Juridische strijd voorbij; maar niet de discussie

Tot hier en niet verder, sprak de Hoge Raad: de euthanasiewet is uitsluitend bedoeld voor mensen die echt ziek zijn, en niet 'slechts' levensmoe. Eindelijk duidelijkheid, al zal de praktijk weerbarstig blijven.

AMSTERDAM - Wie oud is en der dagen zat, wie -in de woorden van oud-PvdA-senator Brongersma- meent 'door de dood vergeten te zijn', kan niet bij zijn arts terecht voor stervenshulp. De Hoge Raad had dinsdag het laatste woord in een discussie die twee jaar lang werd gevoerd.

Centraal stond steeds de vraag wat nu het begrip 'ondraaglijk en uitzichtloos lijden' precies behelst, een van de cruciale begrippen in de Nederlandse euthanasiewet. In het debat hierover is het lijden steeds strikt gekoppeld aan een 'echte' -lichamelijke of psychiatrische- ziekte. Tot de zaak-Brongersma.

De Haarlemse huisarts P. Sutorius, die Brongersma in 1998 hielp te sterven, hanteerde een ruimere interpretatie. Brongersma had een rijk gevuld leven gehad, met een intellectuele vriendenkring en een geslaagde maatschappelijke carrière. Maar zijn laatste jaren sleet hij in ledigheid. De lichamelijke aftakeling had ingezet, bijna iedereen om hem heen was overleden. Huisarts Sutorius voerde lange gesprekken met Brongersma, hij haalde er een tweede huisarts en een psychiater bij voor advies, en gaf Brongersma uiteindelijk het gevraagde dodelijke drankje.

De rechtbank in Haarlem liet hem in 2000 vrijuit gaan. Het Hof in Amsterdam daarentegen verklaarde de huisarts schuldig -weliswaar zonder strafoplegging- aan hulp bij zelfdoding. De Hoge Raad is het daarmee eens. ,,Terecht'', vindt de Rotterdamse hoogleraar gezondheidsrecht J. Legemaate. ,,De Hoge Raad stelt rechttoe rechtaan: levensmoeheid valt buiten onze euthanasiewet. Voor mij is dit de enige logische interpretatie van die wet.''

Ook de hoogleraar psychiatrie F. Koerselman toont zich verheugd over de uitspraak van de Hoge Raad. ,,Eindelijk is eens een duidelijke grens getrokken.''

Op papier lijken de grenzen van de euthanasiewet nu duidelijk te zijn getrokken. Maar, waarschuwen Legemaate en Koerselman alvast, de praktijk van de spreekkamer is niet altijd in wetsteksten en arresten te vangen. Legemaate: ,,Of er wel of niet een lichamelijke of psychiatrische aandoening in het geding is, valt niet altijd zo eenduidig vast te stellen.'' En zelfs áls een ziekte duidelijk is vastgesteld, blijft de mate van lijden moeilijk objectief vast te stellen, vult Koerselman aan.

Ook over de 'levensmoeheid' van Brongersma blijken de meningen na twee jaar discussie nog altijd uiteen te lopen. Volgens voorzitter R. Jonquière van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie (NVVE) was er wel wat meer aan de hand. ,,Brongersma leed onder zijn sociale isolatie en fysieke problemen. Dat levensmoeheid noemen, is een onderschatting van zijn situatie.''

De NVVE blijft streven naar een 'pil van Drion' voor mensen die levensmoe zijn. Volgens Jonquière staat deze zelfdodingspil los van de euthanasiewet, die uitsluitend stervenshulp door een arts regelt volgens strikte criteria. ,,Wat mij betreft viel Brongersma onder deze criteria. Maar als dat niet zo is, dan was hij de eerste kandidaat voor de pil van Drion geweest.''

Voor huisarts Sutorius is de juridische strijd nu voorbij. Zo niet de discussie over euthanasie voor mensen die 'klaar zijn met leven'. ,,Het zijn verschillende discussies'', verklaart jurist Legemaate. ,,De Hoge Raad zegt uitsluitend: binnen de huidige criteria van de wet mag een arts iemand als Brongersma niet helpen sterven. Als we dat toch willen, dan moeten we de wet veranderen.'' Het debat daarover, voorspelt Legemaate, laat zich niet tegenhouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden