Kabinet hoopt op meer banen door lasten ook in dit jaar te verlichten

In het kabinetsbeleid staat bevordering van werkgelegenheid centraal. Met dat doel worden ook in 1996 de lasten verlicht. Door arbeid goedkoper te maken hoopt het kabinet dat werkgevers meer mensen in dienst nemen. Het accent ligt hierbij op vermindering van de werkloosheid onder mensen met geen of slechts heel weinig opleiding. Onder hen is immers de werkloosheid het grootst.

Aan de andere kant probeert het kabinet werken aantrekkelijker te maken. Wie vanuit een uitkering aan de slag gaat moet daar duidelijk financieel voordeel bij hebben, is de redenering. Daarom krijgen werkenden een aantal belastingvoordelen ten opzichte van uitkeringsgerechtigden. Opvallend is voorts dat het kabinet het starten van nieuwe ondernemingen fiscaal aantrekkelijker maakt. Ook wie zijn geld wil steken in nieuwe ondernemingen krijgt fiscale voordelen (de zogenaamde tante-Agaath-regeling).

Dit zijn de belangrijkste veranderingen voor de belastingbetalers per 1 januari:

- verlaging tarief eerste schijf met 0,15% naar 37,5% - verlenging tweede schijf met ¿ 2125 - verhoging basisaftrek tot ¿ 7 003 - verhoging alleenstaande-ouderaftrek tot ¿ 5603 - verhoging aanvullende alleenstaande-ouderaftrek tot ¿ 5603 - verhoging ouderenaftrek tot ¿ 910 - verhoging arbeidskostenforfait tot ¿ 2507

LOON- EN INKOMSTENBELASTING 1996

De inflatiecorrectie voor 1996 leidt tot een verhoging van de bedragen met 2,2 procent ten opzichte van '95. Het schijventarief ziet er voor 1996 als volgt uit:

tariefpercentage opvolgende toe te passen op inkomensschijven de belastbare som

37,5% over de eerste ¿ 45.325 50% over de volgende ¿ 47.448

60% over de resterende guldens

tariefpercentage totaal opvolgende toe te passen op inkomensschijven de belastbare som

37,5% over de eerste f 45.325 50% over de volgende f 92.773 60% over de resterende guldens

tariefpercentage heffing over toe te passen op het totaal van de belastbare som schijven

37,5% over de eerste f 16.996 50% over de volgende f 40.720 60% over de resterende guldens

Over de eerste inkomensschijf worden belasting en premies volksverzekeringen (AOW, AWW, AAW en AWBZ) gecombineerd geheven. Voor personen van 65 jaar en ouder geldt er in de eerste schijf in plaats van 37,5% een lager tarief van 15,4%, omdat zij voor een aantal volksverzekeringen (AOW en AAW) niet meer premieplichtig zijn.

TARIEFGROEPINDELING EN BELASTINGVRIJE BEDRAGEN (tussen haakjes staan de bedragen zoals die gelden voor 1995)

Tariefgroep 1

Voor deze tariefgroep geldt geen belastingvrij bedrag. Deze tariefgroep geldt in de volgende situaties:

- Als men als gehuwde/ongehuwde het belastingvrije bedrag overdraagt aan de echtgenoot/huisgenoot (omdat men geen inkomen heeft of een inkomen heeft lager dan ¿ 7.003 (¿ 6.074)). - Als men twee of meer dienstbetrekkingen/uitkeringen heeft en bij de andere dienstbetrekking/uitkering al in een tariefgroep wordt ingedeeld die wel recht geeft op een belastingvrij bedrag.

Tariefgroep 2:

Het belastingvrije bedrag is hier ¿ 7.003 (¿ 6.074). Men wordt ingedeeld in tariefgroep 2 als men niet wordt ingedeeld in een van de andere tariefgroepen.

Tariefgroep 3:

Het belastingvrije bedrag in deze tariefgroep is ¿ 14.006 (¿ 12.148). Men wordt ingedeeld in tariefgroep 3:

- Als men gehuwd is en de echtgenoot/echtgenote geen inkomen heeft of een inkomen heeft van minder dan ¿ 7.003 (¿ 6.074); als in de loonbelastingverklaring tariefgroep 3 wordt aangekruist en de echtgenoot/echtgenote tekent deze verklaring mee, dan vindt de overdracht van zijn/haar belastingvrije bedrag automatisch plaats. - Ook als men ongehuwd is, kan in een dergelijke situatie het belastingvrije bedrag van de huisgenoot worden overgedragen.

Tariefgroep 4:

Het belastingvrije bedrag voor personen ingedeeld in tariefgroep 4 is ¿ 12.606 (¿ 10.934). Deze tariefgroep geldt voor alleenstaande ouders met kinderen, die bij aanvang van het kalenderjaar jonger zijn dan 27 jaar. Voorwaarde is dat de kinderen inwonen en dat één of meerdere kinderen in belangrijke mate door de alleenstaande ouder worden onderhouden.

Tariefgroep 5:

Het belastingvrije bedrag voor personen ingedeeld in tariefgroep 5 is ¿ 12.606 (¿ 10.934) plus zes procent van het arbeidsinkomen met een maximum van ¿ 5.603 (¿ 4.860). Men komt voor dit extra hoge belastingvrije bedrag in aanmerking, als men als alleenstaande ouder - naast hetgeen er voor tariefgroep 4 geldt -ook nog werkzaamheden buiten het huishouden verricht en het jongste kind dat inwoont bij aanvang van het kalenderjaar jonger is dan 12 jaar.

De aanslaggrens voor de inkomstenbelasting wordt in 1996 ¿ 78.500 (1995: ¿ 77.500). De teruggaafgrens loonbelasting en premie volksverzekeringen (T-biljet) wordt ¿ 26 (1995: ¿ 25). Het arbeidskostenforfait, de vaste aftrek voor beroeps/verwervingskosten (van acht procent van het inkomen uit tegenwoordige arbeid) kent in 1996 een minimumbedrag van ¿ 243 (1995: ¿ 237) en een maximumbedrag van ¿ 2.507 (1995: ¿ 2.139). Het vaste aftrekbedrag voor niet-actieven wordt ¿ 597 (1995: ¿ 584).

REISKOSTENFORFAIT

De bedragen van het algemene forfait voor 1996 zien er als volgt uit. Deze bedragen gelden voor diegenen die helemaal geen gebruik maken van het openbaar vervoer.

enkele reisafstand aftrekbedrag maximum vrijgestelde woon-werkverkeer vergoeding

0 - 10 km - - - - 11 - 15 km¿ 860 ¿ 1.910 16 - 20 km¿ 1.240 ¿ 2.360 21 - 30 km¿ 2.050 ¿ 3.240 meer dan 30 km ¿ 2.050 ¿ 3.240

Indien men wèl gebruik maakt van het openbaar vervoer (voor de hele afstand of voor een deel) dan kan men in aanmerking komen voor een hoger aftrekbedrag of eventuele vrijgestelde vergoeding van de werkgever. Men moet dan wel aan een aantal aanvullende voorwaarden voldoen. Om in aanmerking te komen voor het hogere aftrekbedrag uit de openbaar-vervoertabel, moet men beschikken over een openbaar-vervoerverklaring. Krijgt men een vergoeding van de werkgever, dan mag de werkgever de hogere belastingvrije bedragen alleen toepassen als men de plaatsbewijzen bij de werkgever inlevert. De werkgever moet de plaatsbewijzen per werknemer administreren en beschikbaar houden voor controle. De werkgever mag in dat geval de werkelijke prijs van de plaatsbewijzen vergoeden, ook als dat meer is dan volgens het forfait. Beschikt men niet over een openbaar-vervoerverklaring of levert men geen plaatsbewijzen in bij de werkgever dan zijn de bedragen van het algemene forfait van toepassing.

REISKOSTENFORFAIT 'OPENBAAR-VERVOER':

enkele reisafstand aftrekbedrag maximum vrijgestelde woon-werkverkeer vergoeding

0 - 10 km - - ¿ 900 11 - 15 km¿ 860 ¿ 2.110 16 - 20 km¿ 1.240 ¿ 2.560 21 - 30 km¿ 2.050 ¿ 3.440 31 - 40 km¿ 2.560 ¿ 4.050 41 - 50 km¿ 3.420 ¿ 5.070 51 - 60 km¿ 3.830 ¿ 5.570 61 - 70 km¿ 4.310 ¿ 6.140 71 - 80 km¿ 4.480 ¿ 6.390 meer dan 80 km ¿ 4.530 ¿ 6.460

Het normbedrag voor de belastingvrije autokilometervergoeding wordt voor 1996 ¿ 0,60.

HUURWAARDEFORFAIT

De bedragen voor 1996 zijn dezelfde als de bedragen 1995:

Bij een waarde van een woning in bewoonde staat

meer dan doch niet bedraagt de . meer dan huurwaarde

- ¿ 15.000- ¿ 15.000 ¿ 30.000 ¿ 315 ¿ 30.000 ¿ 60.000 ¿ 720 ¿ 60.000 ¿ 90.000 ¿ 1.680 ¿ 90.000 ¿ 120.000 ¿ 2.520 ¿ 120.000 ¿ 170.000 ¿ 3.360 ¿ 170.000 ¿ 220.000 ¿ 4.760 ¿ 220.000 ¿ 270.000 ¿ 6.160 ¿ 270.000 ¿ 320.000 ¿ 7.560 ¿ 320.000 ¿ 390.000 ¿ 8.960 ¿ 390.000 ¿ 460.000 ¿ 10.920 ¿ 460.000 ¿ 530.000 ¿ 12.880 ¿ 530.000 ¿ 600.000 ¿ 14.840 ¿ 600.000 - ¿ 16.800

BUITENGEWONE-LASTENAFTREK

Buitengewone-lastenaftrek in verband met ziekte, invaliditeit, bevalling, adoptie, overlijden, arbeidsongeschiktheid en ouderdom. Deze kosten komen voor aftrek in aanmerking voor zover zij meer bedragen dan een bepaalde drempel. Die drempels zijn de volgende:

- bij een onzuiver inkomen van 0 tot en met ¿ 23.467 bedraagt de drempel ¿ 2.863. - bij een onzuiver inkomen van ¿ 23.468 tot en met ¿ 97.721 bedraagt de drempel: 12,2 procent van het onzuiver inkomen; - bij een onzuiver inkomen van meer dan ¿ 97.721 bedraagt de drempel ¿ 11.922.

Het bedrag voor extra uitgaven voor kleding en beddegoed die als uitgave ter zake van ziekte en invaliditeit worden aangemerkt, bedraagt ¿ 640. Indien wordt aangetoond dat deze extra uitgaven meer bedragen dan ¿ 1.280 wordt het bedrag van ¿ 640 verhoogd tot ¿ 1.600.

De vaste aftrek voor arbeidsongeschikten en bejaarden wordt ¿ 899 per persoon (voor gehuwde bejaarden geldt ¿ 1.798 als beiden 65 jaar of ouder zijn).

WERKNEMERSSPAARREGELINGEN

De werkgever kan op grond van een premiespaarregeling in 1996 een belasting- en premievrije spaarpremie aan de werknemer toekennen van maximaal honderd procent van de ingehouden besparing, maar niet meer dan ¿ 1.077 (1995 ¿ 1.053). Het bedrag dat in 1996 maximaal geblokkeerd kan worden gespaard ingevolge een spaarloonregeling bedraagt in 1996 ¿ 1.615 (1995: ¿ 1.580). De werkgever is tien procent (1995 eveneens tien procent) aan loonbelasting verschuldigd over spaarloon en eveneens tien procent (1995: twintig procent) over loon ingevolge niet geblokkeerde winstdelingsregelingen. Over spaarloon in de vorm van werknemersaandelen is de werkgever in 1996 geen loonbelasting verschuldigd (1995: tien procent).

KINDEROPVANG

Per 1 januari 1995 is de fiscale regeling voor de kosten van kinderopvang aangepast. Als een belastingplichtige zelf de kosten voor kinderopvang draagt, worden de kosten die fiscaal voor eigen rekening blijven gesteld op ongeveer honderd procent van de WVC-adviestabel voor ouderlijke bijdragen. Het meerdere is aftrekbaar als buitengewone last. Uitgaven boven ¿ 10.476 (1995: ¿ 10.250) per kind blijven buiten beschouwing. Verder is deze regeling voor aftrek ook van kracht voor zelfstandigen en andere niet-werknemers. Voorwaarden voor deze aftrekregeling zijn onder meer:

- de belastingplichtige en zijn/haar eventuele partner verrichten beiden betaalde arbeid en deze werkzaamheden leveren per persoon meer dan ¿ 7.003,- aan belastbaar inkomen op; - het betreft alleen beroepsmatige opvang door een kinderopvangcentrum of gastouderbureau met een vergunning of verklaring van de gemeente.

ECOTAX

Per 1 januari wordt een energiebelasting ingevoerd voor kleinverbruikers. Er geldt een heffingvrij verbruik van 800 m3 aardgas per jaar en 800 kWh elektriciteit per jaar. Daarboven zijn de volgende tarieven van toepassing:

De tarieven zijn als volgt vastgesteld:

Bedragen in centen . 1996 in.btw ex.btw

Elektriciteit per kWh 3,53,0 Aardgas per m33,83,2 Petroleum per L 3,32,8 Huisbrandolie per L3,32,8 LPG, propaan, butaan per kg 4,03,4

Bedragen in centen . 1997 in.btw ex.btw

Elektriciteit per kWh 3,53,0 Aardgas per m37,56,4 Petroleum per L 6,65,6 Huisbrandolie per L6,65,7 LPG, propaan, butaan per kg 7,96,7

Bedragen in centen . 1998 in.btw ex.btw

Elektriciteit per kWh 3,53,0 Aardgas per m3 11,09,5 Petroleum per L 9,98,5 Huisbrandolie per L 10,08,5 LPG, propaan, butaan per kg 11,9 10,1

VRIJWILLIGERSWERK

De vrijgestelde vergoeding voor vrijwilligerswerk gaat omhoog van 20 tot 22 gulden per week. Het maximaal vrijgestelde bedrag per jaar gaat omhoog van 1000 naar 1200 gulden. Over dit bedrag zijn vrijwilligers geen sociale premie of belastingen verschuldigd. Het bedrag van 1200 gulden is uit de bus gerold doordat gemeenten bij de bijstandsuitkeringen een onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk van vijf gulden per dag toestaan. Dat komt neer op een vrijstelling van 1200 gulden per jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden