Kabinet mag eisen stellen aan opvang illegaal

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff van veiligheid en justitie.Beeld anp

Het Rijk mag bij de opvang van uitgeprocedeerde vreemdelingen de voorwaarde stellen dat zij meewerken aan hun vertrek. Als de betrokkene dat weigert, mag onderdak worden geweigerd. Alleen in specifieke omstandigheden van de vreemdeling, moet daar eerst onderzoek naar worden gedaan. Dat heeft de Raad van State besloten.

Het kabinet had eerder dit jaar afgesproken om de opvang van illegalen in vijf grote steden en Ter Apel te regelen. Dat zou in vrijheidsbeperkende locaties zijn - waarbij de vreemdeling in elk geval de gemeente niet mag verlaten, en voor een "beperkt aantal weken''. In die tijd worden de vreemdelingen voorbereid op hun terugkeer.

De coalitie van VVD en PvdA was tot dit compromis gekomen na een dagenlang dreigende crisis. De afgelopen maanden is dat coalitieakkoord met de gemeenten besproken. De uitkomst van dat overleg is nog steeds niet duidelijk, ook niet of het vrijheidsbeperkende locaties worden. Het kabinet wilde eerst het oordeel van de Raad van State afwachten.

Iraniër
In deze zaak bij de Raad van State ging het om een Iraanse man. Hij wilde wel opvang, maar hij was het er niet mee eens dat hij mee zou moeten werken aan zijn terugkeer en stapte naar de rechtbank in Den Haag. Die oordeelde eerder dat het Rijk illegalen sowieso opvang moest bieden, zoals dat voortvloeit uit Europese verdragen.

De rechtbank beriep zich daarbij op het Europees Sociaal Handvest (ESH) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). De Haagse rechtbank sloot in haar uitspraak aan bij de beslissing van het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) van juli 2014.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff van veiligheid en justitie kwam daartegen in verweer. De Raad van State geeft hem nu gelijk. Volgens de afdeling Bestuursrechtspraak kan de vreemdeling geen rechtstreeks beroep doen op het ESH en zijn de beslissingen van het Europees Comité voor Sociale Rechten over de uitleg van het ESH niet bindend voor de landen die partij zijn bij dit verdrag. De besluiten van het ECSR zijn wel gezaghebbend en kunnen volgens de Raad een rol spelen bij de uitleg van artikelen die de rechter wél rechtstreeks kan toepassen, zoals de mensenrechten uit het EVRM.

Bijzondere omstandigheden
De Raad van State stelt wel dat Dijkhoff rekening had moeten houden met bijzondere omstandigheden. In dit geval ging het om de psychische gesteldheid van de man, die daardoor de gevolgen van zijn handelen niet kon overzien. Dijkhoff moet in deze zaak een nieuw besluit nemen.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff, die asielkwesties in zijn portefeuille heeft, reageerde tevreden op de uitspraak van de Raad van State. "Het is een bevestiging van wat we zelf al dachten. We hadden dezelfde analyse gemaakt, het is prettig dat die bevestigd wordt", aldus Dijkhoff.

Juridische kaders
De regeringspartijen VVD en PvdA zijn blij dat de juridische kaders voor de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers nu duidelijk zijn.

"Het is goed dat nu voor eens en altijd helder is dat voorzieningen voor uitgeprocedeerde vreemdelingen alleen beschikbaar zijn wanneer zij meewerken aan hun vertrek", zei VVD-Kamerlid Malik Azmani. "De VVD vindt het goed dat geen tegenstrijdig signaal wordt afgegeven door verblijf toch te faciliteren terwijl de procedure is afgerond en de vreemdeling een vertrekplicht heeft."

Attje Kuiken, Tweede Kamerlid voor de PvdA, hoopt dat de uitspraak snel leidt tot een praktische regeling. "Uitgeprocedeerde vreemdelingen moeten niet op straat leven, maar de rust krijgen om te werken aan hun terugkeer. Er ligt een akkoord over bed, bad brood-opvang zonder voorwaarden vooraf. De gemeenten en het ministerie moeten snel met elkaar verder uitwerken hoe deze opvang vorm krijgt. Nu helder is wat de juridische kaders zijn kunnen zij snel tot een afspraak komen."

Ook oppositiepartij CDA vindt de bed-bad-brood-uitspraak "helder", zei Kamerlid Mona Keijzer: "Wanneer uitgeprocedeerde vluchtelingen aanspraak willen maken op opvang dienen zij ook mee te werken aan terugkeer naar het land van herkomst. Eigenlijk een vanzelfsprekendheid die nu bevestigd wordt. Hier moet het kabinet nu ook consequenties aan verbinden en de asielprocedures strikt hanteren. Het CDA staat voor een humaan vluchtelingenbeleid dat gepaard gaat aan een streng terugkeerbeleid.''

Oppositiepartij GroenLinks noemt het bij monde van Kamerlid Linda Voortman "jammer" dat het Europees Sociaal Handvest (ESH) niet bindend is. "Wel geeft de Raad van State aan dat het ESH gezaghebbend is. Ik neem dus aan dat Nederland zich hier niet aan zal onttrekken. Recht op voedsel en onderdak moet een onvoorwaardelijk recht zijn", zei Voortman.

Realiteit anders
Ook instanties als VluchtelingenWerk Nederland en Amnesty International noemen de uitspraak "teleurstellend". Beide organisaties zijn bang dat uitgeproceerde asielzoekers nu alsnog op staat belanden.

"Amnesty is voorstander van een onvoorwaardelijke opvang. We zijn teleurgesteld in de uitspraken van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep (zie kader, red.). Er is geen recht gedaan aan eerdere uitspraken. Die zeggen onomwonden dat iedereen in onze samenleving toegang moet hebben tot onderdak, voedsel en kleding - ongeacht verblijfsstatus of welke andere voorwaarde dan ook. Dit omdat anders het leven en de menselijke waardigheid van deze personen op het spel worden gezet", aldus Amnesty.

VluchtelingenWerk Nederland stelt dat het nu aan het Rijk en gemeenten is om in een bestuursakkoord de bed-, bad- en broodregeling vorm te geven. "We hopen dat de rijksoverheid naar de gemeenten zal luisteren. De meeste burgemeesters zeggen ook dat het op straat zetten van uitgeprocedeerde asielzoekers niet werkt. Gemeenten hebben de ruimte nodig om op individueel niveau te kijken wat nodig is om te werken aan vertrek. We begrijpen dat het kabinet voorwaarden wil stellen. De realiteit is anders.''

Tweede zaak in Amsterdam

De zaak van de Iraanse man was niet de enige zaak van uitgeprocedeerde asielzoekers waarin vandaag uitspraak werd gedaan. Ook in Amsterdam speelde een zaak over gemeenteopvang, die door een aantal uitgeprocedeerden was aangespannen.
De groep illegalen verzocht niet staatssecretaris Dijkhoff maar de gemeente Amsterdam hen opvang te bieden, op basis van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Om die reden behandelde de Centrale Raad van Beroep (CRB - op dit vlak de hoogste rechter) deze kwestie en niet de Raad van State. Vanwege het 'belang van rechtseenheid' werden beide uitspraken gelijktijdig gedaan, lichtte een woordvoerster van de Raad van State toe.
Amsterdam had eerder het verzoek van de illegalen afgewezen, omdat zij niet rechtmatig in Nederland zijn, niet als bijzonder kwetsbaar zijn aangemerkt en ook niet in een volstrekt uitzichtloze situatie verkeren. De voorzieningenrechter van de CRB bepaalde echter vorig jaar december dat de gemeente hen toch voorlopig tijdelijke sobere opvang moest bieden, de zogeheten bed-, bad-, en broodvoorziening.
De Centrale Raad van Beroep stelt nu dat de gemeente Amsterdam de opvang aan uitgeprocedeerde asielzoekers wel mag weigeren en hen mag doorsturen naar een door het Rijk aangewezen locatie.
Volgens de CRB kan Dijkhoff uitgeprocedeerden die niet meewerken aan hun vertrek in een uitzonderlijk geval toelaten tot de Rijksopvang. Daarom kan de gemeente Amsterdam er volgens het rechtsorgaan vanuit gaan dat illegalen op deze locaties terecht kunnen.
Marjan Sax, woordvoerster van de uitgeprocedeerde asielzoekers in Amsterdam, noemt het "treurig dat de rechter zich zo weinig van de realiteit aantrekt". Volgens haar kunnen veel vluchtelingen om allerlei redenen eenvoudigweg niet terugkeren. Sax kon nog niet zeggen of zij nu naar de Europese rechter zullen stappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden