Kabeljauwoorlog dreigt tussen EG en Canada

DEN HAAG - Twee IJslandse experts in het voeren van kabeljauwoorlog zijn deze week in het Canadese Newfoundland om daar uit te leggen hoe je EG-vissers moet wegjagen.

Tijdens de laatste kabeljauwoorlog, in 1975-1976 tussen IJsland en Groot-Brittannie, knipten de IJslanders met drie meter grote scharen de Britse visnetten kapot, terwijl IJslandse patrouilleboten wat losse flodders afvuurden. Iets dergelijks dreigt nu te gebeuren tussen de EG en Canada, en weer gaat het om kabeljauw.

Door overbevissing voor de kust van Oost-Canada is de visstand dramatisch gedaald. Grote schuldigen zijn vooral de Europeanen, zo zegt men in Canada. Brussel heeft de EG-vissers weliswaar quota opgelegd die ook de visvangst voor de kust van Canada moeten beperken, maar de EG blijkt niet in staat die quotering te controleren.

De Europese Gemeenschap geeft in haar eigen statistieken toe dat haar vissers meer vangen dan is toegestaan: de controle faalt. In Canada heeft men het probleem van de illegale visvangst beter opgelost: in sommige delen van de zee rondom Canada moet elke vissersboot een inspecteur mee laten varen die toeziet dat de vissers niet meer vangen dan ze mogen. Bij terugkeer in de haven komt er een inspecteur aan te pas om te tellen hoeveel vis er van boord gaat.

Meer moeite

Premier Brian Mulroney zag zich vorige week in het Canadese parlement gedwongen om te waarschuwen voor 'gun-boat diplomacy' - kanonneerboot-diplomatie - tegen de EG. Maar het kost hem steeds meer moeite om de gemoederen te bedaren.

Aanstaande dinsdag komt een boze vissersvoorman uit Newfoundland met Mulroney overleggen over een plan van de vissers om met grote treilers de buitenlandse vissers te verjagen. "Stuur de marine erop af" , zo hebben de premiers van Canada's oostelijke provincies Nova Scotia en Newfoundland al geeist.

Hoewel Canada en de EG al sinds 1986 ruzie hebben over de visvangst rond Newfoundland, is de woede jegens de Europeanen opgelaaid, toen eerder deze maand bleek dat de kabeljauwstand veel lager was dan gedacht. Een foutje in de telling, maar ook de overbevissing door Europese vissers bleek hieraan debet. Inderhaast heeft de Canadese minister van visserij, Crosbie, de quota voor Canadese vissers gehalveerd. Voor ruim honderd grotere vissersschepen heeft de Canadese regering deze maand zelfs een verbod uitgevaardigd om nog kabeljauw te vangen voor de kust van Newfoundland. Dit verbod duurt in ieder geval tot september.

In Newfoundland zijn door deze maatregelen al 36 visverwerkende fabrieken stilgelegd. Daardoor zijn er 6 000 banen verdwenen in dit gebied met een toch al hoge werkloosheid van 17 procent. "De regering staat onder toenemende druk in de Atlantische provincies om eenzijdige stappen te nemen buiten de 200-mijlszone" , zo zei Crosbie, begin dit jaar.

Intussen vist de EG gewoon door, zeggen de Canadese vissers. Daarbij gaat het vooral om Spanjaarden en Portugezen: van de 138 EG-vissersschepen die in 1990 voor de kust van Canada bezig waren, kwamen er 44 uit Portugal en 94 uit Spanje.wonderlijke rekensom: tel op en vergelijk met totaal in SR99 - AL corr Zij vissen in Canada onder meer omdat ze, bij hun toetreding tot de EG in 1986, geen visquota hebben gekregen in de Europese zeeen.

Niet inschikken

De andere tien EG-lidstaten wilden niet inschikken en hun toch al geringe visquota's voor de zeeen rond Europa verder beperken om plaats te maken voor de Spanjaarden en Portugezen. Het zal geen toeval zijn dat juist in datzelfde jaar de EG weigerde in te stemmen met de internationale afspraken voor quotering van de visvangst voor de kust van Canada. Door deze internationale vangstbeperkingsmaatregelen af te wijzen, had de EG het recht om zoveel te vissen als zij wil.

Als gebaar van goede wil stelde de EG wel een eigen quota vast voor de kabeljauwvangst voor de kust van Canada, maar dan wel flink hoger dan de internationaal afgesproken quota die de EG had voor 1986. Bovendien zijn zelfs

veel hogere quota's nog overschreden, zo geeft Brussel zelf toe. In 1986 vingen de Portugezen en Spanjaarden drie maal zoveel voor de kust van Newfoundland als twee jaar eerder. En zolang ze daar vissen, hebben de andere EG-lidstaten in elk geval geen last van de Spaanse en Portugese vissersvloten in de toch al overbeviste Europese zeeen.

De visstand was er vijftien jaar geleden overigens nog slechter aan toe. Toen, in 1977, werd het tij gekeerd door uitbreiding van de visserijzone van Canada tot 200 mijl uit de kust. Binnen die 200-mijlszone mogen sindsdien alleen de Canadezen vissen. In de meeste zeeen elders ter wereld is het probleem van de overbevissing sinds de instelling van die 200-mijlszones beheersbaar geworden. De meeste vis leeft immers op het continentaal plat, dat binnen die 200-mijlszone valt. Voortaan bleven de meeste vissen dus voorbehouden aan de vissers van de nabijgelegen kuststaten en die hebben er belang bij om overbevissing tegen te gaan, zodat er over vijf jaar ook nog wat te vissen valt.

De Canadezen hebben echter de pech dat hun continentale plat - gedefinieerd als de voortzetting van het vasteland in zee tot op het punt waar het water snel dieper wordt - op twee plaatsen net uitsteekt tot voorbij de 200-mijlsgrens. Zelf noemen de Canadezen dit de 'neus en de staart van de bank'. Het komt maar op vier plaatsen ter wereld voor dat een stuk van het continentaal plat, met alle bijbehorende vis, buiten de 200-mijlszone valt. Voor de Canadezen betekent dit dat zij door vangstbeperking binnen de 200-mijlszone de visstand wel kunnen vergroten, maar dat een deel weglekt naar 'de neus van de bank', waar 130 Europese treilers klaarliggen om alles te vangen wat binnenzwemt. De Spaanse vissers gebruiken volgens de Canadezen zelfs netten met zeer kleine mazen om zo ook de kleinste kabeljauwtjes te vangen. Daardoor zijn de vissen niet meer in staat om voor nageslacht te zorgen voor ze worden gevangen, zodat de populatie nog sneller afneemt.

Het is niet zo dat op die paar plaatsen ter wereld waar het continentale plat buiten de 200-mijlszone valt, de hele wereld er maar op los komt vissen. Ook daar probeert men door internationaal overleg afspraken te maken om de vangst te beperken. In de 'neus en de staart van de bank' bestaan ook zulke internationale afspraken. Sinds enkele jaren is er zelfs internationaal afgesproken om in de 'neus van de bank' voor Newfoundland helemaal geen kabeljauw meer te vangen. Maar het zijn juist deze afspraken die de EG sinds 1986, toen Spanje en Portugal toetraden, weigert na te leven. Vorig jaar viste de EG zelfs 41 900 ton vis uit dit gebied, zo schatten de Canadezen.

Het zijn niet alleen EG-schepen die de zee bij Newfoundland leegvissen. Er zijn nog een kleine veertig vissersschepen aanwezig die varen onder de vlag van landen die de internationale vangstafspraken niet ondertekend hebben, zoals Panama. Maar de Canadezen zijn ervan overtuigd dat 25 van deze 'Panamese' schepen gewoon van vlag veranderde Spanjaarden zijn.

De vraag

Of de EG in staat is iets te doen aan de dreigende kabeljauwoorlog met Canada, is de vraag. Komende week komt de Europese Commissie met nieuwe gegevens over de visstand in de Europese zeeen, en dat schijnt niet best te zijn. Met een verdere beperking van de quota's in Europa op komst, zal het de Europese ministers moeilijk vallen om ook nog aan de Canadese belangen te denken. De staatssecretaris voor buitenlandse zaken van Canada, Barbara McDougall, noemde de Europese Gemeenschap vorige maand "steeds Euro-centrischer" .

De vissers aan Canada's oostkust hebben in hun woede nu gedreigd de jacht op zeehonden op te voeren. Die in Europa zo geliefde zeehondjes eten namelijk de kabeljauw op.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden