Kabinet kiest voor meer groei, maar schoner

DEN HAAG - Economische groei was jarenlang synoniem voor milieuvervuiling. Moeten we dan maar grenzen aan de groei stellen, zoals een deel van de milieubeweging wil? Nee, zegt het kabinet. Nederland moet economisch vooruit. Meer groei. Maar schoner.

In de nota milieu en economie, die het kabinet vrijdag heeft vastgesteld en die vandaag wordt gepresenteerd, wordt niet expliciet ontkend dat het milieu gebaat is bij economische achteruitgang. De ministers van milieu, economische zaken, verkeer en waterstaat, landbouw en de staatssecretaris van financien schrijven dat een krimp-economie geen perspectief biedt aan werklozen, ondernemers en consumenten. En krimp is volgens hen bovendien internationaal gezien ongewenst en niet haalbaar - geen woord over de mogelijke effecten op het milieu.

Het is anderzijds naar hun oordeel ook niet zo dat economische groei noodzakelijk is om milieuproblemen op te lossen, een opvatting die althans een deel van de politiek aanhangt. Zowel dit soort groeidenken als het grenzen-aan-de-groei-denken doet het kabinet af als onrealistisch. Niet minder groei, maar anders: “We moeten streven naar een duurzame ontwikkeling. Een groei die milieuproblemen voorkomt en beter verenigbaar is met een verbetering van het milieu en de leefkwaliteit.”

Tussen met name de departementen van de ministers De Boer (milieu, PvdA) en Wijers (economische zaken, D66) is over de nota flink gesteggeld. Economische zaken was benauwd dat De Boer allerlei nieuwe milieu-eisen zou willen opleggen, waarmee het bedrijfsleven zich lamgelegd zou voelen. Waarschijnlijk daarom staat de nota bol van de mitsen en de maren; er kan van alles, maar we moeten wel op de concurrentiepositie van het bedrijfsleven letten. En op de inkomens; lagere inkomens mogen niet de dupe worden van een fors aangezet milieubeleid.

Toch wordt er wel het een en ander van het bedrijfsleven verwacht, maar doorgaans op vrijwillige basis. Het kabinet heeft daar ook geld voor over. Van de 250 miljoen die de ministers de komende vijf jaar beschikbaar stellen voor het uitvoeren van de nota, ligt 100 miljoen klaar voor het stimuleren van het onderzoek naar en het gebruik van schone technologie - belangrijk immers om wel meer te kunnen produceren, maar met minder gebruik van grondstoffen en energie.

Ook zou het kabinet graag zien dat een onafhankelijke instantie berekent hoeveel energie Nederlandse bedrijven gebruiken. Aan de hand daarvan, en aan de hand van een vergelijking met het buitenland, kan worden bepaald hoe hoog de nationale ondernemingen scoren in de wereldtop. Blijven ze achter bij hun collega's, dan moeten maatregelen worden getroffen. En als ze het goed doen, krijgen ze een beloning. Een wereldtopper wordt verder geen andere specifiek Nederlandse maatregelen opgelegd voor energiebesparing of vermindering van CO2.

Bedrijven die in het algemeen goed presteren op milieugebied, moeten fungeren als 'boegbeelden.' In de nota worden er talloze genoemd. Bijna nooit groots en meeslepend, vaker kleinschalig, maar in de ogen van de ministers wel zinnig. Bijvoorbeeld: een bedrijf dat machines onderhoudt, 30 werknemers, en dat de klant korting geeft op drie kleuren verf. Wie zijn machine een ander tintje wil geven betaalt de gewone prijs. Dat scheelt een hoop verfafval.

In de kretologie van milieuactivisten, schrijft het kabinet te streven naar een samenleving waarin 'prijzen de waarheid vertellen', met andere woorden: een sameleving waarin de prijs van het milieu wordt verrekend in het product. Maar dat is wel een lange-termijn-perspectief: op korte termijn komt het kabinet niet met een algemeen geldend milieu-ondersteunend fiscaal stelsel, omdat dat gevolgen zou kunnen hebben voor de concurrentiepositie van het bedrijfsleven en voor de inkomens.

Het kabinet overweegt voorlopig de BTW-heffing te veranderen. Voor milieuvriendelijke producten en diensten zou het lage tarief moeten worden berekend, voor milieuvervuilend spul het algemene tarief. Zo'n gedifferentieerd stelsel moet 'waar mogelijk en zinvol' in Nederland worden ingezet, en het kabinet zal het in Europees verband 'aan de orde stellen.'

De Europese partners zullen van Nederland blijven horen dat er een heffing moet komen op kerosine. En Nederland gaat dat verhaal zelfs wereldwijd vertellen. Ook zou een vliegticket niet langer BTW-vrij moeten zijn, vinden de ministers.

Economische groei leidt niet alleen tot meer vliegen, maar ook tot meer verkeer op de weg. Het kabinet zal in het Belastingplan 1998 een aantal fiscale maatregelen voorstellen om het rijden met zuinige auto's te bevorderen, maar ook het openbaar vervoer. De ministers zijn ook van plan de zogenoemde deelauto krachtig te promoten; dat is makkelijk (geen parkeerproblemen, geen zorgen over het onderhoud), goedkoop en goed voor het milieu: het aantal autokilometers daalt met bijna een derde en het gebruik van trein en bus stijgt met tien tot vijftien procent.

Om het autoverkeer te beteugelen, wil het kabinet ook het thuiswerken bevorderen, bij voorbeeld met belastingmaatregelen. Ook wijden de bewindslieden enige lovende woorden aan het thuis boodschappen doen met de computer. Als de leverancier alle klanten in één rondje bedient, scheelt dat ook fors.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden