Jullie zijn zo kleinzerig

Nederlanders zijn kleinzielig, middelmatig en blijven zich bemoeien met de voormalige kolonie, vindt Indonesië. Hoogste tijd om de Belanda's terug te betalen. Bijvoorbeeld door Nederlandse toeristen als enige te dwingen vooraf een visum aan te vragen. Een kleine, maar veelzeggende plagerij.

In de antieke raadzaal, waar het ruikt alsof de Raad van Indië er nog dagelijks het bewind over de Nederlandse kolonie voert, heeft Indonesië's oudste bewindspersoon Ruslan Abdulgani (89) tegenwoordig zijn werkkamer. Hij was ooit de jongste minister van buitenlandse zaken in een van Soekarno's kabinetten. Soekarno's opvolger Soeharto stuurde hem als diplomaat de wereld rond. En de huidige president Megawati benoemde haar vaders vriend tot voorzitter van haar adviesraad.

Pak Ruslan (mijnheer Ruslan), zoals jong en oud hem respectvol aanspreken, wijst naar een muur. In keurig Nederlands zegt hij plagend: ,,Tijdens de koloniale bezetting hing daar jouw koningin Wilhelmina''. Na de onafhankelijkheid werd haar portret snel verwisseld voor de Bhinneka Tunggal, het Indonesische eenheidssymbool in de vorm van de Garoeda-vogel.

Ruslans rechterhand herinnert hem dagelijks aan de oorlog die Nederland na de onafhankelijkheidsverklaring van 1945 voerde. Hij heeft drie misvormde vingers. In december 1948 schoot een Nederlands gevechtsvliegtuig de verzetsstrijder in Jogjakarta van zijn fiets af, hij raakte levensgevaarlijk gewond. Maar zoals het merendeel van zijn generatie draagt Ruslan Nederland geen kwaad hart toe. ,,Als je emotioneel bent, zeg je: 'De koloniale tijd was slecht'. Maar de liefde voor mijn vaderland heb ik van de Nederlanders geleerd”.

Hoe zijn de verhoudingen, bijna zestig jaar later, tussen Nederland en zijn voormalige kolonie? De Indonesische minister Yusril Mahendra van justitie heeft onlangs in de media de oproep gedaan om 'ze (de Nederlanders) te haten'. Er ontstond nogal wat commotie in de voormalige kolonie, omdat zijn uitval als een regeringstandpunt werd opgevat.

Pak Ruslans ogen twinkelen als hij wordt herinnerd aan die uitspraak van zijn collega. ,,Ach, die Yusril'', klinkt het, enigszins kleinerend. ,,Hij zocht me op na dat interview. Ik zei: 'Yusril, je kent de Nederlandse geschiedenis niet, de literatuur of de filosofie. Dat is het probleem van jouw generatie”.

Ruslan wordt serieus als het nieuwe visumbeleid ter sprake komt. Afgelopen weekeinde versoepelde Indonesië zijn visumbeleid. Toeristen en andere reizigers uit de 'Schengen-landen' hoeven voortaan niet meer eerst naar de Indonesische ambassade om een visum aan te vragen. Ze kunnen dat gewoon bij aankomst op het vliegveld regelen. Maar alleen voor de Nederlanders blijven de regels zoals ze waren.

Pak Ruslan hoort dat er in Nederland verbolgen is gereageerd op die uitzondering, die Nederlandse reizigers veel extra tijd kost. Terwijl de Nederlanders na de Duitsers Indonesië het meest bezoeken. Begrijpt de voorzitter van Megawati's adviesraad dat Nederland het ervaart als pesterij? ,,Jullie zijn zo kleinzerig”, antwoordt Ruslan ondiplomatiek. ,,Doordat jullie zo kleinzerig zijn, worden wij dat ook.''

Impliciet erkent hij daarmee dat de visum-maatregel inderdaad niet zomaar is genomen. Maar formeel ontkent Indonesië dat.

De Indonesische minister van buitenlandse zaken Hassan Wirayuda wijst erop dat Indonesiërs zelf óók vooraf een visum moeten aanvragen voor een bezoek aan Nederland. ,,Wij krijgen toch ook geen visum bij aankomst in Nederland?”. Maar dat krijgt Indonesië in geen enkel land.

Op de achtergrond spelen nog andere irraties mee. Bijvoorbeeld dat de Nederlandse ambassade in Jakarta de nieuwe Indonesische ambassadeur drie weken op zijn visum liet wachten. Dat zit de minister van buitenlandse zaken nog steeds hoog. Indonesiërs klagen volgens hem steen en been over het strenge Nederlandse visumbeleid. Voor de aanslagen in New York kon iedereen zonder visum naar Nederland. Nu moeten ze 'weken' op hun reisdocumenten wachten. Minister Hassan gelooft er niets van dat alle Schengenlanden na de elfde september hetzelfde beleid voeren.

Ruslan Abdulgani plaatst de Indonesische ergernissen in een eigen perspectief. Zijn kantoor staat bij de minister van buitenlandse zaken op het terrein. Hij kent hem goed. Ook jonge diplomaten komen regelmatig een praatje met hem maken. ,,Ze zeggen tegen mij: 'Pak Ruslan, die Hollanders bemoeien zich nog zoveel met ons. Wij weten dat we zwak zijn op het gebied van de mensenrechten. Maar we tonen toch onze goede wil'.'' Hij zegt dat Indonesische diplomaten het gevoel hebben dat 'de Nederlanders ons in hun vuistje uitlachen'. ,,Vanwege het seperatisme in Atjeh, Papoea en op de Molukken.''

Dat er in de relatie tussen Nederland en Indonesië behoorlijk wat scheef zit, steekt woorvoerder Marty Natalegawa van buitenlandse zaken niet onder stoelen of banken. Hij noemt als een van de voorbeelden het bestaan van de RMS, die vanuit Nederland ijvert voor een Republiek der Zuid-Molukken. Tijdens het religieuze geweld op Ambon beweerde de RMS wapens en geld naar christelijke strijders te sturen. Nederland had zich volgens woordvoerder Marty daarvan moeten distantiëren. ,,Wij respecteren uw democratie. Maar geen land kan toestaan dat vanaf zijn grondgebied gewelddadige acties worden voorbereid.”

Onrechtvaardig noemt Marty de 'eeuwige' Nederlandse kritiek als het gaat om de mensenrechtenschendingen in Indonesië. ,,Tijdens het Soeharto-regime was ons land een dictatuur. Toen verdienden we het om bekritiseerd te worden. We zijn veranderd. Onze democratie is niet perfect. Er worden nog steeds mensenrechten geschonden, maar niet meer door de regering of door een instituut (het leger). We werken hard. We hopen dat Nederland zich dat realiseert. Maar lijkt wel alsof Nederland nog te veel in het beeld van Indonesië van tien jaar geleden is blijven steken.”

De hardste klap in het gezicht van Indonesië noemt Ruslan Abdulgani het onderzoek van dr. Drooglever van het Instituut voor de Nederlandse Geschiedenis naar de overdracht van het vroegere Nederlands Nieuw-Guinea (Papoea) aan Indonesië. In 2000 zette de Tweede Kamer de toenmalige minister Van Aartsen onder druk een commissie in te stellen die de soevereiniteitsoverdracht opnieuw moest bestuderen. Volgens het Verdrag van New York (1962) mochten de Papoea's in 1969 volgens het principe 'one man, one vote' over hun toekomst beslissen. Dat is niet gebeurd. Maar Nederland maakte geen bezwaar toen de Verenigde Naties de uitslag van de volksraadpleging toch goedkeurden. ,,Ik begrijp die Hollanders niet”, zegt Ruslan. ,,Ze halen niet alleen oude koeien uit de sloot, maar maken oude wonden open.''

Willekeurig noemen ze ook bij buitenlands zaken het 'Papoea-onderzoek'. ,,Wij hebben er geen enkel bezwaar tegen als Nederland de koloniale geschiedenis opnieuw wil beleven om het verleden te kunnen verwerken. Maar betrek ons daar niet bij. Wij hebben onze problemen, zoals het pijnlijke verlies van de provincie Oost-Timor”, zegt woordvoeder Marty Natalegawa van buitenlandse zaken.

Als Nederland dan toch zo nodig de geschiedenis wil herschrijven, laat ze dan ook kijken naar de souvereiniteitsoverdacht in 1949, suggereert Ruslan Abdulgani. Nederland erkent bijna zestig jaar na dato nog steeds niet de datum van 17 augustus 1945 als dag waarop Indonesië onafhankelijk werd. Nederland was nog in oorlog met de kolonie toen Soekarno op die dag de vrijheid proclameerde. Pas na de Rondetafelconferentie in Den Haag in 1949 droeg Nederland vlak voor kerst de soevereiniteit over. ,,Kleinzielig”, noemt Ruslan opnieuw de Nederlanders. ,,Of zoals Multatuli ooit zei: de Nederlandse geest is middelmatig die door gebrek aan zwaarte omhoog is gevallen”.

Voor de jonge generatie in Indonesië blijft het onbegrijpelijk waarom Nederland nog steeds niet de proclamatie van hun grote staatsman Bung Karno erkent. ,,Ik heb een jaar aan een Nederlandse universiteit Europese Studies gestudeerd. Aan veel Europese studenten vroeg ik welke onafhankelijkheidsdatum in hun geschiedenisboekjes staat. Jullie zijn echt het enige land dat 1945 niet erkent”, zegt de 34-jarige Lianita Prawindarti.

,,Mijn grootmoeder leed erg onder de Nederlandse bezetting”, vertelt ze. ,,Er was soms nauwelijks te eten voor het gezin”. Toen Nederland vertrok bleef er een 'leeggeroofd' land achter. Op school leerde ze dat de Britten tenminste eerst nog de kolonies klaarstoomden voor de onafhankelijkheid. ,,We haten de Nederlanders niet. Maar we hebben allemaal een trauma overgehouden. Elke dag achtervolgt het verleden ons als een donkere schaduw”.

Volgend jaar op 17 augustus viert de republiek zestig jaar onafhankelijkheid. Dat zou een goed moment zijn om de relatie verbeteren. Maar niet door opnieuw de koningin te sturen, vindt Ruslan Abdulgani. In 1995 viel het bezoek van koningin Beatrix in het water omdat ze onder druk van oud-veteranen en politici niet in Indonesië mocht zijn op de dag waarop de republiek de 'zelfgeproclameerde autonomie' vierde. Het staatsbezoek begon vier dagen later. ,,Ach, wie in Indonesië is nog geïnteresseerd in de koningin van Nederland. Dit is geen belediging”, zegt Ruslan. ,,Ze is van harte welkom. Maar dan moet ze wel een krans leggen bij ons onafhankelijkheidsmonument”.

Woordvoerder Natalegawa van het ministerie van buitenlandse zaken is verbaasd over de Nederlandse gevoeligheden rond het nieuwe visumbeleid. ,,Dat betekent gelukkig wel dat wij de Hollanders nog steeds wat doen”. Toch vindt hij we ons beter samen op de toekomst kunnen richten. ,,Nederland heeft zoveel te bieden op het gebied van cultuur en literatuur. Of jullie voetballers. Ze zijn razend populair onder jong en oud in Indonesië. Laat ze hier komen en samen met de Indonesiërs spelen”, klinkt het enthousiast. ,,Want ondanks onze complexe relatie bestaat er heus nog wel enige waardering voor de Nederlanders”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden