Jupiter ging als een sloopkogel door het vroege zonnestelsel

Reis van grootste planeet naar de zon maakte leven op aarde mogelijk, weten astronomen nu

Jupiter was in zijn jonge jaren een vrijbuiter. De grootste planeet draait nu zijn rondes in een stabiele baan op grote afstand van de zon. Maar kort na het ontstaan van het zonnestelsel heeft Jupiter een reis richting zon ondernomen en daarbij een enorme ravage aangericht. Maar goed ook, beweren Amerikaanse astronomen: zonder het sloopwerk van Jupiter was de aarde nooit de leefbare planeet geworden die ze nu is.

Vanuit aards perspectief ziet het zonnestelsel er vanzelfsprekend uit. Lange tijd ging men er voetstoots van uit dat andere stelsels dezelfde aanblik zouden bieden.

Maar sinds de jaren negentig zijn er honderden planetenstelsels ontdekt en die zien er veelal anders uit. Compacter, met grote planeten die soms in een paar dagen rond hun ster draaien.

Neem Kepler-11, een stelsel met een ster als de zon. Terwijl de zon pas op een afstand van zestig miljoen kilometer zijn eerste planeet ziet - de kleine Mercurius twintig keer zo licht als de aarde - draaien er in Kepler-11 binnen een straal van veertig miljoen kilometer zeker vijf planeten om de ster met een gezamenlijke massa van meer dan dertig aardes. En Kepler-11 lijkt de norm in het heelal - het zonnestelsel met zijn lege binnenregio is een uitzondering op de regel.

Een paar jaar geleden opperden astronomen al dat de jonge Jupiter een reis had gemaakt naar de zon. Daar was een einde aan gekomen toen Saturnus ontstond, die andere grote planeet. Die twee waren in elkaars greep gekomen waardoor Jupiter was afgedreven naar zijn huidige positie. De astronomen verklaarden er onder andere mee waarom Mars zo klein was gebleven.

Greg Laughlin en Konstantin Batygin, twee astronomen van de universiteit van Santa Cruz, waren skeptisch. Zo'n theorie, die bestaat uit een aaneenschakeling van gebeurtenissen, was volgens hen zelden waar. Toen bedachten ze dat in het vroege zonnestelsel net als in Kepler-11 wel eens grote zogeheten superaardes konden hebben rondgecirkeld, dicht bij de zon. Ze bouwden een computersimulatie van zo'n stelsel en daaruit bleek dat de invasie van Jupiter een verwoestend effect had gehad, schrijven ze in het vakblad PNAS.

Diens enorme zwaartekracht zou de superaardes in hun baan hebben gestoord waardoor er een cascade van planetaire botsingen op gang kon komen. De brokstukken werden door de zonne-nevel afgeremd waarna de zon ze opslokte. De restanten die deze dans ontsprongen, klonterden later aaneen tot de huidige vier rotsplaneten - Mercurius, Venus, Aarde en Mars.

Het klinkt misschien onwaarschijnlijk, maar de astronomen verklaren met hun model allerlei afwijkende eigenschappen van het zonnestelsel. Zo is de grote leegte tussen zon en Mercurius niet vreemd meer: de brokstukken daar zijn allemaal in de zon verdwenen.

Bovendien hebben die rotsplaneten elders een dichte, vaak giftige atmosfeer. De aarde heeft haar open, levensvriendelijke dampkring wellicht te danken aan het bezoek van Jupiter die veel gassen heeft verdreven.

Zonder Jupiter was er dus geen leven mogelijk geweest, maar eigenlijk was Saturnus de reddende engel. Die trok Jupiter immers weer weg uit het centrum. Als hij daar was blijven hangen, hadden de brokstukken nooit tot een aarde kunnen samenklonteren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden