Tien geboden

K. Schippers: 'Godsdiensten timmeren alles dicht'

'Goede kunstenaars wijzen je op dingen waar je nog niet eerder aan hebt gedacht. Ze zeggen niet hoe de wereld eruitziet, nee, ze vertellen je hoe de wereld eruit zou kúnnen zien.' Beeld Mark Kohn

K. Schippers, pseudoniem van Gerard Stigter (Amsterdam, 1936) is dichter en schrijver. In 1996 ontving hij de P.C. Hooftprijs. Tien jaar later kreeg hij de Libris Literatuurprijs voor 'Waar was je nou?' In november verschijnt zijn roman 'Niet verder vertellen'.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

"Laten we hiermee beginnen: ik ben er niet mee opgevoed, dus dat maakt alles wat ik je nu ga vertellen betrekkelijk.

Ik kom uit Amsterdam West, waar het katholicisme zo'n beetje de dienst uitmaakte. Tijdens de verkiezingen hingen er honderden gele vlaggetjes en uithangborden van de Katholieke Volkspartij in de straten. KVP nr. 1, van die gele 1-tjes, eindeloos, overal. En de Partij van de Arbeid stond op nummer 2.

Nog zo'n beeld, maar dan hoorbaar: om het uur - dat zal waarschijnlijk om de zes uur zijn geweest, maar zo herinner ik het mij - sloegen de klokken van de Chassékerk. Mijn moeder zei dat ze 'Kom nou, kom nou' riepen. Dat heeft mij trouwens altijd erg verbaasd; hoe graag die kerk je erbij wilde hebben. Waarom eigenlijk?

Erica, mijn geliefde, was ooit katholiek maar deed er al jaren niets meer aan. Toen onze dochter Diana in 1962 werd geboren, stond er in no time een pastoor bij ons op de stoep: of we ons kind ook niet katholiek wilden dopen? Heel amusant, op zich, dat die dingen kennelijk ergens worden bijgehouden.

Ik vind het sowieso wel geestig als het gewone leven en de christelijke godsdienst in elkaar overlopen. We waren in 1991 aanwezig bij de begrafenis van NRC-toneelcriticus Jac Heijer in Halfweg. Het was een zeer katholieke dienst. De voorganger - ik weet zijn rang niet meer - beëindigde zijn speech met de opmerking: 'Eén van de dames hier aanwezig heeft een tas laten staan. Die is na afloop bij mij op te halen.'

Het was net alsof met die ene opmerking de bodem onder de godsdienst werd weggeslagen en het hele gezelschap weer terugkeerde op aarde. Vanwege een tas...

Maar wat wilde ik nou ook alweer zeggen? O ja: als je in die tijd, in mijn jeugd, zei dat je nergens in geloofde, werd er op je neergekeken. Toen ik in 1955 in militaire dienst ging had je een tehuis, een soort café of clubhuis, voor protestanten en één voor katholieken. Daar konden de gelovigen zich vermaken en ontspannen. Tegen ons, heidenen, werd gezegd: 'Gaan jullie de vloer maar schrobben.' Wij waren van minder allooi. Wij hielden ons toch niet bezig met de hoge zaken des levens. Misschien is dat nog wel waar ook.

De vraag waartoe wij hier op aarde zijn zou ik mezelf nooit stellen. Er ís geen bedoeling. Nescio schreef het al: 'Gods doel is de doelloosheid, maar voor geen mens is het weggelegd dit bij voortduring te beseffen.'"

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

"Godsdiensten timmeren alles dicht, de kunst waar ik van houd maakt juist dingen open; die laat zien dat er in wat star lijkt allerlei geledingen zitten, dat er gaten in kunnen worden gemaakt met alle wonderlijke en soms angstige ontdekkingen van dien. Goede kunstenaars wijzen je op dingen waar je nog niet eerder aan hebt gedacht. Ze zeggen niet hoe de wereld eruitziet, nee, ze vertellen je hoe de wereld eruit zou kúnnen zien. Het zijn mogelijkheden, geen wetten. Er is altijd weer wat nieuws en het gáát maar door. Dingen doen zich voor, overal en eindeloos, waardoor ons hele bestaan iets kwikzilverigs en onvoorspelbaars houdt."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

"Als ik vloekend over straat ga, ben ik natuurlijk niet goed bij mijn hoofd. Waarom zou ik dat doen? Natuurlijk houd ik rekening met andere mensen, daar heb ik toch geen gebod voor nodig? Ja ja, ik weet wel dat je die geboden nu als een kapstok voor het gesprek gebruikt, maar er trilt toch altijd iets van het onbewezen gelijk van het christendom in door. Ergerniswekkend! Je mag mij alles vragen, maar ik hoop wel dat je duidelijk maakt dat ik de lui die dit allemaal een keer bij elkaar hebben bedacht - nee, zich al die vanzelfsprekende dingen hebben toegeëigend - niet helemaal ernstig kan nemen. Gij zult niet dit, gij zult niet dat... wat een waanzin! Maar goed, ga door."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

"Of ik mij met contemplatie bezighoud? Mijn beste man, wat doe ik nou voor werk? Ik bezorg toch niet ergens pizza's of zo? De kiesheid gebiedt mij om op die vraag antwoord te geven. Ik wil je wel vertellen dat ik - vanwege de lichtval en de eenvoud - graag in kloosters kom, maar langer dan drie kwartier hoef ik op zo'n plek niet te blijven. Misschien is het juist daarom zo leuk; omdat je weet dat je er ook weer weg mag. Wat een zegen, zeg! Iets kan toch ook mooi zijn zónder dat je er lang bij in de buurt bent? Als ik in een museum een schilderij zie, hoef ik daar ook de rest van mijn leven niet voor te blijven staan."

V Eer uw vader en uw moeder

"Hoe het nu is weet ik niet, maar in mijn jeugd kwam het veel voor dat ouders hun kinderen de pas afsneden omdat ze vonden dat zij net zo moesten zijn als zij. Dat was in mijn geval niet zo. Mijn ouders maakten juist dingen mogelijk. Mijn vader nam ons in 1946 mee naar Zandvoort - waar 'Waar was je nou?' zich afspeelt - en naar de Waddeneilanden waar ik een jeugdliefde kende die vaak in mijn boeken voorkomt.

Mijn vader was sportief. Hij deed alle sporten die er te verzinnen zijn: waterpolo, voetbal, biljarten, noem maar op. In de oorlog nam hij films mee die je toen nog wel in de kantines van sportverenigingen, maar niet meer in de bioscoop kon zien. Fred Astaire, bijvoorbeeld, maar ook veel van Laurel & Hardy.

Dat zijn twee dingen die een grote rol speelden in ons gezin: humor en film. Mijn moeder was een ontzettend grappige vrouw, mijn vader was iets ernstiger. Zij komt in veel van mijn romans voor, maar dat komt ook doordat ze langer heeft geleefd. Mijn vader is 76 geworden, mijn moeder werd geboren in 1902 en stierf in 2001. Bijna een eeuw.

Ook in 'Niet verder vertellen' komt mijn moeder terug. De aanleiding is dit fotoalbum hier: van rood fluweel met een smeedijzeren sluiting. Het zit vol portretten uit het begin van de vorige eeuw. Van mijn overgrootvader, mijn moeder en andere passanten uit die tijd. Ik ben met die foto's naar Turijn gereisd om het licht en de ruimte te zien waarin Di Chirico en Giacometti werkten en laat in die omgeving de mensen van vroeger, en dus ook mijn moeder, weer tot leven komen.

Dat is iets wat fotografie doet: tot leven wekken. De meeste herinneringen aan mijn moeder die ik in romans verwerk zijn authentiek, maar ik laat haar ook wel eens iets nieuws beleven. Leuke dingen, natuurlijk, want ik mocht haar graag.

Ze is hier gestorven. Daar achter jou, om precies te zijn, stond haar bed. Ze was erg ziek, een zware vorm van kanker, en we wisten dat het niet lang meer zou duren. Wat ik mij van die laatste dagen vooral herinner is dat ik samen met haar naar een niet onaardige BBC-serie over jazzmuziek keek.

Mijn moeder en ik bij het televisietoestel, swingend op de muziek van Teddy Wilson. Die zal het wel geweest zijn. Teddy Wilson met 'After you've gone', of zo. Ja, het spreekt vanzelf dat haar dood mij emotioneerde, maar die algemene woorden probeer ik nu juist te vermijden!

Ik wil je gewoon een oorspronkelijker beeld geven. Hier, heb je er nog één: ik heb een tijd in Barcelona gewoond en mijn moeder kwam mij daar vaak opzoeken. We hielden ervan om samen door de stad te dwalen en als er ergens een opening was - geroezemoes, mensen die naar binnen gingen - dan liepen wij erachteraan. Dat heb ik van haar: overal een beetje instappen en kijken wat er gebeurt."

VI Gij zult niet doodslaan

"Als ik word bedreigd, als ik iets moet redden of bewaken, zou ik zeker kunnen doden. Ik weet hoe het moet. Wat denk je anders dat je leert in militaire dienst? Ik zou met een pistool en met een karabijn kunnen schieten. En met een terugstootloze vuurmond (een kanon waarmee tanks kunnen worden uitgeschakeld, AV)... die komt nog in een gedicht van mij voor, in een beeld dat gaat over het voor richten: je moet niet schieten als de tank recht voor je loop komt, want dan ben je te laat. O, en haal ook op tijd je hand weg, want er komt een steekvlammetje van wel vijftig meter uit zo'n ding.

Ik ben geen pacifist. Pacifisme is mij te halfzacht. Bovendien, ik ben van 1936. Na de bevrijding gingen de buurjongens die een jaar of tien ouder waren naar Indonesië, daarna kreeg je Korea en toen ik zelf in dienst ging was er de Suez-crisis en de Hongaarse opstand - ik ben dus in een sfeer van altijd oorlog opgegroeid. Hiroshima heeft in dat verband de meeste indruk op mij gemaakt. Toen ik hoorde dat er een atoombom was gegooid, dacht ik: dat kan zomaar weer gebeuren. Dat denk ik eigenlijk nog steeds. Je moet op aanvallen voorbereid zijn, je moet je verdedigen. Als we toen niets hadden gedaan, zat Duitsland hier nu nog."

VII Gij zult niet echtbreken

"Als je ziet hoe er in de wereldliteratuur, op schilderijen en in films vorm wordt gegeven aan alle mislukkingen, maar ook aan opperste vreugdes die aan dit onderwerp kleven, dan begrijp je dat zo'n armzalig regeltje als 'gij zult niet echtbreken' niet alleen bespottelijk maar zelfs verachtelijk klinkt. Het zit allemaal véél gecompliceerder in elkaar; er is een web waar je half in zit, dan weer uitkomt, soms vergis je je, soms niet... het heeft helemaal geen zin om je daar in algemeenheden over uit te laten. Of ik een trouw man ben? Daar ga ik ook niets over zeggen! Lees mijn boeken. Of nee, ik heb een beter antwoord: er kan je van alles overkomen. Wie zich daarvoor afsluit- wie zich afwendt van allerlei indrukken die er zijn, en dan heb ik het niet alleen over zaken die met echtbreuk te maken hebben - mist grote delen van het bestaan."

VIII Gij zult niet stelen

"Als kind heb ik, samen met een paar vriendjes, wel eens iets uit een chocoladewinkel gestolen. Verder niks, nee. Had je andere berichten gehoord?"

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

"Dat is maar zwaar de vraag. Het hangt er helemaal van af in welk verhaal je verzeild bent geraakt. Even denken... misschien heb ik een goed voorbeeld voor je... ja! Er kwam eens iemand hier naar boven die ergens heel verdrietig om was. Ik dacht: ik moet het ongeluk wat verzwaren. Ik belde een handlanger die de fiets van mijn bezoeker stiekem weghaalde, ging op het balkon staan en zei: 'Volgens mij is je fiets óók nog gejat!'

Door deze nieuwe tegenslag verkruimelde voor een groot gedeelte het andere verdriet. En met het terugvinden van de fiets - die gewoon om de hoek was neergezet - leefde mijn bezoeker vervolgens weer helemaal op. Wat een meevaller! Zo kun je, als je het een beetje slim aanpakt, overal een oplossing voor vinden.

Nu schiet mij ineens te binnen dat Eelke de Jong ooit voor de Haagsche Post een rubriek wilde beginnen onder de titel: 'Hoe had u zich hieruit gered?' Dat lijkt wel een beetje op wat wij nu doen, toch?"

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Als je niet af en toe jaloers zou zijn, kun je er ook niet over schrijven. Je moet de dingen toch enigszins hebben onderzocht om er vorm aan te kunnen geven, maar als je mij nu om een voorbeeld gaat vragen wordt het een nietszeggende anekdote en daar pas ik voor. Lees mijn werk maar, dan kom je hier en daar wel wat tegen.

Nee, ik ben ook niet competitief. Het is mij goed gegaan, wat zou ik nou te klagen hebben? Ik ben niet zo'n klager. Ik zou niet weten wat ik nog voor mezelf moest wensen. Dat ik mooie dingen mag blijven maken. Dat er niet te veel mensen dood gaan. Over 'Gij zult niet doden' gesproken! God liet al de leuke mensen die ik ken doodgaan. Kan Hij daar niet gewoon eens een keer mee ophouden?

Ik ben zelf in het afgelopen jaar behoorlijk ziek geweest, misschien dat toen de mogelijkheid dat ik ook zou sterven even in mijn gedachten is opgekomen. Niet al te lang. In feite ben ik veel te oppervlakkig om over die zogenaamde levensvragen na te denken. Ik zou haast zeggen: ik heb wel iets anders aan mijn hoofd. En nu stoppen we ermee hoor. Het ligt niet aan jou, maar ik begin zo langzamerhand een enorme hekel aan die tien geboden te krijgen.

Al moet je dat misschien niet te nadrukkelijk in dit verhaal opnemen; anders lijkt het wel alsof ik mij iets van die godsdienst zou aantrekken en dat is niet zo. Gebruik dat beeld van die gele KVP-vlaggetjes maar, en dat van de kerkklokken die 'Kom nou, kom nou' riepen. O, en het is ook wel aardig om te melden dat er in de Chassékerk, die voor 1,2 miljoen werd verkocht, momenteel een dansschool zit. Dat vat het wel zo'n beetje samen. Zo. Wil je nu een een biertje, een wijntje of zoiets?"

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden