Junk doodslaan komt niet door cultuur

De Marokkaanse gemeenschap staat er weer gekleurd op, na een week vol incidenten met eigen randgroepjongeren. Critici schrijven de problemen toe aan hun achterlijke cultuur. Maar daarmee gaan ze voorbij aan de spagaat die de jongens moeten maken tussen hun oude en nieuwe leefwereld.

De kranten stonden de laatste dagen weer vol met berichten over geweldsincidenten waarbij Marokkaanse jongeren betrokken waren.

Marokkaanse jongens schopten in Amsterdam een voormalig dakloze vrouw dood, waarschijnlijk nadat zij de jongens had uitgescholden. In Zeist deden zeven vrouwen aangifte wegens bedreiging en aanranding door Marokkaanse jongens. Drie van die jongens zijn nog maar tussen de acht en dertien jaar oud. Ten slotte verscheen onlangs de Nederlandse vertaling van het boek van de jonge Frans-Algerijnse Samira Bellil, waarin zij verhaalt hoe zijzelf en vele andere immigrantenmeisjes in de Franse migrantenwijken systematisch door Noord-Afrikaanse jongens (waaronder Marokkaanse) worden bedreigd, mishandeld en verkracht.

In zijn column van afgelopen zaterdag (Trouw, 12 oktober) somt Sylvain Ephimenco al deze incidenten op, spreekt er zijn afschuw over uit en concludeert: ,,Deze nieuwe bruutheid zonder weerga die vrouwen terugwerpt naar de meest obscure periodes uit een verre geschiedenis, heeft een culturele achtergrond. Een achtergrond waarin de vrouw als lustmateriaal of als uitschot wordt beschouwd, als inferieur of onbeduidend, de vrouw om erop los te slaan, te beledigen, te bedreigen''.

Ik deel Ephimenco's afschuw over genoemde incidenten en meen met hem dat zulke dingen in een rechtsstaat als de Nederlandse (of de Franse) absoluut niet mogen worden getolereerd. Waar ik echter vraagtekens bij zet, is zijn uitspraak over de 'culturele achtergrond' van het gebeurde.

Want wat bedoelt Ephimenco precies als hij zegt dat het 'de' cultuur wel zal zijn? Bedoelt hij dat vrouwonvriendelijk gedrag en zelfs geweld tegen vrouwen als het ware ingebakken zit in Marokkaanse mannen? En dat vrouwen -autochtoon of allochtoon- iedere keer als zij op straat een Marokkaanse man passeren van geluk mogen spreken als zij nog ongeschonden zijn? Dit type denken dat een absolute en onoverbrugbare culturele kloof veronderstelt tussen autochtone Nederlanders (modern, beschaafd) en migranten uit moslimlanden (pre-modern, onbeschaafd en soms zelfs ronduit achterlijk genoemd) is de laatste tijd gangbaar geworden in Nederland. Zo schreef de Utrechtse professor Philipse een stuk in NRC Handelsblad (27 september 2003) vol veralgemeniserende stereotyperingen over 'niet-westerse allochtonen' in het algemeen en moslims in het bijzonder. Moslims vertrouwen alleen de leden van de eigen groep of clan, ze staan niet open voor kritiek, zijn zeer gewelddadig als de gekwetste eer op het spel staat en deinzen niet terug voor een leugen of bedrog. Misschien ben ik niet zo'n goede niet-westerse allochtoon, antwoordde Anil Ramdas enkele dagen later, want ik vind bedrog wel erg.

Deze culturele benadering van het integratievraagstuk is om diverse redenen problematisch. Ten eerste hebben degenen die de 'kloof tussen culturen' verkondigen de neiging culturen als vaststaande, afgebakende en homogene gehelen voor te stellen. Daarmee negeren ze de in iedere migrantengemeenschap bestaande diversiteit. Men spreekt over 'de' Nederlandse versus 'de' Marokkaanse cultuur, maar heeft geen oog voor verschillen binnen deze groepen. Net zomin als alle Nederlanders modern, beschaafd en vredelievend zijn, geldt voor alle Marokkanen of moslims het tegendeel. De 'culturalisten' in het integratiedebat nemen het beeld van de meest conservatieve Marokkaan en plakken dat op de hele groep. Ze negeren al die jonge Marokkanen die hun weg zoeken (en vinden!) in de Nederlandse samenleving, die behoedzaam laveren tussen de traditionele herkomstcultuur en de nieuwe eisen en ideeën van de Nederlandse samenleving en die misschien wel hier gekomen zijn om aan de gesloten herkomstcultuur te ontsnappen.

Ten tweede bezigen de 'culturalisten' in het integratiedebat een verouderd en onhoudbaar cultuurbegrip. Ze spreken van de cultuur van migranten als iets dat buiten de groep staat en hen als het ware gevangen houdt. Zoals het kinderversje 'Zo zijn onze manieren'. Cultuur is echter geen bagage die mensen met zich meeslepen over de wereld. En mensen zijn al helemaal geen gevangenen van hun cultuur. Mensen zijn geen marionetten die van bovenaf, door hun cultuur, worden bestuurd. Mensen maken hun cultuur door de dingen die ze doen of nalaten. Wat wij de cultuur van een groep noemen, is niets anders dan een waarneembaar patroon in het gedrag van een bepaalde groep, het meest typerende of pittoreske in het handelen.

Met andere woorden: een beroep op de (vermeende) cultuur verklaart niets. Marokkaanse jongens vertonen geen vrouwonvriendelijk gedrag omdat ze dat volgens hun cultuur behoren te doen. Marokkaanse jongeren zijn ook geen 'gevangenen tussen twee culturen', zoals vaak gezegd wordt. Het is één ding om te stellen dat migrantenjongeren deel hebben aan meerdere culturele contexten die op uiteenlopende manieren een rol spelen in hun gedrag en hun perceptie van de wereld. Het is iets heel anders om te denken dat de cultuur het gedrag van jongeren van buitenaf bepaalt. Het probleem lijkt mij eerder dat sommige Marokkaanse jongeren die om diverse redenen (door geringe maatschappelijke kansen, maar ook hun eigen gedrag) in een gemarginaliseerde maatschappelijke positie zijn terechtgekomen grote moeite hebben om hun beeld van de Nederlandse vrouw te combineren met het vrouwbeeld dat ze van huis uit meekrijgen - of liever gezegd dat ze denken dat ze van huis uit meekrijgen. Want natuurlijk is het niet zo dat alle Marokkaanse mannen vrouwen bedreigen, mishandelen en aanranden. Het probleem ligt juist bij die mensen die (nog) geen deel hebben aan Nederlandse normen en waarden, maar bij wie ook de traditionele Marokkaanse normen en waarden aan betekenis hebben ingeboet, die in Nederland weinig te verliezen hebben, op straat rondhangen, zich vervelen, al te gemakkelijk achter een gangmaker of leider aanlopen en op die wijze tot akelig gedrag komen.

Het probleem is dus niet 'de' Marokkaanse cultuur of 'de' moslimcultuur, maar veeleer de moeizame overgang tussen oude en nieuwe patronen. En het probleem ligt ook niet bij 'de' Marokkaanse jongeren, want er zijn gelukkig zat jonge Marokkaanse mannen én vrouwen die het goed doen op school en op de arbeidsmarkt en zich wel aan de regels houden. Jonge Marokkaanse Nederlanders die voorzichtige schreden zetten in hun nieuwe samenleving worden door ons hedendaagse klagen over 'de' Marokkaanse cultuur als het ware 'terug naar hun hok' gestuurd. In de Nederlandse beeldvorming zijn ook zij 'achterlijke' Marokkanen die zich voortdurend moeten verdedigen voor het werkelijke of vermeende gedrag van hun landgenoten.

De hedendaagse roep om aanpassing leidt gemakkelijk tot onbedoelde psychologische gevolgen en werkt gevoelens van vervreemding en identiteitscrisis in de hand. Migranten verkeren in een zeer moeilijke positie. Enerzijds hebben ze door hier te komen afstand genomen van hun oude samenleving, anderzijds voelen ze zich in hun nieuwe samenleving niet geaccepteerd. Het integratiebeleid moet er uiteindelijk op gericht zijn dat migranten zich hier thuis voelen. Wie alleen geduld wordt voor zover hij of zij zich aanpast, voelt zich niet geaccepteerd en voelt zich nergens thuis. Dat zouden we door een integratiebeleid juist moeten voorkomen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden