Review

Juraj Valcuha wordt vast een blijvertje bij Rotterdams orkest

Rotterdams Philharmonisch Orkest olv Juraj Valcuha mmv Stephen Kovacevich (piano) op 1/10 in De Doelen, Rotterdam. Herhalingen: vanavond 20.15 uur en zondag 14.15 uur.

Deze week had André Previn voor het Rotterdams Philharmonisch Orkest zullen staan. Op het allerlaatste moment moest hij wegens ziekte verstek laten gaan. Wonderwel lukte het de orkestleiding te elfder ure een vervangende dirigent te vinden die de vier concerten ongewijzigd kon overnemen. En hoe goed pakte dit uit! In plaats van een bejaarde meester debuteerde nu een jong talent: de 31-jarige Juraj Valcuha.

Feit was dat het hoorbaar en zichtbaar bijzonder goed klikte tussen Valcuha en de Rotterdammers. Dat is niet vreemd, want Valcuha komt uit hetzelfde nest als Valeri Gergjev: beiden studeerden bij de legendarische Ilja Moesin. Valcuha heeft een vergelijkbare technische perfectie en overtuigingskracht als Gergjev.

De vonk tussen dirigent, orkest en publiek sprong meteen al over in de zeer snel, maar desalniettemin uiterst gearticuleerd gespeelde ouverture ’Le Nozze di Figaro’ van Mozart. Valcuha liet het orkest helder en klassiek klinken, maar tegelijk met een behoorlijk volle toon. In Mozarts ’Praagse’ symfonie kreeg Valcuha de kans met zijn directe, stimulerende directie grotere, klassieke vormen gestalte te geven.

Een slag monumentaler is Beethovens Pianoconcert nr. 1. Solist was Stephen Kovacevich. Deze 66-jarige Amerikaanse pianomeester is een wereldberoemde Beethoven-specialist. Die faam maakte hij volledig waar. Zelden hoorde ik een pianist met zo’n grote, maar tegelijk warme toon spelen. Aan het begin van het eerste deel overstemde Kovacevich zelfs de orkestbegeleiding, een schoonheidsfoutje in de verder zo vruchtbare samenwerking met Valcuha, dat stellig in de volgende concerten zal worden hersteld. In het Largo openbaarde zich een soortgelijk probleem. Kovacevich speelde hierin overwegend heel intiem en fijnzinnige, bijna dromerig. Het antwoord van de houtblazers hierop klonk echter luid en daardoor te materieel. Voor de rest niets dan lof over solist en dirigent en de exactheid van hun samenspel. Kovacevich liet onnoemelijk veel aanslagnuances horen. In de cadensen gebruikte hij voor de zaalakoestiek iets te overdadig het rechter pedaal, maar imponerend was het resultaat absoluut.

Na de klassieke klanken kwamen orkest en dirigent totaal anders uit de verf in de suite uit ’Der Rosenkavalier’ van Richard Strauss. Valcuha bleek de extatische uitbarstingen, maar ook de geraffineerde Weense walsjes en orkestrale hoogstandjes virtuoos neer te kunnen zetten. Wat mij betreft had de ouverture wat decadenter en wulpser mogen klinken. Of de nuchter overkomende Valcuha die kleuren al op zijn palet heeft, bleef de vraag. Dat hij die als korte termijn invaller bij een nieuw orkest nog niet helemaal over het voetlicht kreeg, is echter allerminst een schande. Op grond van zijn prestaties wordt Juraj Valcuha vast een blijvertje in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden