'Justitie brengt asielzoekers in levensgevaar'

Van onze verslaggevers ZOETERMEER - Ambtenaren van Justitie beoordelen Somalische asielzoekers niet op hun vluchtverhaal, ze kijken vooral naar de clan-afkomst. Maar bij uitzettingen ligt het ineens andersom: dan wordt géén rekening gehouden met de clan-afkomst. Daardoor kunnen uitgewezen Somaliërs in levensgevaarlijke situaties terechtkomen.

Dat zegt de uit Somalië afkomstige Jibril, sinds elf jaar woonachtig in Nederland en de laatste 2,5 jaar werkzaam als tolk Somalisch-Nederlands. Zijn verhaal wordt ondersteund door een uitspraak die de Rechtseenheidskamer in Den Haag vorige week deed.

Jibril kwam een maand geleden in botsing met Justitie, omdat hij weigerde te tolken bij een poging tot uitzetting van 19 Somaliërs naar de Noord-Somalische stad Hargeisa. Jibril stapte op, omdat hij vreesde voor het leven van enkelen van hen. Uiteindelijk strandde de hele uitzettingsoperatie door tegenwerking van de autoriteiten in Djibouti, vanwaar de groep per chartervliegtuig verder zou worden vervoerd naar Hargeisa.

Jibril: “Toen ik aankwam op Schiphol, waren daar 24 Somaliërs die zouden worden uitgewezen. We zouden met een fors aantal marechaussees en twee tolken, onder wie ikzelf, naar Djibouti vliegen. De marechaussee was gevoelig voor mijn pleidooi, om de handboeien ongebruikt te laten. 'Als u ze kalm weet te houden, hoeven wij geen geweld te gebruiken', zeiden ze.”

Jibril trachtte de Somaliërs zo veel mogelijk te kalmeren door hen te beloven, dat hij hun achtergebleven familie zou waarschuwen (bellen mochten ze zelf niet), en door een praatje met ze aan te knopen. “Ik zag al snel dat de meesten niet behoorden tot de Issaq, de clan die Noord-Somalië beheerst. Ik kom uit Hargeisa. Ik pik Issaqs er zó uit. Ik herken hun accent, uiterlijk en namen.”

“Van de hele groep waren er maar twee Issaq. De overigen waren geen Issaqs. Enkelen behoorden zelfs tot clans die water en vuur zijn met de Issaqs: zes of zeven Gadabursi, vier Hawiyes. Anderen kwamen uit gebieden die honderden kilometers van Hargeisa liggen”, vertelt Jibril.

“Maar wat werkelijk aan me vrat, was de aanwezigheid van een doodsbang, zeer knap meisje van een jaar of 16, 17 met een prachtig blanke huid. Ze behoorde tot de Reer-Hamer, een kleine clan die de oorspronkelijke bewoners van Mogadisjoe vormen. Ik kon voor 100 procent garanderen, dat dat meisje verkracht zou worden, en waarschijnlijk niet eens ongeschonden Hargeisa zou halen. De vliegtuigen die van Djibouti op Hargeisa vliegen behoren tot twijfelachtige chartermaatschappijen die qat vervoeren. De piloten verkeren vaak zelf onder invloed. Als zij haar niet hadden misbruikt en verkocht, was dat wel in Hargeisa gebeurd.”

Jibril probeerde de Nederlandse ambtenaren te overreden in ieder geval het meisje achter te laten. “Ze stuurden me naar het kastje naar de muur, en wezen elkaar aan als verantwoordelijken. Eén knaap suggereerde steeds, dat ik voor het meisje in de bres sprong, omdat het zeker mijn zuster was. Ze zeiden dat ik mijn kop moest houden. Als er mensen in problemen zouden komen, was het hun eigen schuld: dan hadden ze maar niet naar Nederland moeten komen. Toen ben ik opgestapt. Ook de andere tolk weigerde mee te gaan.”

Het toestel zou vertrekken zonder de vier Hawiyes en het Reer-Hamer-meisje. De overigen kwamen, via Djibouti en uiteindelijk Bangladesh, weer terug naar Nederland. Justitie houdt nog achttien van hen vast.

- Vervolg op pagina 3

'Clan belangrijker dan iemands vluchtverhaal' VERVOLG VAN PAGINA 1

Jibril: “Ik ben niet a priori tegen het uitzetten van Somalische asielzoekers. Ik kan me voorstellen dat je, door heel consciëntieus te werk te gaan, bepaalde groepen Somaliërs terugstuurt naar voor hen veilige plekken, liefst in het kader van een ontwikkelingsprogramma.”

“Maar het ambtsbericht van buitenlandse zaken waarop nu het beleid is gebaseerd, is veel te onzorgvuldig. Bovendien: Justitie houdt zich niet aan de eigen richtlijnen. Ze sturen mensen naar voor hen volstrekt onveilige gebieden.”

Hij sluit zich aan bij de kritiek op de notitie over 'veilige clan-gebieden': grote spanningen doen zich inmiddels ook voor op het niveau van sub-clans. De Somalische 'leiders' waarmee Nederland afspraken heeft gemaakt over terugkeer, zijn vaak misdadigers of mensen wier gezag zeer omstreden is.

Jibril wijt de onverkwikkelijkheden rond de Somalische asielzoekers aan een combinatie van onwetendheid over dergelijke subtiliteiten bij Justitie en marechaussee, en de druk om asielzoekers uit te wijzen. Jibril: “De meeste ambtenaren die het verhaal van een asielzoeker aanhoren, zijn oké en doen hun best. Maar ze staan onder grote druk, nu Justitie bezig is met een inhaaloperatie. Ze moeten produceren, produceren.”

Bovendien, aldus Jibril, moet de ambtenaar zich geheel verlaten op informatie die hij van Buitenlandse zaken krijgt. Jibril: “Dat gaat dan zo. Een Somaliër zegt dat hij van de Darod-clan is. 'Oh, roept de ambtenaar dan, in dat geval houden we het kort. Want we hebben net een briefing gekregen, dat de Darods terug moeten'. Zo'n nader gehoor duurt hoogstens drie kwartier. Alsof een Darod geen slachtoffer kan zijn van een clan-strijd, verkrachting en onderdrukking. Ze beoordelen niet meer iemands vluchtverhaal, maar iemands clan.”

Juist vorige week heeft de hoogste vreemdelingenrechter in Nederland, de Rechtseenheidskamer in Den Haag, Justitie over deze handelwijze op haar vingers getikt. Een ambtenaar had het asielverzoek van een lid van de Darod-clan afgewezen. Maar volgens rechter heeft de ambtenaar geen oog gehad voor het persoonlijk relaas van de Somaliër, die langdurig gevangen zat en gemarteld is. “De beslissing is niet deugdelijk gemotiveerd”, aldus de rechter, die het beroep van de Somaliër gegrond verklaarde.

Soms gebeurt het dat Somaliërs uit angst een andere clan-afkomst noemen. Dan zeggen ze bijvoorbeeld dat ze tot de Hawiye-clan behoren en uit Mogadishu komen. Jibril: “Voor die mensen trekt de ambtenaar rustig twee uur uit.” Hij vindt dat geen goede zaak: “Het werkt slecht naar beide kanten, de asielzoeker en Justitie.”

Jibril: “Ik heb het vaak meegemaakt dat vragenlijsten, vooral door de marechaussee, worden afgeraffeld. 'Volgende leugenaar', roepen ze na het gehoor. Ik heb het meegemaakt, dat een marechaussee een meisje van een jaar of 15 uitvloekte, en op de tafel sloeg: 'Godverdomme! Je liegt! Je gaat terug!' Ik heb toen geweigerd verder te tolken en een klacht ingediend. Met als resultaat, dat ìk een reprimande kreeg, omdat ik problemen maakte.”

Volgens Jibril komt het steeds vaker voor dat uitzendkrachten zonder enige basiskennis van het land worden ingehuurd om asielzoekers te interviewen. “Laatst nog in het aanmeldcentrum Schiphol. Iemand riep: 'Mogadishu, waar ligt dat eigenlijk? En wie is Aidid?' Dan moet ik uitleggen dat we het hebben over de hoofdstad van Somalië en een warlord. Tolken kunnen zo een geweldige invloed op de interviews hebben.”

Justitie kampt al langer met een tolkenprobleem: de kwaliteit laat vaak te wensen over. Bij Somalische tolken is dat niet anders. Jibril: “Er zijn best een paar goede, maar meer dan de helft van de Somalische tolken heeft een lage opleiding, beheerst de Nederlandse taal niet goed en heeft geen benul van de regels.”

“Daarbij moet je bedenken dat Somaliërs uit een cultuur komen, waarin je eerste zorg is, dat je je baas behaagt. Ik ken een Somalische tolk die kinderen van asielzoekers apart nam, en voor het interview uitprobeerde of ze Arabisch spraken. Zo ja, dan vertelde ze de ambtenaar, dat ze uit een Arabisch land kwamen, en dus geen recht op asiel hadden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden