Review

Jury in ’s-Hertogenbosch kiest voor veelzijdige Engelse tenor

Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch op 24/9 in Theater aan de Parade, Den Bosch mmv Het Brabants Orkest olv Daniele Callegari en pianisten Dido Keuning, Hans Eijsackers en Nicole Winter.

Naar wat voor soort zanger is een jury van een zangconcours op zoek? Dat is een vraag die je moet stellen tijdens het luisteren naar een zangwedstrijd en het vraagteken achter die vraag wordt meestal alleen maar pregnanter en groter bij het aanhoren van de uitslag. Dat was niet anders zondagavond tijdens de finale van het 46ste Internationaal Vocalisten Concours ’s-Hertogenbosch, waar niet de favorieten van publiek, pers en de aanwezige prominenten wonnen, maar waar de Engelse tenor Joshua Ellicot (31, Groot-Brittannië) verrassend met de eerste prijs (10.000 euro) aan de haal ging.

Ellicot won ook nog de Arleen Augér Prijs voor allround vakmanschap (4.500 euro) en de Opera Zuid Engagement Prijs (een contract voor een solorol bij Opera Zuid). De tenor deelde verder de Heijmans Prijs van het Nederlandse Lied (2.750 euro) met de sopraan Marret Winger (28, Duitsland) voor hun vertolking van ’Musicians wrestle everywhere’, het prachtige, speciaal voor het concours gecomponeerde lied van Robin de Raaff.

De jury van dit jaar werd gevormd door Roberta Alexander (sopraan), Charlotte Margiono (sopraan), Robert Holl (bas), Rudolf Jansen (pianist), Kenneth Montgomery (dirigent), Meinard Kraak (zangcoach) en Peter de Caluwe (voormalig casting-director De Nederlandse Opera). Zij zijn naar alle waarschijnlijkheid op zoek gegaan naar de meest veelzijdige zanger en kwamen uit bij Ellicot. Niet verwonderlijk. Ellicot presenteerde zich soepel en makkelijk zingend met aria’s uit Mozarts ’Così fan tutte’ en Stravinsky’s ’The Rake’s Progress’ en met een schitterend gebracht ’Nacht und Trüume’ van Schubert. Zijn exuberante weergave van De Raaffs lied was zelfs een openbaring.

Toch koos het publiek voor Kinga Dobay (31, Duitsland), waarschijnlijk vanwege de meeslepende, maar verre van gave, vertolking van de aria ’Non più mesta’ uit Rossini’s ’La Cenerentola’. Dobay werd door de jury met een tweede prijs beloond (5.000 euro). De derde prijs (2.500 euro) was voor tenor Robin Tritschler (29, Ierland), die ook favoriet was bij de jongerenjury en de Margie Weideman Prijs voor het Lied (5.000 euro) in de wacht sleepte. Hanneke de Wit (29, Nederland) won de Caroline Kaart Prijs (2.750 euro) voor beste Nederlander. Sopraan Celine Byrne (29, Ierland) won de persprijs (3.500 euro), terwijl sopranen Olesya Golovneva (26, Rusland) en Hye Won Nam (30, Korea) als enigen van de acht finalisten met lege handen achterbleven.

Met deze veelheid aan prijzen devalueert het IVC zich. Niet alleen neemt de prijsuitreiking veel te lang in beslag (luisteraars naar Radio 4 moesten de apotheose bijna missen), maar alle glans wordt zo van de grote winnaar weggenomen; een volgorde van nummers één tot en met drie zou veel wenselijker zijn, eventueel aangevuld met een speciale liedprijs. Het niveau van de finale was goed met een paar echte uitschieters. Vooral de twee Ierse zangers maakten behoorlijk indruk. Celine Byrne’s natuurlijke en ronde stem plooide zich magnifiek rondom de grote aria uit ’La Wally’ van Catalani – een stem om met gemak een hele avond naar te luisteren. Robin Tritschler was de meest bijzondere zanger van de avond. Zijn bijdragen ademden de kwaliteit van een verloren gegane zangcultuur waarin voor goedkope effecten absoluut geen plaats is. Een zanger om meteen verliefd op te worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden