Juridische discussie over deportatie Palestijnen

De auteur is directeur van CIDI.

Moest zij, ondanks het toenemende aantal slachtoffers dat Hamas onder Israeliers en gematigde Palestijnen aan het maken was, met de armen over elkaar blijven zitten en niets doen? Daarmee liep de regering het risico dat het geweld in de bezette gebieden in chaos zou ontaarden. De verhoudingen tussen Israeliers en Palestijnen waren door het uitblijven van tastbare resultaten bij het Midden-Oosten vredesoverleg toch al verslechterd. Hamas, dat de vernietiging van Israel door de jihad (heilige oorlog) als doelstelling heeft, had er alle belang bij het vuur tussen Israeliers en Palestijnen verder aan te wakkeren.

Terecht koos Rabin ervoor deze gevaarlijke moslim-fundamentalisten geen vrij spel te geven. Maar het middel dat hij hanteerde, het voor twee jaar naar Libanon verbannen van 415 activisten van Hamas en de islamitische Jihad, is ongeschikt en heeft zijn regering gezichtsverlies opgeleverd.

De premier baseerde zijn besluit op artikel 112 van de Veiligheidsbepalingen, die in 1945 door het Engelse bestuur over het toenmalige mandaatgebied Palestina werden ingesteld en voor de Westelijke Jordaanoever en Gazastrook nimmer zijn ingetrokken. Ook niet door Jordanie en Egypte, die van 1948 tot 1967 beide gebieden bestuurden. Het artikel luidt: "De Hoge Commissaris heeft de mogelijkheid een bevel uit te vaardigen, dat iemand verplicht Palestina te verlaten . . . Een persoon tegen wie zo'n bevel is gepubliceerd dient zolang het bevel van kracht is uit Palestina weg te blijven."

In een voorlopig arrest bekrachtigde het Israelische Hooggerechtshof (met een stemverhouding van 5 tegen 2) de uitwijzing. Wel eiste het Hof dat voor elke balling afzonderlijk binnen 30 dagen moet worden aangetoond wat de reden voor zijn uitwijzing was. Gebeurt dit niet, of gelukt dit niet, dan moet de balling kunnen terugkomen en was de uitwijzing ontwettig. Een verzoek van het Knessetlid Deraushe om de 415 Palestijnen meteen te laten terugkeren, nu gebleken is dat ze in Libanon niet welkom zijn, werd dinsdag door het Hof afgewezen.

Vrijwel de gehele internationale gemeenschap en verschillende Israelische juristen, onder wie enkele (oud-)leden van het Hooggerechtshof zoals Chaim Cohn, zeggen dat de strafmaatregel onrechtmatig is. Zij baseren zich daarbij op artikel 49 van de Vierde Geneefse Conventie uit 1949: "Individuele of massale gedwongen verplaatsingen, alsmede deportaties van beschermde personen in bezet gebied naar het gebied van de bezettende mogendheid of dat van een ander land, al dan niet bezet, is ongeacht het motief verboden."

Maar volgens de opeenvolgende Israelische regeringen en tot dusver ook een meerderheid van het Hooggerechtshof heeft dit onderdeel van de Geneefse Conventie geen betrekking op de huidige omstandigheden in de bezette gebieden. In een arrest uit 1987 zegt de president van het Israelische Hof, Meir Shamgar: "In de ogen van de samenstellers van de Geneefse Conventie ging het om massadeportaties gericht op de uitroeiing, om bevolkingsverplaatsingen wegens politieke of etnische redenen, of om verplaatsingen voor gedwongen arbeid." Het verbannen van personen omdat ze de veiligheid van Israel in gevaar brengen zou volgens Shamgar, die ook de zaak van de 415 uitgewezen Palestijnen voorzat, niet in een van deze drie catagorieen vallen. Het feit dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties de verbanningen door Israel steeds heeft veroordeeld doet evenwel afbreuk aan deze redenering.

Ongewoon

Uitspraken van de Raad spelen een belangrijke rol in het volkenrecht. Afgezien van de juridische problemen met verbanning, is het diplomatiek ongewoon dat Israel de regering van Libanon opzadelt met 415 extremistische Palestijnen. Het land heeft normaliter al heel wat te stellen met zijn eigen fundamentalistische Hezbollahstrijders. Nu Libanon de ballingen bovendien de toegang en hulp weigert, wekken zij in hun tentenkamp bij een deel van het tv-kijkende publiek ook nog gevoelens van sympathie op, hoewel ze dat niet verdienen.

Het was derhalve voor Israel verstandiger geweest de 415 Palestijnen in de gevangenis te zetten wegens het lidmaatschap van een verboden organisatie - sedert september 1989 is Hamas buiten de wet gesteld - en voor het in gevaar brengen van de veiligheid van de joodse staat. Dat is, mits hij met juridische garanties wordt omkleed, een alleszins redelijke maatregel. Ook andere democratische landen die op voet van oorlog met verboden organisaties staan, gaan hiertoe soms over. Een aantal Arabische staten hanteert deze maatregel al zodra er sprake is van enig oppositioneel geluid. Aan het vastzetten van de fundamentalistische Palestijnen zijn overigens risico's verbonden. De gevangenen kunnen uitgroeien tot martelaren en bovendien aanleiding geven tot gijzelingsacties. Elke Israelier kan daarvan, zoals vorige week met de door Hamas eerst gegijzelde en later vermoorde grenswachter is gebleken, slachtoffer worden. Voor de regering Rabin kan het reden geweest zijn deze optie af te wijzen.

Gezien de grote belangen die er voor de veiligheid van Israel en voor de voortgang van het vredesproces in het Midden-Oosten op het spel staan, is het hoe dan ook uitgesloten dat de uitgewezen leiders van Hamas en de islamitische Jihad binnenkort weer als vrije mensen de bezette gebieden onveilig kunnen maken.

In dit verband is het zinvol de uitspraak over hen van professor Amnon Rubinstein, jurist en minister in het kabinet van Rabin voor de linkse Meretspartij, te memoreren: "De fundamentalistische terroristen waarover we spreken zijn niet alleen tegen het vredesproces of de vredesbesprekingen. Ze verwerpen het fysieke bestaan van de joden, de Israeliers en het bestaan van de staat Israel. Geen regering zou dit tolereren, geen regering moet dit tolereren."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden