Kabinet kan met het oog op Schiphol van Maasvlakte-discussie veel leren

Het kabinet zal voorlopig nog geen besluit nemen over de aanleg van een Tweede Maasvlakte, werd gisteren bekend. De streefdatum van medio april is verlaten, omdat er onenigheid bestaat over de precieze ruimtebehoefte van de Rotterdamse haven. Maar de procedure bij het onderzoek is ook niet goed geweest, betoogt Thomas van Slobbe. De auteur is werkzaam bij de stichting Natuur en milieu.

THOMAS VAN SLOBBE

Eén fout is wel heel erg duidelijk: dat de overheid zich te makkelijk de gegevens laat aanleunen die door direct belanghebbenden worden aangeleverd. Veel van de onderzoeksrapporten die in het kader van de 'nut- en noodzaakdiscussie' zijn ingebracht, kwamen direct uit de koker van het Rotterdams Havenbedrijf en Rijkswaterstaat - de meest belanghebbende partijen die je maar bedenken kunt. Het pleidooi van de milieubeweging voor contra-expertises, náást genoemde onderzoeken, vond weinig weerklank. Pas na heel lang aandringen bleek de overheid bereid de commissie MER te vragen, in tijdsbestek van niet meer dan enkele weken een 'advies over de verkenningsfase' van dit miljardenproject uit te brengen.

De suggestie van de milieubeweging eerst eens goed na te gaan in hoeverre er werkelijk sprake is van nijpend ruimtegebrek bij de Rotterdamse haven, werd bruusk terzijde geschoven. Tijdens haar begrotingsbehandeling zei Jorritsma hierover: “Wanneer wij praten over de nut- en noodzaakdiscussie (. . .) hebben wij het over het ruimtegebrek in de haven van Rotterdam en niet over iets anders. Ik heb soms het gevoel dat dit heel moeilijk is, omdat de conclusie blijkbaar ook zou kunnen zijn dat er geen ruimtegebrek is. Zo is het dus niet.”

Met dit 'zo is het dus niet' leken de voorstanders van een Tweede Maasvlakte een gelopen koers te gaan. Maar soms zit het mee. In februari publiceerde het Centraal planbureau (CPB) een rapport dat wel heel erg sterk afweek van eerdere berekeningen van het Havenbedrijf en Rijkswaterstaat. Het CPB suggereerde dat men, met het bestaande industrie- en havenareaal, nog heel lang uit de voeten kon. Een beslissing over de aanleg van een nieuw terrein was helemaal niet nodig. En als men daar dan toch toe zou willen besluiten, dan kwam het CPB, onder de meest expansieve veronderstellingen, uit op een additionele behoefte van 'slechts' 500 hectare (terwijl de rapporten van de initiatiefnemers spraken van de noodzaak van maar liefst 2000 ha, plus een natuurgebied van 750 ha).

Daarbovenop stelde de begeleidingscommissie onder voorzitterschap van de Friese commissaris van de koningin Hermans onomwonden dat “relevante vragen van de milieubeweging onvoldoende worden opgepakt”. En de Commissie MER stelde met enige verbijstering vast dat verbetering van de leefomgeving weliswaar een van de twee hoofddoelstellingen bij het proces was, maar dat helemaal niet is uitgewerkt wat moet worden verstaan onder verbetering van de leefomgeving. “De informatie uit de onderzoeken die tot dusverre beschikbaar kwam is sterk gericht op die oplossingsrichting die Rotterdam voorstaat”, merkt de commissie fijntjes op.

Het gaat hier om meer dan een incident. Ten tijde van de discussie over een vijfde baan voor Schiphol, bijvoorbeeld, werden bijna alle onderzoeken uitgevoerd in opdracht van een belanghebbende bij uitstek, de Rijksluchtvaartdienst. Daarbij kwam dat veel van de onderzoeksinstituten die de opdrachten uitvoerden - uit de aard van hun werk - intensieve contacten hadden met andere belanghebbende organisaties uit de luchtvaartwereld, die hun immers vaak andere opdrachten verstrekten. De teneur tijdens de discussie over Schiphol was, indertijd, dat we daar niet te moeilijk over mochten doen. Een feit is een feit en het maakt niet uit wie dat aandraagt. Waren die feiten even hard als die waarop tot voor kort het ruimtegebrek van de Rotterdamse haven als vaststaand gegeven was gebaseerd?

Ziehier een mooie lering die er voor de discussie over de toekomstige nationale luchtvaart-infrastructuur (TNLI) valt te trekken. Bij een zinvolle 'nut- en noodzaakdiscussie' over de TNLI zal voorzien moeten zijn in een formele beleids-MER en in de mogelijkheid tot gedegen en vooral tijdige contra-expertises met betrekking tot rapporten van direct betrokken instanties. Als we dat met z'n allen van de discussie over de Rotterdamse haven mogen leren, is alleen al daarom die discussie onze inspanningen meer dan waard geweest. Zoals het er nu voorstaat zal het - op punten wel erg hardleerse - kabinet bij de TNLI-discussie echter domweg weer dezelfde fouten maken. Dat is niet alleen slecht voor de kwaliteit van de besluitvorming, maar ook een belediging voor al die duizenden mensen die zich actief inzetten om een verantwoord maatschappelijk debat gestalte te geven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden