Jury thrillerwedstrijd: Het spat van de pagina’s bloed

Internetdaten is riskant, zo bleek uit de dikke stapel thrillerverhalen die u Trouw stuurde. Net als het beroep van manager: moord op de baas was één van uw favoriete onderwerpen.

Pistolen zagen we nauwelijks, maar messen des te meer: het bloed spatte van de pagina’s die de jury de afgelopen weken las. 274 schrijvers deden mee aan de Trouw-thrillerwedstrijd en bijna allemaal verzonnen zij een moord.

Die viel ons soms rauw op ons dak: hadden we nog maar net kennisgemaakt met de vriendelijke, ietwat mollige en strafbladvrije Sandra, of hoppa, daar ramt zij al een mes in de buik van haar man.

Schrijf de eerste pagina van uw eigen thriller, zo luidde de opdracht, en die was eigenlijk hondsmoeilijk. Want zo’n eerste pagina kun je pas schrijven als er al een heel boek in je hoofd zit. Sommige schrijvers proberen die complete thriller in duizend woorden te vatten: ze presenteren een moordenaar, wapen, slachtoffer, motief en ontknoping. Uit hun verhalen spreekt ambitie, maar ze zijn niet altijd spannend.

Meer genoten wij van schrijvers die de tijd nemen voor hun hoofdpersoon, die hun held of (vaker) heldin rustig introduceren. Zijn we eenmaal vertrouwd met Sandra’s vreetbuien, haar Ikea-interieur, haar parttime baan op een call center en haar trouweloze echtgenoot, dan kunnen we ons beter voorstellen dat ze grijpt naar een mes.

Net als in de succesthrillers van Saskia Noort en Esther Verhoef draaien de 274 verhalen vaak om een heel gewone vrouw. Die beschrijft u bijvoorbeeld zo: ,,Ze had vandaag geen zin in Sonja Bakker en besloot een sas-dag te houden.’’ Of zo: ,,Ze was halverwege de dertig. De jaren lieten sporen na in meerdere lichaamsdelen waar sap en elastiek uit begonnen te verdwijnen.’’

Deze tevergeefs sonjabakkerende vrouw (die overigens ook wel eens Nordic walkt) is even vaak dader als slachtoffer. Haar tegenspeler is doorgaans een ongeïnteresseerde, alsmaar overwerkende man, die zelden meer met haar wil vrijen, en sowieso alleen met het licht uit. Of een ex, een minnaar, soms een moeder, broer of zus.

Twee typen personages zijn opvallend aanwezig: de ’date’, de man die op de datingsite zo charmant en betrouwbaar leek maar in het echt een griezel blijkt. En de manager, de zelfingenomen rotzak (m/v) die zijn werknemers zo treitert dat hij moord bijna uitlokt. In ’Overspannen door de baas’ van Sandra Knol legt de moordenares uit waarom ze haar baas wel móest vermoorden: „Mijn baan opzeggen kon niet, want ik zou bij een ander bedrijf nooit dezelfde arbeidsvoorwaarden weer krijgen. Mooie uren, een leuk salaris. (*) Ik had gewoon geen keus gehad!’’

Het kwaad komt dus van heel dichtbij in de meeste verhalen. Het verre kwaad uit de krant – de criminele afrekeningen, de drugshandel, de terroristische aanslagen – drong in uw thrilleruniversum nauwelijks door.

Dat geldt ook voor actuele kwesties: we lazen slechts één adoptie- annex kinderroofthriller, één dopingverhaal en opvallend genoeg ook maar één verhaal dat geïnspireerd was op de zaak van het vermiste Britse meisje Madeleine McCann.

Favoriete moordlocaties zijn de huiskamer en de keuken, anonieme hotelkamers en duinhuisjes op de Waddeneilanden. Andere plaatsen van delict zijn onder meer een zwarte Volkswagenbus, een meditatiekamer, een fitnessschool, een klaslokaal en diverse Franse campings. De origineelste moordwapens blijken dieren: bijen, spinnen, een kat met arsenicumnagels.

Uit zoveel bloedige, eigenzinnige, soms spannende en altijd met zorg geschreven thrillerpagina’s was het moeilijk kiezen. Na verhitte debatten moest de jury zelfs overgegaan tot een PvdA-achtige stemmentelling, om de uiteindelijke winnaars te bepalen.

Maar voordat we die lof toezwaaien, willen we enkele inzenders eervol vermelden. Om te beginnen Michiel Pot (‘Hades’), die de allerbeste beginzin bedacht: ,,Hij was al acht jaar dood toen hij me belde.’’ Ten tweede mevrouw Joustra-Lamsvelt, die met haar mooie, in de hemel gesitueerde verhaal het volgende briefje meestuurde: ,,Als 88-jarige kan ik niet met Internet overweg. Ik stuur u dus per post het verhaal, waar ik al bijna 50 jaar mee geworsteld heb. Een wat laat debuut!’’ We hopen dat zij blijft schrijven. En tot slot S. Timmer (‘Diner voor twee’), Hein Voorwinde (‘Dubbelklik’) en J.K. (‘Eeuwig zonde’): zij vielen nét buiten de prijzen.

Heel spannend vinden we ’In het ongewisse’ van Rosa Steen, die onder meer inspeelt op een oerangst: die van ouders om hun kinderen te verliezen. We zijn erg benieuwd hoe haar verhaal afloopt. Ze krijgt de derde prijs. Een extra derde prijs stelden we in voor Marlies Slegers, die in haar verhaal ’Tatoeage’ een eigentijdse heldin presenteert, en ons vanaf regel één meesleept het bange, koude water in. Zij ontvangen binnenkort een spannend-boekenpakket.

Een tweede prijs - een online Trouw- schrijfcursus - gaat naar Lili de Ridder, die vorig jaar al de vakantieverhalenwedstrijd won en de jury met ’Terschellinger honing’ wéér bekoorde. Vooral vanwege haar stijl en goedgekozen beelden: we zien broer en zus met hun waggelende pinguïngang zo voor ons.

En dan de hoofdprijs: een (vrijblijvend) gesprek met een uitgeefster van Anthos, het uitgeefhuis van o.a. Nicci French en Saskia Noort. Ragna Boerma kan binnenkort een uitnodiging verwachten, vanwege haar verhaal ’Morgenstond’. Dat is eigentijds, vlot, technisch knap en het heeft een heel verrassende ontknoping. Wij zijn benieuwd of er ooit een hele thriller van Ragna Boerma verschijnt.

Alle andere auteurs willen we bedanken voor hun moordzuchtige fantasieën, hun research op Franse campings en de onrustige nachten die zij ons bezorgden. Hun verhalen vindt u op www.trouw.nl/schrijf!

De jury bestond uit: Anniek van den Brand, Iris Pronk en Gertie Schouten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden