Kabinet grijpt te snel naar verhoging AOW-leeftijd

Het is beter om de arbeidsuitval terug te brengen. Mensen blijven én langer werken én maken minder ziektekosten.

Toon Taris en Wilmar Schaufeli en hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit Nijmegen; hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Universiteit Utrecht

In de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar lopen de gemoederen hoog op. Je hoeft niet te hebben doorgeleerd om te beseffen dat de verhoging van de pensioenleeftijd een achteruitgang betekent. De huidige generatie werkenden zal langer moeten doorploeteren dan hun ouders en grootouders en daar wellicht minder voor terugkrijgen dan vroeger het geval was. En stel dat de verhoging naar 67 jaar onvoldoende soelaas biedt? Wordt de pensioenleeftijd dan nog verder verhoogd? Het perspectief van zo’n hellend vlak versterkt de onzekerheid, en daarmee de angst, nog verder.

Een wellicht interessantere oorzaak voor de maatschappelijke onrust over de maatregel is het gevoel dat het kabinet wel érg snel naar de maatregel van verhoging van de pensioenleeftijd grijpt. Ten eerste betekent verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd niet dat de gemiddelde werknemer twee jaar langer doorwerkt. Op dit moment werkt minder dan de helft (48 procent) van de groep 55-65 jarigen en ligt de gemiddelde leeftijd waarop men stopt met werken momenteel op 61 jaar.

Verhoging van de AOW-leeftijd zal het tijdstip waarop de groep van 55-65 jarigen met werken wil stoppen wellicht enige tijd kunnen uitstellen. Maar dat is maar één kant van de medaille. De andere kant is dat veel werkenden niet tot hun 65ste kùnnen doorwerken vanwege fysieke en/of psychologische problemen. Een stratenmaker kampt met beroepsziekten zoals een versleten rug en knieën. Die kwetsuren maken het voor deze mensen nagenoeg onmogelijk om werkend het pensioen te halen. Ook geestelijke slijtage eist haar tol: leerkrachten vertrekken massaal voortijdig uit het onderwijs (35.000 in de WIA). Lesgeven is in principe een dankbaar beroep, maar dergelijke vertrekcijfers suggereren dat de arbeidsomstandigheden in het onderwijs zeer belastend zijn.

De verhoging van de pensioenleeftijd gaat ervan uit dat werkenden de keuze hebben om te stoppen met werken of door te gaan. Dat is voor een deel van de werkenden van toepassing. Op de universiteit willen veel mensen graag langer doorgaan en daar worden nu allerlei U-bocht constructies bedacht om dat mogelijk te maken. Voor een ander deel geldt dit echter niet.

De gevolgen van deze uitval zijn bekend. Enerzijds doen de uitvallers een zwaar beroep op allerlei financiële regelingen, terwijl ze anderzijds niet meer (via de inkomstenbelasting) bijdragen aan de schatkist. Als het fundamentele probleem is dat er in de toekomst te weinig werkenden zijn om de niet-werkenden (onder wie de AOW’ers, maar ook de arbeidsongeschikten) te betalen, dan ligt het niet onmiddellijk voor de hand om de pensioenleeftijd te verhogen. Het zou wel eens minstens zo effectief zijn iets te doen aan de grote hoge uitval in veel beroepen.

Daartoe staan twee wegen open. Enerzijds preventief beleid dat er op gericht is om arbeidsuitval te voorkomen door de arbeidsomstandigheden te verbeteren en het werkplezier te verhogen. Anderzijds actief reïntegratiebeleid dat er op gericht is om werknemers die uitgevallen zijn weer snel terug aan het werk te krijgen; we hebben nog steeds 832.000 arbeidsongeschikten en 307.000 bijstandsgerechtigden waarvan velen aan (aangepast) werk zouden kunnen worden geholpen.

Op beide gebieden zijn de afgelopen jaren weliswaar initiatieven genomen, maar deze hebben tot nu toe nog te weinig tastbare resultaten opgeleverd. Door een dergelijk tweesporenbeleid kan de balans van inkomsten en uitgaven voor sociale zekerheid meer in balans worden gebracht. Deze oplossing heeft bovendien het op zichzelf al nastrevenswaardige gevolg dat mensen langer gezond blijven en langer kunnen werken, dat voor een deel het probleem van de vergrijzing en de oplopende medische kosten kan oplossen.

De verhoging van de AOW-leeftijd leidt daarom niet alleen tot onrust vanwege het vermeende onrechtvaardige karakter ervan en de onzekerheid die het met zich meebrengt. De maatregel lijkt ook wat overhaast en willekeurig gekozen. Immers er zijn andere manieren die minder weerstand oproepen om het aanstormende financiële tekort van de overheid aan te pakken.

Wat meer creativiteit en een bredere blik zou de verantwoordelijke beleidsmakers sieren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden