'Jullie weten hoe dat moet met die mensen'/Jubileum

De 'Agnes' bestaat morgen honderd jaar. De Haagse kerk, onlangs nog in het nieuws als toevluchtsoord voor 130 hongerstakende 'witte illegalen', wordt geleid door een eigenzinnige pastoor. Portret van een 'kleurrijke' parochie.

Barbara Berger

Een Afrikaan, die op het station vraagt naar 'een' kerk, wordt door de Haagse taxichauffeurs automatisch afgezet bij de katholieke Agneskerk. De enige interculturele parochie in Den Haag is in kerkenland moeilijk te plaatsen dankzij een eigenzinnige pastoor, die graag op vrijdag naar de moskee en zaterdag naar de synagoge gaat. En vrolijk stelt dat 'de protestanten best leuk zijn, maar helaas toch fout.'

De Agneskerk speelt maatschappelijk een rol als vangnet voor armen, heeft gespreksgroepen met joden en moslims en is heel orthodox in de leer.

De kerk, morgen 100 jaar oud, stond ooit in een welvarende Haagse wijk vol middenstand en grote herenhuizen. Inmiddels is de Regentessebuurt een achterstandsgebied, waar huisjesmelkers woekerprijzen berekenen aan illegalen. De meeste oude bewoners zijn weggetrokken en daarmee ook de wat rijkere parochianen.

Frans Korff de Gidts, penningmeester van het solidariteitsfonds van de Agneskerk en in het dagelijks leven projectmanager bij een Doe-het-zelf-keten, is gebleven. Voor zijn fonds houdt hij 'bedel'-verhalen op Rotary-avonden, organiseert Bingo's of kerstverkopen. Hij spaart een gedeelte van de inkomsten en hoopt over een tijd een ton tegen een goede rente vast te zetten. “Dat moet echt, anders is het noodfonds zo weer failliet.”

De Agneskerk heeft goede contacten met andere hulpinstanties zoals het maatschappelijk werk, artsen, vluchtelingenwerk of sociale diensten in de stad, en probeert zoveel mogelijk door te verwijzen. Korff de Gidts: “Als mensen bij ons aankloppen, soms midden in de nacht, helpen we tijdelijk met geld of onderdak. Ambtelijke molens draaien traag, en dan is het vaak nodig een paar dagen te overbruggen. We geven ook een briefje mee voor de Sociale dienst of het maatschappelijk werk, daar hebben we een goede naam. Ook delen we etensbonnen uit aan mensen die honger hebben. Dat werkt vaak beter dan geld, anders is de verleiding groot om er andere dingen mee te kopen.” Met kerst gaan er kerstpakketten de deur uit, met bijvoorbeeld een fles goede wijn voor mensen die niets extra's kunnen kopen. Ook de partij echte Dior-jurken, die laatst door een gerenommeerd modehuis aan de kerk werd geschonken, is maar gedeeltelijk verkocht ten bate van het fonds. Een aantal jurken is weggegeven aan vrouwen die nooit merkkleding kunnen kopen onder het motto 'goed voor je zelfvertrouwen'.

Het noodfonds en de openheid van de Agneskerk wordt steeds bekender onder de armen in de stad, merkt Korff de Gidts. Het aantal mensen dat langskomt om materiële hulp stijgt. “Er is steeds meer 'nieuwe' armoede in Nederland. De politiek bestudeert de armen, maar beleid blijft uit. En dan komen ze bij ons.”

Helpen waar nood is, is één kant van de 'Agnes'. Toch is het geen 'basis-kerk', die zich alleen richt op de armen. “We zijn als katholieke parochie lid van een internationale kerk, dus een interculturele kerk waar iedereen welkom is”, stelt pastoor Bosco Beijk. Deze klassificatie past niet in het rijtje stempels dat voor katholieke kerken dient te gelden als 'basisparochie' (gericht op de allerarmsten en vaak academisch van sfeer) 'principeparochie' (óf orthodox óf vrijzinnig in de leer), 'territoriale parochie' (gericht op de eigen wijk) of 'allochtone parochie'. Het niet kunnen indelen van de Agneskerk maakt samenwerking met andere parochies, steeds noodzakelijker vanwege de krappe financiën, tot nog toe onmogelijk. De jongste poging is deze week afgeblazen.

Beijk, sinds tien jaar verbonden aan de Agneskerk, is tegen aparte allochtone parochies, wat het bisdom stimuleert. “De kerk moet ruimte maken voor alle culturen in die ene Moederkerk. Juist de aanwezigheid van orthodoxen, vrijzinnigen, autochtonen en immigranten daagt alle kerkgangers uit om hun geloofsleven 'bij de tijd' te brengen.”

Beijk: “Ik ben in hart en nieren rooms, maar we kunnen veel leren van andere godsdiensten.” Hij is de enige katholieke pastoor in de stad die zo denkt: andere parochies sturen daarom buitenlanders, die niet horen bij een allochtone parochie, graag naar de Agneskerk, want 'jullie weten hoe dat moet met die mensen'.

De Agnesparochie telt zo'n duizend parochianen van wie ruim 300 regelmatig de kerk bezoeken. Ruim de helft daarvan is autochtoon, de rest komt ondermeer uit Afrika, Zuid-Amerika, Iran, Turkije. De eerste zondag van de maand is de viering in de kerk in het Nederlands, de tweede - met extra aandacht voor immigranten - is vooral in het Latijn, Engels, Spaans en soms Arabisch en Perzisch. De derde zondag is dan geheel Latijn, de vierde zondag experimenteel, met soms een rabbijn of imam. De autochtone parochianen hebben weinig moeite met de interculturele aanpak, want de kerk is op zondag in vergelijking met andere kerken goed gevuld. Sommigen die moeite hadden met de hongerstaking van de witte illegalen bleven - na felle discussies - een paar weken weg, maar zijn nu terug.

Terwijl hij tussendoor aan de telefoon een Surinamer, die zijn kleinkind wil laten dopen, luchtig vraagt of het echt zijn 'kleinkind' is of zijn 'kind', stelt Beijk, dat zijn kerk veel krediet heeft in de stad. “Tientallen sleutelfiguren, zoals de vorige burgemeester Havermans, helpen ons informeel, al is er natuurlijk scheiding van kerk en staat. Dus subsidie krijgen we niet. Ik geloof dat men ons helpt, omdat we het niet om het geld doen en ons niet in kampen laten indelen. Ik hoef niets te bereiken.”

Toen de Agneskerk twee jaar geleden bijna failliet was, pleitte een aantal maatschappelijke organisaties bij het bisdom om de kerk open te houden.

Ook bij veel hulpvragers, zwervers, illegalen, alleenstaande moeders, prostituees of verslaafden heeft de Agnes een goede naam. “Ik weet niet precies wat ons - naast het geloof - onderscheidt van een andere hulpverlener. Een illegaal kunnen we geen verblijfsvergunning bezorgen. Hij mag ons wel bellen, praten, huilen, langskomen. We zijn er gewoon. Iemand die niets heeft behalve een kamer, een matras en ja hoor, een kleuren-tv zoekt toch meer, vaak menselijke warmte.”

Het is altijd vol tijdens de spreekuren van Beijk. Soms maakt iemand misbruik van de kerk. Beijk, vrolijk: “Ach, misbruikt word je toch. Ik ga op mijn gevoel af en op ervaring. En dat is niet waterdicht.”

Iedereen die hulp vraagt, mag de Agneskerk binnenkomen. Beijk: “Ik zie wel verschillen met de aanpak van protestantse kerken. Zij zijn beter georganiseerd dan wij, maar hebben door de vele overlegstructuren ook een hogere drempel. Zij twijfelen meer, vragen zich af hoe en of ze de armen dichtbij kunnen komen. Wij zíín er gewoon: dat is typisch katholiek. Een dominee is in dienst van de kerkenraad, en dan is consensus belangrijk. Ik zit er namens de bisschop, dat is in principe een vrijere positie dan een dominee. De pastoor is niet in dienst van het bestuur. Ik meld wel veel zaken aan het bestuur, maar niet alles en dat hoeft gelukkig ook niet.”

Ondanks zijn machtspositie zijn veel parochianen bang voor het moment dat Beijk vertrekt of wordt overgeplaatst. De meesten zijn ervan overtuigd dat de levendigheid van de Agnes van hem afhankelijk is.

Zo is Laura Brands, hoofd catechese, pas actief geworden toen de meer afstandelijke voorgangers van Beijk waren verdwenen. Brands, lachend: “Beijk kletst ook een boom de kerk nog in.” Volgens haar zorgt de pastoor voor een grote saamhorigheid door bijvoorbeeld feestjes te vieren dwars door culturen heen. “Ook staat er elke zondag een welkomstcommissie aan de deur om nieuwkomers goed op te vangen.”

Brands: “De kerk is belangrijk voor de sociale integratie. Zondag wordt na de dienst even de week doorgenomen, men is oprecht geïnteresseerd in elkaar.” Brands had zelf twee van de hongerstakers bij haar thuis uitgenodigd om oud en nieuw te vieren.

Vrijwilligerswerk in de kerk is anders dan in een buurthuis, ervaart zijzelf. “Het is moeilijk om het gevoel precies te omschrijven. Ik vind het werk vanuit de kerk oprechter en ook minder vrijblijvend. In buurthuizen heb ik veel roddel en achterklap meegemaakt, dat is bij ons minder. Ik heb hier veel meer vertrouwen in de ander: als de pastoor soms iets doet of regelt dat ik maar beter niet kan weten omdat ik anders op tilt sla, is dat prima.”

Of de kerk over tien jaar nog bestaat, durft Brands niet te voorspellen. “Voor mij gaat het om menselijkheid, dat is mijn kernbegrip. Dat hoeft niet in zo'n duur kerkgebouw, maar kan ook in een schuurtje achteraf.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden