Jullie in Europa hebben een probleem

De aanslagen van 11 september worden in de VS in één opzicht als minder erg gezien dan de moord op Van Gogh en de aanslagen in Londen: daar waren moslims 'van eigen bodem' de daders. Dat zal hier niet snel gebeuren, denken veel Amerikanen. Klopt dat? Slot van een tweeluik over moslims in de VS.

In een buurtcentrum in Brooklyn legt Moe Razvi zijn voorhoofd op het bureau. “Oh man“, zegt hij alleen maar. “Oh man.“ Hij heeft zojuist, anderhalf jaar na dato, van de Nederlandse verslaggever gehoord over de moord op Theo van Gogh. “Oh man.“

Razvi, van Pakistaanse komaf, is een zakenman. Hij bezit onder meer een boekhandel, een kruidenierszaak en een makelaarskantoor. Maar daar houdt hij zich nauwelijks nog mee bezig. Na 11 september 2001 bouwde hij een wijkcentrum op en wierp hij zich op als contactpersoon tussen de overheid en moslims in Brooklyn, New York.

Razvi is niet alleen geschokt door de manier waarop Mohammed B. Van Gogh doodde - schieten, keel doorsnijden, brief in de borst steken - maar ook omdat B. in het Westen is geboren en getogen.

Hij laat een mapje zien met tientallen kaartjes van FBI-agenten en andere inlichtingen- of opsporingsambtenaren. “Als jonge moslims hier in de buurt radicaal gedrag beginnen te vertonen, geef ik ze meteen aan. Maar dat komt haast niet voor. Jongens, jullie in Europa hebben een probleem.“

Veel moslims in de VS zeggen het. Ze zijn meewarig over de segregatie tussen moslims en niet-moslims in Europa en stellen daarvan in eigen land niets terug te zien. Waar Europese moslims vaak zeggen dat zij weinig op hebben met de landen waar ze zijn terechtgekomen, houden veel van hun Amerikaanse geloofsgenoten niet op hun loyaliteit aan de Verenigde Staten betuigen. En waar moslims in Nederland vaak geïrriteerd zijn als weer eens van hen wordt verlangd dat zij zich uitspreken tegen terrorisme waarvoor zij geen verantwoordelijkheid voelen, kun je in de VS geen website van een islamitische organisatie openklikken of de fatwa's tegen aanslagen vliegen je om de oren.

Muhammad Musri uit Orlando, Florida is zo'n imam die zich inzet tegen radicalisme. Hij adviseert de burgemeester van Orlando en het ministerie van buitenlandse zaken in Washington over religieuze aangelegenheden. Musri: “Het is alsof we met alle moslims op een schip zitten. Op het bovendek zijn de gematigden aan het hozen. Maar op het onderdek hebben de extremisten een gat in de romp gemaakt. Zo brengen ze ons schip tot zinken.

We moeten ons realiseren dat wij de eerste slachtoffers van het extremisme zijn en de confrontatie met hen aangaan. Dat kan gevaarlijk zijn, maar toch moedig ik moslims aan om te spreken zonder angst. Zeg dat Jezus ook onze profeet is, dat de islam geen principieel probleem met het Westen heeft, dat zelfmoordaanslagen zonder enige uitzondering verboden zijn.“

Wat imam Musri doet in Orlando, doet Daisy Khan in New York. Ze werkt voor de progressief-islamitische organisatie Asma. In een kantoor in Harlem zegt zij: “Ik realiseer me dat alleen wijzelf de islam kunnen verbeteren. Dit is een oorlog binnen de islam. Het is mijn doel om niet alleen het imago van de islam te verbeteren, maar ook de praktijk. Er wordt geweld gebruikt tegen onschuldigen, rechten van vrouwen worden afgepakt.

Het is het resultaat van onwetendheid en ja, er zijn verklaringen voor. Geopolitieke en sociale ongelijkheid, historisch onrecht, chaos in de islamitische wereld. Maar een rechtvaardiging is dit niet. Het probleem is dat wij te lang hebben toegestaan dat de radicale Moslimbroederschap en de wahabieten uit Saoedi-Arabië de islam domineerden.“

Musri en Khan zijn geen uitzonderingen. In Amerika struikel je over de moslims die - met kennis van islamitische bronnen - kunnen uitleggen waarom de islam goed is te verenigen met een scheiding tussen kerk en staat, vrijheid van meningsuiting en een westerse levensstijl.

Ook overheidsfunctionarissen en deskundigen die zich bezighouden met terrorismebestrijding zeggen over het algemeen dat zij zich weinig zorgen maken over radicalisering van Amerikaanse moslims. Aanslagen als in Londen, door geboren en getogen Britten, of de moord op Van Gogh, door een Marokkaanse Amsterdammer, achten zij onwaarschijnlijk. Het gevaar komt van buiten, is de dominante opinie, net als destijds op 11 september 2001.

Allen geven dezelfde redenen: Amerikaanse moslims zijn hoger opgeleid en rijker dan Europese, ze vormen een kleiner aandeel van de bevolking, zijn etnisch divers en wonen verspreid. Ze worden meer geaccepteerd dan de moslims in Europa, ook al omdat de VS niet zo geseculariseerd zijn als Europa.

En ze zijn beter georganiseerd. De islamitische lobby-organisatie Cair heeft 31 kantoren door heel Amerika. Zij deelt aan moslims het 'Ken je rechten'-zakboekje uit. Met alle burgerrechten in een notendop, tips om actief worden in buurt en school, richtlijnen voor ingezonden brieven en telefoonnummers van volksvertegenwoordigers. Dat moslims op deze manier een stem hebben, kan de kans op radicalisering verminderen. En Cair is niet de enige organisatie in haar soort.

Maar toch. Al in 1994 maakte onderzoeksjournalist Steve Emerson de documentaire 'Djihad in America'. Met een verborgen camera legde hij vast hoe op islamitische bijeenkomsten werd opgeroepen tot haat en soms geweld jegens ongelovigen, de Amerikanen in het bijzonder. Is dat soort ideeën nu als sneeuw voor de zon verdwenen?

Wie op een vrijdagmiddag in de Tawheed-moskee in Detroit binnenloopt, hoort nog steeds de waarschuwing aan de tweehonderd overwegend jonge toehoorders om vooral niet te heulen met ongelovigen. En de Jemenitische imam Abu Haffs zegt na afloop weliswaar dat hij terroristische aanslagen verwerpt, maar zijn afkeuring van de moord op Theo van Gogh is slechts voorwaardelijk. De dader, Mohammed B., heeft volgens hem gelijk dat iedereen die de profeet beledigt, moet worden gedood. “Alleen is het niet voor iedereen weggelegd om die straf uit te voeren. Daar is een wettelijke procedure voor nodig en die is alleen mogelijk in islamitische landen als Saoedi-Arabië“, aldus Abu Haffs. Om de verslaggever vervolgens een stapel brave islamitische boeken en cassettebandjes mee te geven die zijn belangstelling voor de islam moeten aanwakkeren. De Nederlandse inlichtingendienst AIVD zou hem een geweldloze puritein noemen: hij preekt geen geweld in het Westen, maar afzondering van niet-moslims zoeken en het streven naar islamitische wetgeving kunnen wel een springplank zijn naar een direct gewelddadige ideologie.

Of wat te denken van rector Imad Fadlallah, die in de buurt van Detroit een school leidt met bijna alleen moslims. Hij verdedigt vandaag de dag nog altijd gepassioneerd het recht van ayatollah Khomeini om op te roepen tot de moord op schrijver Salman Rushdie, in 1989. “Khomeini was een geleerde met enorme kennis en hij had het volste recht om dat doodvonnis uit te spreken.“

Of neem de 18-jarige studente Sadiyah Khaki uit Orlando, Florida. Toen haar familie vanuit Tanzania naar de VS mocht verhuizen, vonden haar ouders dat een feestdag, vertelt ze. Aan het begin van de middelbare school keek zij nog uit naar haar eindexamenbal. Maar inmiddels is ze religieuzer dan haar ouders en droomt zij van een islamitische opleiding in Iran. “Ik zie veel in theocratie. Ik snap niet waarom Amerika de democratie overal wil opleggen.“

En imam Abdullah Bey El Amin, die een moskee leidt in een straatarme, zwarte wijk in het westen van Detroit, zegt: “De aanslagen op 11 september waren te goed georkesteerd om het werk van Bin Laden te zijn. Niemand weet volgens mij wie het heeft gedaan. Ja, dat weten ze alleen in de hogere echelons. Hetzelfde geldt voor de aanslagen in Israël en Irak. Wie heeft daar belang bij? Niet de moslims, want die moeten de wereldopinie aan hun kant krijgen. Bovendien worden moslims na zo'n aanslag altijd aangevallen.“

El Amin heeft prijzen gewonnen voor zijn buurtwerk en intensieve contacten met andersgelovigen. Tegelijk zegt hij: “Het kan best dat Israël achter de aanslagen zit of de Amerikaanse regering.“

Orthodox of radicaal gedachtegoed is ook in Amerika voorradig. Daarvoor is een jonge moslim niet eens aangewezen op moskeeën, op een schoolhoofd of op boeken. Internet is tegenwoordig de voornaamste bron van extremisme en de talloze djihad-websites zijn uiteraard ook door jonge Amerikaanse moslims te bezoeken.

De ideologie heeft een voedingsbodem nodig. Die is er ook, in de vorm van armoede en discriminatie. Armoede onder meer in het oosten van Dearbourne, een bijna geheel Arabische voorstad van Detroit. Hier leeft een Jemenitische gemeenschap in kommervolle omstandigheden. De ouders zijn meestal analfabeet, vertelt plaatselijk schoolhoofd Nadia Youmans, en ze spreken zelden Engels. De kans op werk is verwaarloosbaar. “Zij leven gescheiden van de rest van de Amerikaanse samenleving. Hun kinderen groeien op zonder de nodige begeleiding.“

De discriminatie van moslims is sinds 11 september 2001 enorm toegenomen. Moe Razvi, de maatschappelijk betrokken zakenman uit Brooklyn haalt een voorbeeld uit een van zijn dikke mappen met racismezaken. “Een tienjarig meisje vertelde dat een vrouw haar voor 'terrorist' had uitgemaakt. En ze had keelgebaren naar het kind gemaakt. Maar dat meisje had het eerst niet gemeld omdat ze te bang was. Geen kind wordt geboren om te haten, maar zoiets laat zijn sporen na“, aldus Razvi.

Razvi laat zich voorstaan op zijn goede verhouding met de overheid, maar hij is ook de eerste om te onderkennen dat die relatie uit nood is geboren. Na de aanslagen van 11 september 2001 werden te pas en te onpas moslims uit zijn buurt opgepakt, zegt hij, en betere banden met bijvoorbeeld de FBI waren alleen al nodig om na elke aanhouding na te gaan waar iemand zat.

Vóór 11 september hadden de meeste discriminatiezaken die Amerikaanse moslims meldden betrekking op een sollicitatieprocedure of de werkvloer. Daarna overheersten de gevallen van moslims die onterecht werden aangehouden of gecontroleerd, bijvoorbeeld op een luchthaven. Dat zet kwaad bloed.

Daarbij komt dat Amerikaanse moslims, net als de meeste van hun geloofsgenoten in de rest van de wereld, razend zijn over het buitenlandbeleid van de regering-Bush.

De Amerikaanse historicus Daniel Pipes, die zich specialiseert in wat hij 'militante islam' noemt, is een van de weinigen die denken dat aanslagen als in Londen en Amsterdam wél ook in de VS waarschijnlijk zijn. Oftewel: aanslagen gepleegd door daders die in de VS zijn opgegroeid. “Hoewel Amerikaanse moslims sociaal-economisch beter af zijn dan Europese, zijn ze niet minder radicaal of gewelddadig“ , stelt Pipes.

Hij schrijft: “Welke kant zullen de kinderen van immigranten opgaan? Zullen hun identiteiten als Amerikanen en moslims elkaar aanvullen of tegenstrijdig zijn? Zullen ze het radicaal-islamitische ideaal om de VS te veranderen aanvaarden of verwerpen? Zullen ze de neiging tot geweld beheersen? () Zullen ze de islam aanpassen aan de VS? Veel hangt af van de antwoorden.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden