geschaad, ondervinden bedrijven in Oost-Europa. Nederland heeft in de wereld veel aan prestige en imago ingeboet. En het kabinet leek, in algemene termen, met de rug naar de wereld te staan.

Ook de prestaties zijn niet over naar huis te schrijven. Op bijna alle belangrijke terreinen (zorg, woningmarkt, arbeidsmarkt en pensioenen) zijn de door deskundigen bepleitte hervormingen uitgebleven, omdat de drie partijen het daarover niet met elkaar eens werden.

Op de voor de PVV zo belangrijk geachte beperking van immigratie- en asielwetgeving is veel gezegd maar vrijwel niets gebeurd. Ook is het de vraag of de enige echte hervorming van dit kabinet - de wet 'werken naar vermogen' van staatssecretaris Paul de Krom- nog de eindstreep zal halen.

Er is in politiek opzicht ook een andere, relevante, balans op te maken. Ogenschijnlijk lijkt de VVD van Rutte geen last te hebben van het mislukken van deze coalitie. De partij stijgt zelfs in de peilingen.

Deelname aan dit kabinet heeft het zo geplaagde CDA daarentegen in electoraal opzicht niets opgeleverd. De partij is er door verscheurd geraakt. Leden en kiezers zijn weggelopen. In de peilingen staat de partij op het historisch lage aantal van twaalf zetels. En het is nog maar de vraag of het CDA met een nieuwe lijsttrekker de weg weer omhoog weet te vinden uit de boedel van Verhagen c.s.

Ruim 19 maanden gedogen

9 juni 2010: bij de Tweede Kamerverkiezingen wordt de VVD net de grootste, voor de PvdA. De derde partij is de PVV.

Zomer 2010: Een lange formatie leidt tot een bijzondere constructie. VVD en CDA vormen een minderheidskabinet dat met gedoogsteun van de PVV kan rekenen op 76 zetels.

2 oktober 2010: Tweederde van het CDA-leden verleent na een emotioneel congres de gedoogcoalitie steun.

14 oktober 2010: Rutte staat op het bordes bij de Koningin, als eerste liberale premier sinds 1918.

januari 2011: de trainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz haalt een meerderheid met steun van oppositiepartijen D66, GroenLinks en ChristenUnie.

mei 2011: bij de Eerste Kamerverkiezingen halen VVD, CDA en PVV net geen meerderheid. SGP-senator Gerrit Holdijk is bereid de coalitie te steunen.

zomer 2011: het kabinet moet tijdens de eurocrisis keer op keer steun vragen bij de oppositie. De PVV is tegen iedere steun aan Griekenland

september 2011: de PVV steunt de pensioenplannen van het kabinet niet, maar de PvdA schiet Rutte te hulp.

september 2011: premier Rutte verdedigt zijn eerste begroting in de Tweede Kamer. Het 'Doe eens normaal man'-incident is eerste openlijke botsing tussen Rutte en Wilders.

februari 2012: Rutte weigert herhaaldelijk afstand te nemen van het 'Polen-meldpunt' van de PVV.

5 maart 2012: begin Catshuisonderhandelingen tussen VVD, CDA en PVV. De gedoogcoalitie verliest de meerderheid door vertrek van Hero Brinkman uit PVV. Op 27 maart staat Wilders bijna op het punt te stoppen, Rutte haalt hem over.

21 april 2012: Wilders stapt alsnog uit het overleg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden