Julius Röntgen bereikte al vroeg zijn plafond

Voor het eerst is er een biografie van Julius Röntgen, de Duitse pianist, componist én oprichter van het Amsterdamsch Conservatorium.

Jurjen Vis: Gaudeamus. Het leven van Julius Röntgen (1855-1932), componist en musicus. Waanders, Zwolle. ISBN 9789040018705; 560 blz. euro 39,50.

Monumenten oprichten voor onze grote componisten doen we niet in Nederland. Maar in Bilthoven staat nog steeds een huis met het grondplan van een concertvleugel dat componist, musicus en docent Julius Röntgen (1855-1932) daar in 1924 liet bouwen.

Oorspronkelijk heette het pand waar Röntgen de laatste jaren van zijn leven sleet ’Huize Gaudeamus’. Dat Gaudeamus werd later de naam van de stichting ter promotie van hedendaagse muziek, opgericht door de naoorlogse bewoner van het Bilthovense huis, Walter Maas.

En hoewel het huis met het rieten dak inmiddels ’Walter Maas Huis’ werd gedoopt, kent iedere musicus de naam van de oorspronkelijke bewoner. Maar wat weten we verder eigenlijk over Julius Röntgen? Weinig meer dan dat hij de medeoprichter was van het Amsterdamsch Conservatorium in 1884, de eerste Nederlandse muziekvakopleiding; dat hij contacten onderhield met prominenten uit zijn tijd zoals Clara Schumann, Johannes Brahms, Franz Liszt, Edvard Grieg, Pablo Casals en Percey Grainger; dat hij tussen de 650 en duizend werken schreef, composities voor uiteenlopende bezettingen en gelegenheden die pas de laatste jaren weer mondjesmaat worden ontsloten, uitgevoerd en opgenomen.

In zijn geboortestad Leipzig werd Röntgen gezien als wonderkind. Bovendien musiceerde hij zijn leven lang op het hoogste niveau. Uit recensies kun je opmaken dat Röntgen als pianist al vroeg in zijn leven zijn plafond had bereikt. Na zijn twintigste groeide hij als solist niet door naar de wereldpodia, dus koos hij voor een aanstelling als hoofdvakdocent piano aan de Amsterdamse muziekschool.

Als componist bereikte hij eveneens al vroeg zijn eindniveau: ook volgens tijdgenoten waren zijn composities kundig gecomponeerd, maar leunden ze sterk tegen de muziek van zijn tijdgenoten Brahms en Grieg. Misschien heeft dat epigonisme er toe geleid dat er niet eerder over Röntgen werd geschreven. Er bestaan een paar uitgaven van brieven van hem, een aantal artikelen en hoofdstukken in verzamelboeken. Zijn muziek is voor een groot deel niet ontsloten; ongetwijfeld allemaal redenen waarom Röntgen tot op heden geen biograaf kon vinden. En aan een stijlnavolger lijkt nu eenmaal minder eer te behalen dan aan een authentiek kunstenaar.

Het spreekt voor historicus en musicoloog Jurjen Vis dat hij met ’Gaudeamus. Het leven van Julius Röntgen (1855-1932), componist en musicus’ die handschoen op heeft durven pakken. In zijn uitstekend leesbare biografie, de handelseditie van het proefschrift waarop hij vorig jaar aan de Universiteit Utrecht promoveerde, stelt de schrijver de weging van het grotendeels onontsloten muzikale oeuvre nadrukkelijk op een tweede plan.

In de inleiding noemt Vis zijn baksteendikke boek zelfs een ’gemankeerde biografie’. Dat is niet alleen eerlijk maar ook moedig: de biograaf stelt Röntgens levensverhaal duidelijk op de eerste plaats en gebruikt de muziek in zijn muziekhistorische en sociale betoog als illustratie. Vis erkent Röntgens rol als epigonistisch componist, maar ziet tegelijkertijd diens grote rol voor het Nederlandse muziekleven. In een tijd dat Nederland zich nog sterk op Duitsland richtte, stond Röntgen aan de wieg van de Nederlandse muzikale infrastructuur.

Dat Vis alleen al aan Röntgens levensbeschrijving zijn handen vol heeft gehad, blijkt uit de baaierd aan onderwerpen hij aan de orde laat komen. Van Röntgens leerjaren via zijn collega’s en leerlingen tot zijn Duitse achtergrond en de rol van religie in zijn leven: in 560 pagina’s komt alles – misschien soms zelfs te veel – aan de orde.

Vis’ hoofdstukordening naar thema (en niet in eerste plaats naar chronologie) heeft voor- en nadelen, zoals de schrijver zelf toegeeft. Het is handig dat de lezer alle informatie per onderwerp bij elkaar vindt, maar het is minder handig dat Vis zich in deze opzet genoodzaakt ziet om informatie te herhalen. Misschien had hij een aantal onderwerpen in elkaar moeten schuiven, om zo het overzicht voor de lezer helderder te houden.

Maar dat zijn slechts kleine bedenkingen bij een verder lovenswaardige en prettig leesbare biografie. Röntgen komt er in naar voren als een doener, anders dan de verfijnde intellectuelen die hij rond zich heen verzamelde: „That noble and generous soul, but clod-happy art-man”, schreef Percey Grainger ooit over hem. Nobel, genereus en een beetje onbehouwen. Met ’Gaudeamus’ schreef Vis een eerlijk portret van een muzikale practicus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden