Jullie hebben het gen... ...wij het chromosoom

Ontwikkelingsorganisaties zijn veelal kritisch over gentechnologie. Zo zou de gentechnologie boeren in de Derde Wereld afhankelijk maken van westerse zaadveredelaars. Boeren in ontwikkelingslanden, echter, zeggen de technologie hard nodig te hebben.

Kleine boeren in de Derde Wereld hebben niet of nauwelijks geprofiteerd van de eerste Groene Revolutie. De nieuwe gewassen, die vanaf begin jaren zeventig op de markt kwamen, leverden weliswaar hoge opbrengsten, maar alleen als ze werden vertroeteld met voldoende water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Die kleine boeren, of beter gezegd, boerinnen, hadden daar het geld niet voor.

Op dit moment is er een tweede Groene Revolutie in de maak, aangedreven door biotechnologie. Anders dan de eerste biedt deze tweede revolutie de kleine boer wel nieuwe mogelijkheden, zegt Florence Wambugu uit Kenia. ,,Met genetische modificatie kun je planten minder afhankelijk maken van water, mest en bestrijdingsmiddelen'', zegt ze. ,,Die benodigdheden heb je als het ware al ingebouwd in het zaaizaad.'' Florence Wambugu is een vooraanstaand genetisch onderzoekster. Dit jaar doet ze de eerste veldexperimenten met een zoete aardappel, die door genetische modificatie minder gevoelig is gemaakt voor virussen. De toepassing van het betreffende gen is ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf Monsanto. Het daaruit voortvloeiende octrooi is om niet ter beschikking gesteld van het Kenya Agricultural Research Institute.

Wambugu is niet de enige die pleit voor het benutten van moderne biotechnologie in de Derde Wereld. Volgens Ismail Serageldin, vice-president van de Wereldbank en voorzitter van de Consultatieve Groep voor Internationaal Agrarisch Onderzoek (CGIAR) is biotechnologie van vitaal belang voor de voedselvoorziening. In de CGIAR zijn de instituten verenigd van waaruit het zaaizaad van de eerste Groene Revolutie werd verspreid, begin jaren zeventig. Biotechnologie is nodig, zegt Serageldin, omdat de productie van granen tussen nu en 2025 bijna moet verdubbelen willen we iedereen kunnen voeden.

Die verdubbeling is nodig vanwege de groei van de wereldbevolking tot acht miljard mensen, maar ook vanwege de stijging van de welvaart. Daardoor gaan mensen meer vlees en eieren gaan eten, en voor de productie van een kilo vlees is ongeveer acht kilo graan nodig. Als Chinezen evenveel eieren gaan eten als Amerikanen, zo'n tweehonderd per jaar, dan is voor die extra eierproductie een hoeveelheid graan nodig gelijk aan de totale graanproductie van Australië.

Die groeiende behoefte aan graan kan, aldus Serageldin, niet worden gerealiseerd door uitbreiding van het areaal; de geschikte gronden zijn al in gebruik voor landbouw. Uitbreiden naar minder geschikte gronden kan wel, maar levert weer allerlei nadelen op, zoals het kappen van waardevolle bossen en een grotere kans op erosie.

De groeiende graanbehoefte zal dus vooral moeten worden opgevangen door intensiveren, het realiseren van hogere opbrengsten op bestaande gronden. Biotechnologie is daarbij onmisbaar, aldus Serageldin. Niet iedereen is dat met hem eens. De Novib, een van de Nederlandse medefinancieringsorganisaties, staat nogal sceptisch tegenover biotechnologie. Vorig jaar tekende de organisatie, samen met onder meer de Dierenbescherming, de Stichting Natuur en Milieu, Greenpeace en anderen een oproep tot een moratorium op experimenten met en de teelt van genetisch gemodificeerde gewassen.

Paul van Tongeren, woordvoerder van Novib: ,,We zijn niet dogmatisch tegen gentechnologie, maar we hebben onze bedenkingen vanwege de mogelijke risico's voor gezondheid en milieu. Ook het nut is twijfelachtig. De gewassen die nu op de markt zijn, zijn resistent tegen onkruidbestrijdingsmiddelen, maar kleine boeren in de Derde Wereld hebben niet eens geld om bestrijdingsmiddelen te kopen. Dat schiet dus niet erg op. En onderzoek aan gewassen waar kleine boeren wel iets aan hebben, is niet interessant voor de grote internationale ondernemingen.''

Koen van Beuningen van Hivos, de humanistische ontwikkelingsorganisatie, staat evenmin te juichen over biotechnologie. Volgens hem zijn de voorspellingen over tekorten aan graan schromelijk overdreven. ,,De komende 35 jaar zijn er geen voedseltekorten te verwachten. Het probleem is ook niet dat er te weinig voedsel is; het probleem is dat mensen zich niet voldoende voedsel kunnen veroorloven omdat ze het niet kunnen betalen.'' Afgezien daarvan gelooft hij niet dat beter zaaizaad de sleutel is tot hogere opbrengsten in de landbouw. ,,Veel belangrijker zijn zaken als irrigatie en verbeteren van de bodemvruchtbaarheid.''

Theo van de Sande, beleidsmedewerker bij het ministerie van ontwikkelingssamenwerking, vindt de opstelling van de ontwikkelingsorganisaties niet verstandig. ,,Op die manier laat je de ontwikkeling van biotechnologie over aan het Westen. Dat is jammer, want juist voor boeren in ontwikkelingslanden kan gericht gebruik van biotechnologie veel vruchten afwerpen. Dankzij bijvoorbeeld het gebruik van 'merker'-genen die aangeven of nakomelingen over een bepaalde eigenschap beschikken, kun je lokale gewassen veel sneller en gerichter veredelen.''

Het Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking doneert sinds 1991 doneert een bescheiden bedrag van zo'n acht miljoen gulden per jaar voor onderzoek naar het nuttig gebruik van biotechnologie in de Indiase deelstaat Andra Pradesh, Colombia, Kenia en Zimbabwe. Het gaat om onderzoek waar boeren zelf om vragen. Zo wordt in Kenia en Zambia onderzoek gedaan naar maïs die goed tegen droogte kan. En in Andra Pradesh wordt gekeken naar sorghum die restistent is voor bepaalde ziekteverwekkers.

Even belangrijk als de projecten zelf is de verwachting, dat onderzoek de ontwikkelingslanden minder afhankelijk zal maken van internationale ondernemingen als Monsanto en Novartis. De komende jaren, zo verwacht Van de Sande, zullen er stevige onderhandelingen worden gevoerd over de vraag wie zich eigenaar mag noemen van genetische kennis.

Private ondernemingen die veel geld steken in het onderzoek, hopen via octrooien hun investeringen terug te verdienen. Aan de andere kant is veel genetische kennis van gewassen publiek bezit. Voor een deel gaat het om formele kennis, opgebouwd door universiteiten en andere instellingen van wetenschappelijk onderzoek. Voor een deel gaat het ook om ervaringskennis van boeren. Om de potentie van biotechnologie te benutten zal er een modus gevonden moeten worden over het gebruik van private en publieke kennis. Florence Wambugu heeft daarover duidelijke ideeën: ,,Als een bedrijf bij ons komt en een van hun genen inbouwt in een lokale variëteit, dan is er sprake van gemeenschappelijk eigendom. Dan heb je het over een business partnership waar de lokale gemeenschap ook profijt van moet trekken. We zeggen dan ook tegen die bedrijven: 'Jullie hebben dan misschien wel het gen, maar wij hebben de chromosomen; wij kennen het veld, we weten welke plagen er zijn. Laten we samenwerken'. Als we ons afsluiten voor biotechnologie en we onszelf als slachtoffer zien, dan zijn we de verliezers.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden